2 - 5 februari 2021
Het tiende ggz-congres:
een feest waard!

mededelingen

Donderdag 4 februari 2020
11u00 - 12u30
M06 paaz

M06.1 Liaisonpsychiatrie Team: closing the gap tussen geestelijke gezondheidzorg en somatiek | PDF
Hanne Vandewiele, verpleegkundig specialist psychiatrie, UZ Gent
Bijkomende sprekers:
Kenny Van Daele, verpleegkundig consulent Liaisonpsychiatrie, UZ Gent
Gilbert Lemmens, prof. dr. diensthoofd Psychiatrie, UZ Gent

Sinds 2008 is er in het UZ Gent een Liaisonpsychiatrie Team (LPT) actief. Ongeveer één derde van de patiënten die opgenomen worden met een somatische aandoening kampen ook met psychiatrische of psychische problemen. Een goede behandeling van de psychische comorbiditeit is van groot belang.
De psychische klachten hebben namelijk een belangrijke invloed op het verloop en de prognose van de somatische aandoening, de behandeltrouw, de verblijfsduur en de levenskwaliteit van de patiënt.
Daarnaast biedt het team, indien gewenst, educatie, advies, inhoudelijke, emotionele en organisatorische ondersteuning aan het somatische behandelend team. Het legt zich ook toe op de ontwikkeling en implementatie van specifieke zorgpaden (o.a. perinataal zorgpad en zorgpad alcohol).
Tijdens de mededeling lichten we de multidisciplinaire (psychiater, psycholoog, verpleegkundige) werking, werkterrein en organisatie toe van het team alsook de samenwerking me het somatisch team en de context van de patiënt. We zetten de stap buiten de muren en netwerken van ggz-instellingen en dichten de scheiding tussen psychiatrie en somatiek. Die brugfunctie zorgt voor een sterkere holistische behandeling van de patiënt. Gezien de somatische hulpverlener naast de patiënt en diens context tot ons doelpubliek behoort, verlagen we het stigma, verlagen we de drempel naar geestelijke gezondheidzorg en verhogen we kwaliteit van de geboden patiëntenzorg.
Het LPT van het UZ Gent is in die mate uitgebouwd dat we inspirerend en motiverend kunnen zijn voor andere instellingen.

M06.2 Perinataal Geestelijk Gezondheid Zorgpad: screening en detectie van perinatale depressie binnen GZA
Mia Massaer, kwaliteitscoördinator zorgzone moeder- en kind zorg, GasthuisZusters van Antwerpen, Wilrijk

Een kind krijgen is een ingrijpende gebeurtenis. De jonge moeder maakt in korte tijd veel veranderingen door. Lichamelijk en hormonaal, maar ook emotioneel en sociaal. Maar liefst 50-80% van alle vrouwen hebben last van enkele ‘huildagen’ na de bevalling. Bij 10%-20% van de mama’s blijft die sombere stemming langer dan 10 a 14 dagen aanslepen. Twee op de tien vrouwen ondervinden een mentaal gezondheidsprobleem tijdens de zwangerschap en het eerste jaar na de bevalling. Meer dan 75% van deze vrouwen worden niet gediagnosticeerd en krijgen bijgevolg niet de gepaste hulpverlening. Dit geeft aan dat deze perinatale stemming vaak niet opgemerkt wordt. Het bevragen van het psychisch welbevinden van de mama zit niet in de routine obstetrische zorg. Perinatale mentale problemen kunnen echter wel een grote impact hebben op de jonge moeder, het kind en haar omgeving. In de richtlijn screening en detectie van perinatal mentale stoornissen stelt men dat de perinatale periode een ideaal moment is om aandacht te hebben voor de sociale en mentale gezondheid van de moeder. Binnen GZA zijn we in maart 2019 gestart met de uitrol van het perinatal geestelijk gezondheid zorgpad (PGGZ). Dit omvat een systematische screening en opvolging van elke moeder welke binnen GZA bevalt. In de presentatie schetsen we het verloop van de implementatie en de nodige tips en tricks hierbij.

