2 - 5 februari 2021
Het tiende ggz-congres:
een feest waard!

Posters

Woensdag en donderdag 3 en 4 februari 2021

 

P01 Effortful Control als transdiagnostisch concept bij internalizerende en externalizerende psychopathologie | PDF
Els Santens, psychiater, Alexianen Zorggroep Tienen
Via een literatuursearch onderzochten wij de mogelijke rol van Effortful Control in psychopathologie (internalizerende en externalizerende psychopathologie) als transdiagnostische dimensie (Research Domain Criteria).
Effortful Control of zelfregulatie kan begrepen worden als het vermogen om de eigen aandacht en het eigen gedrag op een vrijwillige manier te reguleren. Binnen het temperamentonderzoek (Rothbart) worden lage niveaus van Effortful Control of zelfregulatie verondersteld samen te hangen met een bepaalde kwetsbaarheid voor het ontwikkelen van psychopathologie, hoge niveaus van Effortful Control zouden dan weer protectief zijn tegen het ontwikkelen van psychopathologie.
Interventies gericht op het versterken van de Effortful Control zouden dan ook het risico op het ontwikkelen van een breed scala aan psychiatrische problemen mogelijks kunnen verminderen.
Verder bouwend op de transdiagnostische rol van Effortful control onderzochten we binnen een kleine sample van 75 patiënten, die een residentiële groepstherapeutische behandeling volgden o.w.v. afhankelijkheid van alcohol, ook de mogelijke modererende rol van Effortful Control tussen de reactieve temperamentsfactoren (behavioral inhibition systeem en behavioral activation systeem) enerzijds en psychopathologie; ernst van verslaving en impulsiviteit anderzijds.
We presenteren de resultaten van de literatuursearch enerzijds en de resultaten van de onderzoeksvraag of Effortful Control een moderator is tussen BIS en BAS enerzijds en psychopathologie, ernst van verslaving en impulsiviteit anderzijds.

P02 Het verlagen van stigma via deframing en biologische reframing | PDF
Bart Vyncke, doctoraatsstudent (communicatiewetenschappen), KULeuven - Instituut voor Mediastudies, Leuven
Stigma heeft een negatieve invloed op de levens van mensen met een psychische aandoening. Communicatie kan stigma verlagen, maar het is essentieel om te verzekeren dat berichten effectief zijn en geen contraproductieve effecten hebben. Vorig onderzoek toonde reeds aan dat strategische framing kan helpen om stigma te verlagen (Vyncke & Van Gorp, 2018).
Uit een experiment bij 607 Vlamingen bleek dat stigma niet kon verlaagd worden door alleen een biomedisch reframe te introduceren (bijv. “psychische aandoeningen zijn hersenaandoeningen”). Het destigmatiserende potentieel van deze strategie werd echter sterk verbeterd door ze te combineren met deframing. Daarbij worden stigmatiserende denkbeelden weerlegd (bijv. “een psychische aandoening is geen teken van zwakte”). Wie deze combinatie las, scoorde significant lager op een stigma-schaal en schreef ook minder stigmatiserende uitspraken neer. Ook boodschappen die enkel deframing bevatten zorgden voor een significante daling van stigma.
Het experiment toonde verder ook aan dat deze berichten geen negatieve effecten uitoefenden op mensen die een psychische aandoening hebben (gehad), noch op mensen met depressieve symptomen. Dat suggereert dat ze veilig kunnen gebruikt worden in campagnes die zich richten naar het grote publiek.
Bronnen:
Vyncke, B., & Van Gorp, B. (2018). An experimental examination of the effectiveness of framing strategies to reduce mental health stigma. Journal of Health Communication, 23, 10-11, 899-908

 

P03 150.000 vragen over alcohol en andere drugs | PDF
Rebecca Van Loo, stafmedewerker, De DrugLijn (VAD vzw), Brussel
De DrugLijn bestaat 25 jaar en heeft al die jaren ingezet op laagdrempeligheid en bereikbaarheid. Anoniem, vraaggestuurd en zonder oordeel of vooroordeel. In al die jaren kende de werking van de lijn een hele evolutie maar evolueerde evenzeer het aantal contacten met de lijn, wie de lijn contacteert en waarom. Met onze poster willen we een aantal kerngegevens omtrent onze werking belichten die toelaten een beeld te schetsen wat in 25 jaar bereikt werd.
Aanbod: de DrugLijn evolueerde van een telefoonlijn naar een omvattende service die ondertussen ook sterk inzet op online tools die worden aangeboden via een performante website: mail- en chatbeantwoording, online vroeginterventie via kennis- en zelftests, DASH (online zelhulpmodule), GRIP (online zelfzorg voor naastbetrokkenen). De mate waarin van dit aanbod gebruik gemaakt wordt, evolueerde in de voorbije jaren naar recordcijfers.
Bereik: het aantal oproepers dat alcohol of andere drugs gebruikt, gokt of gamet neemt toe (39%) maar ook naastbestaanden (ouders, partner, brussen, kopp/koap) vormen een belangrijk aandeel (36%). Met de jaren nam het aantal vragen over alcohol het aantal vragen over cannabis. Ook het aantal contacten omtrent problematisch gokken en gamen nam dusdanig toe dat ze inmiddels het aantal contacten omtrent diverse illegale drugs overschrijdt.
Doorverwijzen: De DrugLijn biedt informatie en een eerste opvang of advies maar ziet zichzelf vooral als een laagdrempelige opstap en heeft geen therapeutische ambities. De lijn verwijst frequent door naar een breed hulpverleningslandschap (77% van alle contacten). Dat omspant de mogelijkheden qua online hulp en zelfhulp, ambulante en residentiële hulp.
Bronnen:
Jaarverslagen De DrugLijn (oa https://bit.ly/31KwDHw)

P04 Samen maken we OPGanG!
Patrick Colemont, beleidsmedewerker, Vlaams Patiëntenplatform, Heverlee
OPGanG, de Open Patiëntenkoepel geestelijke gezondheid, wil de krachten, kwaliteiten en expertise van ervaringsdeskundigen bundelen om zo actief te participeren op de verschillende niveaus van de geestelijke gezondheidszorg.
Hierbij zijn het perspectief van de cliënt, de visie op herstel, patiëntenparticipatie en het benutten van ervaringsdeskundigheid de fundamenten van ons denken en handelen.
Deze poster presenteert de huidige kernleden van OPGanG, de thema's waarrond OPGanG werkt en de 'Weer-Op-Gang'-kaart, een hulpmiddel om patiëntenverenigingen te vinden.
Bronnen:
www.opgang.be

 

P05 The Psychology of Kink | PDF
Alana Schuerwegen,
bachelor toegepaste psychologie, Universitair Forensisch Centrum, Universitair Ziekenhuis Antwerpen, Edegem
Naast het gebrek aan prevalentiegegevens van BDSM-gerelateerde activiteiten en fantasieën, is er eveneens sprake van een groot hiaat in de huidige wetenschappelijke literatuur aangaande persoonlijkheidskenmerken en coping strategieën bij BDSM-participanten, drijfveren voor interesse in BDSM-gerelateerde activiteiten, en eventuele verbanden tussen trauma in de kindertijd en deelname aan BDSM-gerelateerde activiteiten in de volwassenheid. Het gebrek aan kennis en de beperkte wetenschappelijke literatuur omtrent dit fenomeen vormen een mogelijke voedingsbodem voor stigmatiserende attitudes binnen de algemene populatie ten aanzien van BDSM-participanten. Al deze elementen werden samengebracht in een cross-sectionele studie binnen de algemene Belgische populatie en BDSM-participanten.