M06.3 Fixatieluwe PAAZ
Cynthia Philips, master, hoofdverpleegkundige PAAZ, GZA Sint-Vincentius, Antwerpen

Afzondering en fixatie zijn internationaal lang belangrijke elementen geweest op een psychiatrische afdeling. Redenen waarom er gebruik gemaakt wordt van zulke vrijheidsbeperkende maatregelen zijn gewelddadig gedrag, verbale agressie, dreigende fysieke agressie, zelfverwonding, suïcidaal gedrag, psychotische kenmerken etc. (1-2)
Gebruik van dwangmaatregelen zijn controversieel. Ze zijn een inbreuk op de rechten van de patiënt en zijn zowel voor patiënten als voor hulpverleners schadelijk (2-3). Het verminderen van deze maatregelen binnen de ggz is prioritair binnen de gezondheidszorg in de Westerse landen en dus ook bij ons. (4)
In 2019 hadden we als PAAZ met 60 bedden slechts 2 afzonderingen. Omwille van de cijfers enerzijds en de luider klinkende vraag naar een vermindering van vrijheidsbeperkende maatregelen anderzijds, besloten we eind 2019 om een afzonderingskamer om te bouwen tot een prikkelarme kamer als alternatief. We delen deze ervaring om kennis te maken met een nieuwe cultuur binnen de ggz.

M06.4 De Weg naar herstel – PAAZ Sint Vincentius
Tine Maes, master, verpleegkundige, diensthoofd zorgzone GGZ, GZA, Wilrijk

 

Het huidige GGZ landschap in combinatie met de positie als PAAZ, brengt de opportuniteit met zich mee om een nieuwe visie te implementeren. PAAZ Sint-Vincentius heeft een divers doelpubliek, gecombineerd met een gemiddelde ligduur van 19,12 dagen in 2019. Geeft dit als uitdaging een kortdurend behandelaanbod op maat van de patiënt aan te bieden.
Een kracht- en herstelgerichte zorg waarbij de cliënt centraal staat en bepaalt wordt vanuit een even- en volwaardige "trialoog" tussen cliënt, context en hulpverlening. Een presente hulpverlening met focus op een nabije relatie met respect voor ieders waardigheid. Een netwerkopbouwende zorg met oog voor de ondersteuningsnoden van familie, naastbetrokkenen en mantelzorgers. Dit is de visie die we trachten na te streven.
Het implementeren van deze visie in een acute PAAZsetting met een korte opnameduur is een boeiende uitdaging. We hebben dan ook al een weg afgelegd met het verpleegkundige en paramedisch team. In 2019 zijn we onder andere gestart met een patiënten participatie raad en het systematische inzetten van een ervaringsdeskundig. Graag delen we met jullie onze ervaringen en geven ‘tips and tricks’.

 

11u00 - 12u30
M07 kwaliteit van zorg
M07.1 Wat als hulpverleners het belangrijk vinden om patiënten te laten participeren aan een multidisciplinaire teambespreking? | PDF
Kevin Berben, master of science in de verpleeg- en vroedkunde, stafmedewerker AZT, lector PXL, drs. Universiteit Gent, Alexianen Zorggroep Tienen

Uit een bevraging van 763 hulpverleners in de residentiële geestelijke gezondheidszorg in Vlaanderen (2019) blijkt dat 709 (93%) van de hulpverleners het belangrijk vinden dat patiënten participeren tijdens een multidisciplinaire teambespreking waar hun zorg wordt besproken. Meer nog, hetzelfde resultaat wordt gevonden bij een vraag welke rol patiënten dan tijdens deze bespreking mogen innemen. 93% van de hulpverleners verkiest een actieve rol van de patiënt waarbij de patiënt als persoon aanwezig is, luistert, vragen stelt, zijn verhaal vertelt, deelneemt aan de interactie(s) en mee discussieert tijdens de bespreking. Maar wat zeggen deze cijfers nu? Tijdens deze mededeling delen we graag de belangrijkste onderzoeksresultaten van de studie en geven we suggesties op welk thema’s je als hulpverlener extra kan inzetten als je patiënten laat deelnemen aan een multidisciplinaire teambespreking.