P06 Rustige ruiters, hevige hengsten - De verslavingszorg in galop - R-impuls: een therapie ter regulatie van impulsen | PDF
Sarah Heyse, klinisch psycholoog, Alexianen Zorggroep Tienen
Vanuit een duaal procesmodel wordt verslaving gekenmerkt door een verstoorde balans tussen een hypergevoelig impulsief proces en een suboptimaal werkend reflectief proces, waardoor automatische impulsieve reacties moeilijk onder controle gehouden kunnen worden. In de klinische praktijk zien we dan ook vaak dat, hoewel patiënten de negatieve gevolgen van verslaving goed kennen en ervan overtuigd zijn te willen stoppen met middelengebruik, deze rationele overwegingen hen vaak niet weerhouden om middelen te gebruiken. Dit vormde de aanzet tot het ontwikkelen van een nieuwe module, R-Impuls (Regulatie van Impulsen), voor het therapieprogramma van Team Verslavingszorg in de kliniek Alexianen Zorggroep Tienen. Deze therapiemodule werd ontwikkeld door de psychologe en bewegingstherapeut en wordt ook door hen toegepast. Opzet is via ervaringsgerichte oefeningen patiënten te leren zich bewust te worden van de automatische processen die een rol spelen bij verslaving en via nabespreking de link te maken met hun gebruik in het dagelijks leven. Onderzoek zal moeten uitwijzen of deze sessies een psycho-educatieve meerwaarde hebben en tevens een positief effect hebben op de outcome.
Bronnen:
Vos, K., Vanmarsenille, R. & Santens, E. (2015). R-Impuls: een therapie ter regulatie van impulsen. Verslaving, 11(4), 241-249

 

P08 Een RUSTpunt VZW - lotgenotengroep voor mensen met een psychische kwetsbaarheid in Kortrijk | PDF
Céline Dewitte, therapeut - herstelondersteuner, De MaRe ism een RUSTpunt vzw, Kortrijk
We zijn drie jonge mensen (jong van geest alleszins) die elkaar hebben ontmoet binnen de muren van de psychiatrie, maar daar ondertussen al weer vrij gelaten zijn. Samen hebben we alle diagnoses uit de DSM-bijbel. We missen iets in de huidige geestelijke gezondheidszorg, namelijk een rustpunt, vandaar dat we samen dit project starten.

In de poster geven we graag meer toelichting bij dit project, nl. een maandelijks ontmoetingsmoment voor mensen met een psychische kwetsbaarheid in Kortrijk.

P09 Kan de ergotherapeut de herstelondersteunende hulpverlener bij uitstek zijn? | PDF
Sarah Fets, ergotherapeut, Zorggroep Sint-Kamillus, Bierbeek
Sinds enkele jaren heeft de herstelvisie intrede gemaakt in de Zorggroep Sint-Kamillus. Herstelgericht werken betekent dat de focus van de zorg in de eerste plaats ligt op het verhogen van de levenskwaliteit. Er wordt samen op zoek gegaan naar aanwezige sterktes en wensen. Het benadrukken van deze positieve zaken geeft vaak de nodige kracht om te leren omgaan met moeilijkheden vanuit de psychische kwetsbaarheid.
Vanuit de vakgroep ergotherapie merkten we dat er verscheidene raakvlakken zijn tussen de herstelvisie en de waarden van ergotherapie, waaronder autonomie, bieden van hoop, empowerment, enz. (Doroud, Fossey & Fortune, 2015). Omwille van deze raakvlakken is de ergotherapeut de hulpverlener bij uitstek om een verschuiving richting herstel te faciliteren (Nugent, Hancock & Honey, 2017). In ditzelfde artikel komt naar voren dat er weinig praktijkvoorbeelden zijn terug te vinden in de literatuur.
We hebben ons toegespitst op de stelling “Is de ergotherapeut de herstelondersteunende hulpverlener bij uitstek?”. We onderbouwen deze stelling door een beeld te schetsen van wat ergotherapie en herstel inhouden. Alsook door een praktijkvoorbeeld uit te werken, met name de opstart van de outletwinkel in het therapeutisch activiteitencentrum van de zorggroep. De outlet is een tweedehandskledingwinkel georganiseerd door en voor cliënten.
Bronnen:
Doroud N., Fossey E. & Fortune T. (2015). Recovery as an occupational journey: a scoping review exploring the links between occupational engagement and recovery for people with enduring mental health issues. Australian Occupational Therapy Journal, 2015, 62, 378-392
Nugent A., Hancock N. & Honey A. (2017). Developing and sustaining recovery-orientation in mental health practice: experiences of occupational therapists. Occupational Therapy International, 2017, 1-9

P10 These are mad times we live in: prestatiedruk en keuzestress bij jongeren
Marijke Van Duynslaeger, data analist, Nationaal Verbond Socialistische Mutualiteiten, Brussel
De Socialistische Mutualiteiten lanceerden in het najaar van 2018 een driejarige campagne rond het thema geestelijke gezondheidszorg. In het kader van deze campagne peilden we met een vragenlijst bij jongeren tussen de 18 en 25 jaar, naar de mate waarin zij prestatiedruk ervaren, van waar die druk komt, hoe ze omgaan met sociale media en met de enorme hoeveelheid aan keuzes die de hedendaagse maatschappij aanbiedt. We gingen na hoe het ervaren van prestatiedruk samenhangt met perfectionistische kenmerken, intens gebruik van sociale media, en ‘Fear Of Missing Out’ (FOMO).
Uit de enquête blijkt dat heel wat jongeren prestatiedruk ervaren, vooral op het vlak van hun opleiding (91%) en in hun sociale leven (64%), maar ook op het werk (58%) en thuis (56%). Die druk om te presteren komt vaak vanuit de jongere zelf (35%), vanuit de maatschappij (30%) of de ouders (21%).
Voor ongeveer 10% van de jongeren speelt hun sociale mediagebruik een ongezonde rol in hun leven en 1 op de 10 jongeren ervaart ernstige FOMO.
De invloed van perfectionisme komt duidelijk naar voren. Ongeveer 40% van de jongeren heeft perfectionistische kenmerken. Jongeren die hoger scoren op perfectionisme ervaren ook meer prestatiedruk, meer FOMO, rapporteren meer ongezond sociale mediagebruik én meer emotionele en lichamelijke klachten. Ongeveer de helft van de jongeren duidden 6 of meer lichamelijke of emotionele klachten aan. Ze ervaren vooral vermoeidheid (85%), piekeren (66%) en lichamelijke klachten (64%). De helft van de jongeren rapporteert somberheid en ruim een derde spreekt van angstklachten.

P11 COSA: omdat uitsluiten altijd fout loopt | PDF
Steve Van Veldhoven, coördinator, CAW Antwerpen, Berchem
COSA is een cirkelmethodiek ter ondersteuning van de re-integratie van zedendelinquenten met een matig tot hoog recidiverisico. Onderzoek heeft meermaals aangetoond dat zedendelinquenten sociaal geïsoleerd leven en dat dit isolement een immens risico tot recidive inhoudt. COSA wilt hier een effectief antwoord op bieden. Door enerzijds de kwaliteit van leven van de zedendelinquent te verhogen, voorkomen we anderzijds het herval en het ontstaan van nieuwe slachtoffers. Onderzoek in het buitenland heeft daarenboven de effectiviteit van deze benadering van seksueel grensoverschrijdend gedrag meermaals aangetoond.
Wat COSA uniek maakt, is dat deze methodiek met vrijwilligers aan de slag gaat. Zij creëren een alternatief netwerk zodat de zedendelinquent niet in een risicovol isolement valt en er zo terug nieuwe slachtoffers dreigen te vallen.
De COSA-methodiek omvat een dubbele cirkel. In de binnencirkel gaat een groepje vrijwilligers met het kernlid (COSA-benaming voor de betrokken zedendelinquent) aan de slag. De professionele behandelaars krijgen een plek in de buitencirkel. COSA gaat met hen een samenwerking aan die in een formele overeenkomst vervat zit. In deze constructie schuilt de grote kracht van de methodiek: de ene cirkel ondersteunt de andere. De behandeling van de gespecialiseerde professional weet zich gedragen door de generalistische ondersteuning die de vrijwilligers bieden. De cirkelcoördinator (professionele kracht binnen COSA) is in deze samenwerking zowel de spil als de liaison. Deze modus operandi heeft zijn effectiviteit al meer dan bewezen en zorgt er voor dat deze methodiek voor iedereen een win-win is. In vele Angelsaksische landen is deze aanspraak al als standaardbenadering van seksueel delinquenten geïnstitutionaliseerd.