M07.2 Innovatieve ombudspraktijken
Marlies Thonnon, psychiatrisch verpleegkundige, ombudsvrouw, Vlaams overlegplatform geestelijke gezondheid OPGG, Wilrijk
Bijkomende sprekers:
Kris Bruyninckx & Helene Cambien

Iedere patiënt heeft het recht om een klacht aangaande zijn patiëntenrechten neer te leggen bij een onafhankelijke ombudspersoon. Voor bepaalde settings en gebruikers in de geestelijke gezondheidszorg is dit patiëntenrecht onvoldoende toegankelijk. Daarom heeft de Vlaamse overheid aan de externe ombudsdienst ggz een project toegekend. Dit project voorziet in de realisatie van innovatieve praktijken binnen de geestelijke gezondheid voor kinderen en jongeren in residentiële, mobiele en ambulante settings enerzijds en anderzijds voor volwassenen in de mobiele en ambulante settings. Naast visievorming is er aandacht voor het uitwerken en implementeren van een innovatieve ombudspraktijk en het sensibiliseren van hulpverleners.
1. Kinderen en jongere.n
Bij de visievorming ligt de focus op de kwetsbare positie van de jongere, de inschatting van de wilsbekwaamheid, de vertegenwoordiging en de opdracht van de externe ombudsdienst. Deze visie wordt gerealiseerd door input van belangrijke stakeholders. De ervaringsdeskundige jongeren zijn de toetssteen. De innovatieve ombudspraktijk hoort aangepast te zijn aan de leefwereld en de context van de jongeren. Voor de hulpverlener wordt gefocust op informeren en sensibiliseren.
2. Volwassene.n
Tot op heden situeert de praktijk van de externe ombudsdienst ggz zich vooral in de residentiële setting. Door middel van zowel input van de ggz-gebruiker als relevante stakeholders worden richtlijnen uitgewerkt om de verwachtingen, noden en mogelijkheden van de externe ombudsfunctie in de ambulante en mobiele setting in kaart te brengen en deze om te zetten in een innovatieve ombudspraktijk in die settings.


11u00 - 12u30

M08 OpGang
M08 Waar is dat feestje? Hier is dat feestje!: patiëntenverenigingen nodigen hulpverleners uit om te vieren!

Patrick Colemont, beleidsmedewerker OPGanG, Vlaams Patiëntenplatform, Heverlee

 

Graag vieren we met jullie de 10de editie van het GGZ-congres: dat is inderdaad een feest waard! Maar ook bij OPGanG, de Open Patiëntenkoepel Geestelijke Gezondheid, zijn er leden met verjaardagen: zo bestaat ANBN 40 jaar (!) en viert Ups & Downs een zilveren jubileum! Er zijn ook nog individuele jubilarissen bij onze patiëntenverenigingen en ervaringsdeskundigen initiatieven, eigenlijk te veel om op te noemen.
We laten deze verenigingen graag aan het woord. Inhoudelijk willen we met iedere presentatie volgende insteek gebruiken: wat hebben we geleerd in die jaren en wat kunnen hulpverleners leren van ons. Of wat is de toegevoegde waarde van lotgenotengroepen. Welke vooroordelen kunnen verworpen worden, welke sterktes zijn onderbelicht, welke valkuilen zijn er,…? De doelgroepen voor onze presentatie zijn voornamelijk hulpverleners en onderzoekers. Lotgenoten zijn welkom, maar we willen vooral de hulpverleners informeren en mee laten vieren!