P12 Het PINO-project: samen naar een verbeterde SBI aanpak tegen overmatig alcoholgebruik | PDF
Bram Pussig, phd-student, Academisch Centrum voor huisartsgeneeskunde, Leuven
Background: Primary health care-based early identification and brief intervention for hazardous and harmful alcohol use (EIBI) is clinically effective and cost-effective. It has potentially a large impact at societal level but remains poorly implemented in daily practice. Studies have demonstrated the ability of training and support programmes to increase primary health care-based screening and brief advice activity to reduce heavy drinking. However, gains have been only modest and short term at best. More recently, multicomponent programmes have shown that simultaneously addressing several barriers to the implementation of EIBI might be more successful. A more effective uptake could also be achieved by embedding primary health care activity within broader community and municipal support.
Method: A quasi-experimental implementation study will be undertaken in Flanders to assess the effects of tailored training and support to general practitioners (GPs) alone or in an area context of alcohol community actions compared to ‘usual support’ on GP’s performance in terms of early identification of hazardous and harmful drinking and brief intervention. The primary outcome, evaluating the GP’s progression, will be the proportion of consulting adult patients screened for hazardous and harmful alcohol use at the end-point of an 18-month implementation period. Furthermore, the relation between GP’s views and needs and practices’ contexts, and EIBI performance will be explored. Data regarding screening and brief intervention activities will be collected from the electronic health records (EHR).
Results: This project will inform public policy for prevention and help to improve quality assurance to reduce risky alcohol use patterns.

P13 Hervorming in de Belgische geestelijke gezondheidszorg
Sarah Morsink, expert geestelijke gezondheidszorg, FOD Volksgezondheid, Brussel
De Belgische geestelijke gezondheidszorg onderging de voorbije tien jaar belangrijke veranderingen gekaderd binnen een continue transformatie van een organisatie-gestuurd aanbod naar een gemeenschapsgerichte, vraag-gestuurde en gedifferentieerde gezondheidszorg via transorganisationele netwerken en gestoeld op een herstelgerichte aanpak.

Deze poster beschrijft de doelen, het proces, de resultaten en aanbevelingen in de hervorming van de Belgische ggz voor volwassenen. Deze hervorming werd recent verkozen als "good practice" door de Wereldgezondheidsorganisatie.
Bronnen:
“Guide towards a better mental health care" (www.psy107.be)

 

P14 Het Psychiatrisch Expertiseteam, op de brug tussen de eerstelijnszorg en de gespecialiseerde geestelijke gezondheidszorg | PDF
Arne Ruckebusch, psycholoog, coördinator, Psychiatrisch Expertiseteam, Brugge
Het Psychiatrisch Expertiseteam (PET) is een initiatief van het Netwerk Geestelijke Gezondheidszorg (volwassenen) regio Noord-West-Vlaanderen en het West-Vlaams Integrerend Netwerk Geestelijke Gezondheid (kinderen en jongeren).
Het PET ondersteunt eerstelijnsactoren bij vroegdetectie en vroeginterventie van ernstige psychische problemen en verzorgt eventueel toeleiding naar gespecialiseerde geestelijke gezondheidszorg.
Deze opdrachten realiseren we aan de hand van verschillende acties en methodieken; vorming, coaching, screening, advies, netwerking, kortdurende behandeling, etc.
Bronnen:
“Onderzoeksrapport eerstelijnspsycholoog” (J. De Maeseneer et al., 2009)

 