 

14u45 - 15u30
M10 internering
M10.1 De geïnterneerdenpopulatie in België: Eindelijk data! | PDF
Claudia Pouls, onderzoeker, OPZC Rekem - KeFor, Rekem
Bijkomende sprekers:
Denis Delannoy, Fanny Degouis, Thierry Pham, Inge Jeandarme

De Federale Overheidsdienst Volksgezondheid financiert sinds enkele jaren verschillende projecten die een divers zorgaanbod voor geïnterneerden bieden. Gegevens over deze zorgtrajecten werden genoteerd in een dataset en geanalyseerd door het Kenniscentrum Forensisch psychiatrische zorg (KeFor) en het Centre de Recherche en Défense Sociale (CRDS).
We presenteren de resultaten ervan en beschrijven de profielen en trajectgegevens van de geïnterneerdenpopulatie (opgenomen onder B4-overeenkomsten). Demografische, diagnostische en delictgegevens worden geschetst, evenals inclusie- en afsluitingsgegevens. Hierbij zal er tevens een onderscheid gemaakt worden tussen de verschillende settings.

M10.2 “Geïnterneerden en middelengebruik … succesvol leven in de samenleving?”
Karlien Vermeiren, master in de criminologische wetenschappen, teamcoördinator en criminoloog, Fenix en Fenix+ (vzw Walden), Leuven

Er is sprake van een hoge prevalentie van een middelenstoornis bij de forensisch psychiatrische patiënten (40 tot 60%,Cosyns, D’Hont, Janssen Maes en Verellen, 2007). Middelengebruik is een risicofactor voor recidive, conditiebreuken en nieuwe detenties. Middelengebruik en psychische problemen beïnvloeden elkaar en leiden tot problemen op verschillende levensgebieden waaronder criminaliteit. Men spreekt hier over een tripple trouble, waarbij zowel de psychiatrische problematiek, het middelengebruik als het criminele gedrag voorkomen. Gezien voor de behandeling van deze populatie, naast rehabilitatie, het voorkomen van recidive in criminele feiten een belangrijk bijkomende doelstelling is, lijkt een geïntegreerde behandeling van deze middelenstoornis een conditio sine qua non.
Fenix ontwikkelde een behandelmodel, namelijk Fenix+, voor forensische cliënten in een ambulante context specifiek gericht op de dubbele diagnose, als aanvulling op de behandeling van het forensisch FACT team. Hoe gaat Fenix+ te werk? Is deze behandeling effectief en voor wie is deze behandeling geschikt?
In deze mededeling stellen medewerkers van Fenix+ hun werking voor, gekoppeld aan cijfers m.b.t. een populatiebeschrijving en effecten van het behandelmodel op herval in middelengebruik, criminele recidive en opnames en detenties.

16u30 - 18u00

M11 Forensische psychiatrie

M11.1 Gedwongen opname vanuit interdisciplinair perspectief | PDF
Freya Vander Laenen, hoofddocent criminologie, UGent

Achtergrond: Bij een gedwongen opname zijn heel wat personen en actoren betrokken. De betrokkenheid van diverse actoren, soms met een verschillende finaliteit en met verschillende verwachtingen, en de samenwerking tussen deze actoren blijkt een bijzonder aandachtspunt. Onderzoek naar gedwongen opname vanuit een interdisciplinair perspectief, is tot nog toe, ook internationaal, beperkt.
Doel: Het bestuderen, vanuit een interdisciplinair perspectief, van de problematiek van, en de ervaringen met, gedwongen opname van meerderjarige personen met een psychische kwetsbaarheid.
Methode: De steekproef bestaat uit zowel ervaringsdeskundigen en familie van ervaringsdeskundigen als uit professionelen, vanuit diverse, bij een gedwongen opname betrokken, actoren in Oost-Vlaanderen (huisartsen, psychiaters, afdeling psychiatrisch ziekenhuis, advocaten, vrederechters en procureurs en politie). Via 8 focusgroepen werden 50 deelnemers bevraagd.
Resultaat: Tijdens de presentatie worden de resultaten van dit onderzoek voorgesteld. Hierbij worden de ervaringen van de diverse actoren weergegeven: de impact van een gedwongen opname op de personen met een psychische kwetsbaarheid, hoe de actoren hun eigen rol en de rol van andere actoren zien en wat (niet) goed loopt in de samenwerking, komen aan bod.
In de presentatie wordt ook aandacht besteed aan aanbevelingen om de toepassing van een gedwongen opname in interdisciplinair perspectief te verbeteren, om de negatieve impact van een gedwongen opname op de ervaringsdeskundigen en familie-ervaringsdeskundigen te verminderen, en tenslotte om gedwongen opnames zelf te voorkomen.