P15 Mobiele Zorgtoeleiding - een grensoverschrijdende aanpak | PDF
Paul Keppel, ambulant psychiatrische verpleegkundige/maatschappelijk werk/agoog, mobiele Zorgtoeleiding GGZinGeest, Hoofddorp, Nederland
Stel je de casus voor van een persoon die je aandacht trekt: verward cq opvallend gedrag, slecht verzorgd, contactmijdend en een sterk vermoeden van dakloosheid. Geen acute problematiek. Je hebt het sterke vermoeden van het ontbreken van een actief zorgkader. Deze persoon komt vaker bij je in beeld en doe je vaker een hulpaanbod. Maar dit leidt niet tot een samenwerking. Je besluit iets dieper in de casus te duiken. Zo kom je er achter dat deze persoon op meerdere plekken in het land komt en mogelijk ook daar buiten. Inschrijfadres, inkomen en verzekering ontbreken. Op meerdere plekken worden de zorgen gedeeld, maar geen enkele instantie wil of kan de casus oppakken. De situatie waarin de persoon verkeert blijft ongewijzigd en de teloorgang duurt voort... Familie of naasten, voor zover betrokken, staan machteloos bij het uitblijven van hulp en zorg.
Vanaf 2018 zijn we op Schiphol Airport gestart in een samenwerking met Schiphol Social Work en GGZinGeest om de problematiek en de doelgroep in kaart te brengen. Aanleiding was een groep van 10 personen op Schiphol die niet naar hulp of zorg waren toe te leiden. Allen voldeden aan de kenmerken van EPA (ernstig psychiatrische aandoening), langdurig bestaand, geen zorgkader, waar het bestaande hulp- en zorgaanbod geen antwoord op had.
Kortom een uitdaging, waarbij snel duidelijk werd dat de oplossing buiten de gestelde kaders zou komen te liggen.
Gezien de regio-overstijging is de aandacht gelegd op samenwerking en verbinding met een langdurige betrokkenheid; landelijk en internationaal.
Dit met als uitgangspunt niets doen is geen optie.

 

P18 Geestelijke gezondheidszorg bij gehospitaliseerde patiënten in een algemeen ziekenhuis | PDF
Tine Maes, verpleegkundig diensthoofd zorgzone ggz, GZA, Wilrijk
Ongeveer de helft van de gehospitaliseerde patiënten in een algemeen ziekenhuis heeft nood aan psychologische ondersteuning (Desan et al. 2011). Bij 33% - 35% van de medische gehospitaliseerde patiënten in een algemeen ziekenhuis zou zelfs sprake zijn van een psychiatrische comorbiditeit (Bourgeois et al. 2005).
Deze cijfers onderstrepen het belang van psychologische en psychiatrische zorg bij een opname in een algemeen ziekenhuis. De aanwezigheid van liaisonpsychologen vormt een belangrijke meerwaarde.
De opdracht van de liaisonpsycholoog bestrijkt een breed spectrum. Psychologische zorg aan patiënten met een psychiatrische problemen is slechts één onderdeel van het werk. Er gaat veel aandacht naar het ondersteunen van patiënten met een verscheidenheid aan psychologische vragen zoals bv. coping met somatische ziekte, verkennen en begrijpen van functionele somatische klachten, ... . De focus van de liaisonpsycholoog ligt zowel op vroegdetectie en -interventie van mentale problemen, alsook op curatief werk en crisishantering. De liaisonpsycholoog vervult hierbij een belangrijke oriënterende functie op het vlak van de psychische zorgnoden van de gehospitaliseerde patiënt, zowel binnen het ziekenhuis waar we beroep kunnen doen op gespecialiseerde nevendisciplines zoals bvb pijn-, neuro-of palliatief psycholoog of liaisonpsychiater, als erbuiten met het oog op psychische nazorg. De liaisonpsycholoog kan gevraagd worden door de patiënt zelf of door de behandelend arts of andere teamleden. Naast patiëntgerichte zorg, zet de liaisonpsycholoog ook in op het ondersteunen van medische teams in het omgaan met psychische of psychiatrische klachten bij patiënten. Met cijfers uit ons jaarverslag 2019 lichten we onze liaisonwerking in GZA toe.
Bronnen:
Bourgeois, J., Kremen, W., Servis, M., Wegelin, J., Hales, R. (2005) The impact of psychiatric diagnosis on length of stay in a university medical center in the managed care era. Psychosomatics, 46 (5). https://doi.org/10.1176/appi.psy.46.5.431
Desan, P., Zimbrean, P., Weinstein, A., Bozzo, J., Sledge, W. (2011) Proactive psychiatric
consultation services reduce length of stay for admissions to an inpatient medical team.
Psychosomatics, 52 (6). https://doi.org/10.1016/j.psym.2011.06.002