M11.2 Samenwerking tussen Justitie-Welzijn - GGZ 'Wat levert het op?' | PDF
Miet Smeets, stafmedewerker, Vlaams Overlegplatform GG Regio Limburg, Hasselt

Het samenwerkingsverband Forensische doelgroep met alle relevante partners van justitie; welzijn en ggz werd opgericht in 2014. Ultieme doelstelling is de zorg voor de personen met een juridisch statuut verbeteren.
Via allerlei samenwerkingsprojecten trachten we dit te realiseren:
1) Kennis van elkaars werking
Het project ‘In het voorjaar gaan we vreemd’ wil medewerkers laten kennis maken met de denkkaders, de methodieken, de procedures en de cultuur van een andere organisatie om op die manier de samenwerking tussen medewerkers onderling en organisaties en/of sectoren te bevorderen en de expertise te vergroten. De meerwaarde van de uitwisseling situeert zich op niveau van de werkingen van de organisaties en niet zozeer op cliëntniveau.

2) Communicatie
Op welke manier kunnen we informatie tussen welzijn, gezondheidszorg en justitie delen? Wat zijn goede praktijkvoorbeelden en hoe kunnen we hier een rol in opnemen?
We hebben goede praktijkvoorbeelden verzameld en zijn op zoek gegaan naar een gemeenschappelijke deler voor communicatie.
3) Beroepsgeheim
Mensen doen vaak beroep op hun beroepsgeheim terwijl het soms gaat over ernstige gevaarsituaties. De hulpverlening kan zich beroepen op art 458 bis bij het doorgeven van informatie over nieuwe feiten. De toepassing hiervan is voor de hulpverlener niet altijd eenvoudig. In hoeverre moet men soms niet eerder vanuit een ethisch kader handelen: beroepsgeheim versus schuldig verzuim.
In hoeverre kunnen we toch bepaalde informatie, los van de diagnose delen?
Is art 458 bis voldoende gekend? Voor welke situaties kan het toegepast worden? Hoe kan men melden? Wat gebeurt er daarna? Wat zijn de gevolgen? Komt er feedback naar de hulpverlening? Zijn er handvatten, checklists die we kunnen gebruiken voor de toepassing van art 458 bis? Kunnen we die implementeren?
4) De specifieke doelgroep: personen met een verstandelijke beperking, een psychiatrische problematiek en een juridisch statuut
Mensen met een juridisch statuut hebben vaak ook een verstandelijke beperking. Hoe maken we verbinding met VAPH?
We hebben intersectorale ontmoetingsdagen georganiseerd, en informatiemomenten voor het PSD van de gevangenis voorzien. De intersectorale platforms werden in kaart gebracht. Er werden werkbezoeken georganiseerd.
Uit al deze ervaringen is een reisgids ‘ de justitiële Republiek binnen Zorg’ ontstaan.

M11.3 Stop it Now!: de preventie van seksueel kindermisbruik | PDF
Minne De Boeck, Universitair Forensich Centrum, Stop it Now!, Edegem

Het grote aantal slachtoffers van seksueel kindermisbruik en de desastreuze gevolgen van het fenomeen wijzen op het belang van de preventieve benadering van de problematiek. Stop it Now! is een preventieproject dat zich richt op de preventie van seksueel misbruik vanuit daderperspectief. Een belangrijk onderdeel hiervan is een anonieme en vertrouwelijke hulplijn voor iedereen die zich zorgen maakt over de eigen seksuele gevoelens of gedrag ten aanzien van minderjarigen, alsook voor iedereen die zich zorgen maakt over iemand in de dichte omgeving.
Deze bijdrage zal het fenomeen seksueel kindermisbruik kort kaderen en toelichten hoe Stop it Now! hier preventief mee aan de slag gaat. Centrale discussiepunten zijn: draagt de (geestelijke) gezondheidszorg een verantwoordelijkheid in de preventie van seksueel kindermisbruik, hoe kan de geestelijke gezondheidszorg hieraan bijdragen en hoe kan Stop it Now! de geestelijke gezondheidszorg hierin ondersteunen?