P19 ‘Ik heb nood aan iemand die me van A tot Z kan begeleiden’; Noden en ervaringen van niet-bereikte druggebruikers in Gent | PDF
Freya Vander Laenen, hoofddocent criminologie, UGent
Doel: De ervaringen en noden van druggebruikers in Gent in kaart brengen die niet bereikt worden door de (drug)hulpverlening.
Methode: Interviews met 47 druggebruikers, via laagdrempelige organisaties en via sneeuwbal.
Resultaten: De gebruikers hebben vooral nood aan financiële hulp, betaalbaar wonen, een zinvolle dagbesteding, werk, gratis somatische zorg en in het bijzonder gratis tandzorg. Een uitbreiding van spuitenruil en meer informatie over veilig gebruik en overdosispreventie, zijn van belang. Daarnaast hebben zij nood aan informatie over het hulpverleningsaanbod en aan hulpverlening op het moment dat zij daar nood aan hebben. Bij hulpverlening is de continuïteit van de hulpverlener belangrijker dan de continuïteit van de hulpverlening.
Dakloze gebruikers leggen nadruk op een uitbreiding van (een veilige) nachtopvang, op gebruikersruimtes, voedselbedeling en meer voorzieningen voor basishygiëne. Bijzonder kwetsbare groepen bleken gebruikers in kraakpanden (omwille van het isolement en het wantrouwen) en nieuwkomers uit Centraal- en Oost-Europa (omwille van een gebrek aan kennis van de (drug)hulpverlening en het gebrek aan kennis rond veilig gebruiken).
Minder prioriteit geven druggebruikers aan geestelijke gezondheidszorg. Toch bleek uit de bevraging dat 7 op de 10 van de respondenten psychische problemen ervaren.
Besluit: Deze groep bereiken is mogelijk, mits intensief in alternatieve manieren van contactname wordt geïnvesteerd.

 

P20 De kracht van de kwetsbare hulpverlener | PDF
Jasmine Mezzofonte, ergotherapeut en ervaringsdeskundige, Bekkevoort
De herstelvisie is op de dag van vandaag niet meer weg te denken uit de huidige geestelijke gezondheidszorg. Door de implementatie van het herstelgericht werken binnen de GGZ wordt er tegenwoordig meer en meer gebruikt gemaakt van ervaringsdeskundigen. Een zeer goede ontwikkeling, maar wat als we nu een stap verder gaan? Staan we er eigenlijk bij stil hoeveel hulpverleners zelf cliëntervaring hebben? Hoeveel van deze hulpverleners hier open over is en zijn of haar ervaringskennis inzet in de hulpverlening? Beseffen we voldoende wat de kracht kan zijn van een kwetsbare hulpverlener?
Als hulpverlener met cliëntervaring zijn dit vragen die ik me al lang afvraag, lang mee heb geworsteld en waarop ik een antwoord wou weten. Vanuit eigen ervaringen merkte ik dat er nog heel wat stigma bestaat omtrent dit thema. Ik besloot daarom om dit onderwerp verder te onderzoeken en uit te werken als eindopdracht voor mijn opleiding ‘Masterclass Herstelgerichte Psychiatrie’ (een samenwerking tussen Psychosenet.be, UGent, KU Leuven en Universiteit Maastricht).
Om antwoorden te krijgen op mijn vragen ben ik met verschillende hulpverleners (met cliëntervaring in GGZ) in dialoog gegaan over het al dan niet inzetten van je eigen ervaringskennis in de hulpverlening. Alle resultaten van het onderzoek werden verwerkt in de bijhorende brochure ‘De kracht van de kwetsbare hulpverlener’. Alsook werd er een lezing en workshop ontwikkelt om dit thema bespreekbaar te maken in diverse organisaties en scholen.
Bronnen:
Meekeren, E. van (red.), (2017). Zelfonthulling. Openheid van professionals in de ggz. Amsterdam: Boom.
Van De Giessen, I., (2017). Participatie en herstel: inzet eigen kwetsbaarheid in hulpverlening. Amsterdam: S.W.P.
Weerman, A., Groothuis, M. & Schut, J., (2017). Ervaringskennis in social work: Spanning tussen persoon en professional. Vakblad Sociaal Werk 18, 8-10
www.samensterkzonderstigma.nl