M11.4 Persoonlijkheidspathologie en adaptatie aan een forensische institutionele context: maakt de therapeutische relatie een verschil? | PDF
Steven Degrauwe, doelgroepcoördinator Forensische Zorg, Zorggroep Sint-Kamillus, Bierbeek

Forensisch psychiatrische patiënten in long-stay settings hebben geen perspectief op re-integratie in de maatschappij. Zij verblijven gedurende een lange tijd in een beveiligde, institutionele context. Bijgevolg is de mate van aanpassing aan de institutionele context cruciaal voor de zorg aan deze groep. Deze aanpassing aan het leven in een instituut (institutionele adaptatie) werd als construct weinig onderzocht vanuit persoonlijkheidsperspectief. Dit perspectief is wel relevant, gegeven de veronderstelling dat persoonlijkheidskenmerken sterk samenhangen met het dagelijkse functioneren. Daarnaast stelt zich de vraag of, gezien het lange en intensieve contact van patiënt en hulpverlener in een long-stay setting, de institutionele adaptatie in cruciale mate beïnvloed wordt door de therapeutische relatie. In een recent onderzoek wordt het verband tussen persoonlijkheidspathologie en institutionele adaptatie, samen met de mogelijke invloed van de therapeutische relatie, in de forensische long-stay populatie onderzocht. Geïnterneerde patiënten die langdurig verblijven in een residentiële forensische setting (N=60) vulden een vragenlijst betreffende het Alternatieve Model van Persoonlijkheidsstoornissen van DSM-5 (Krueger et al., 2012), samen met een vragenlijst die de institutionele adaptatie in kaart brengt in. Zowel patiënten als hulpverleners rapporteerden daarnaast via zelfrapportage over de therapeutische relatie. De resultaten worden besproken in functie van het potentieel van de therapeutische relatie voor het bufferen van persoonlijkheidspathologie. Hierbij worden een aantal voorbeelden en ervaringen uit de long-stay van de Zorggroep Sint-Kamillus gebruikt om deze bevindingen te ondersteunen.

16u30 - 18u00
M12 verstandelijke handicap/dubbeldiagnose

M12.1 Complexe casus zoekt hulpverlener. Haim Omer en Anton Dõsen bieden het antwoord | PDF
Goedele Hoefnagels, zorginhoudelijk coördinator, Multiversum, Mortsel
Marleen Schryvers, coördinator outreachteam dubbeldiagnose, Multiversum, Mortsel

Zoekertje: man van 26 jaar met licht verstandelijke beperking, autisme, instellingsverleden, drugsverslaving, gevangenisverleden, agressieproblematiek zoekt hulpverlener.
Enkele reacties:
- Opname op onze psychiatrische afdeling voor drugsverslaving: neen, exclusie verstandelijke beperking! Een IQ onder de 70 dat doen wij niet.
- Opname op onze psychiatrische afdeling voor mensen met een beperking: twijfel, want we kennen hem van in het verleden en de vorige opname is geëindigd n.a.v. een zwaar agressie-incident. Ah, dat is die agressieve gast; houd die maar buiten.
- Verblijf in een voorziening van het VAPH: neen, want hij is zelf niet gemotiveerd om in een voorziening te gaan wonen. Hij gaf aan: ‘Nooit meer in een instelling!’. Binnen het VAPH werken we emancipatorisch en op vraag van de cliënt.

Met deze casus willen we onze intersectorale behandelwijze voorstellen. Vanuit ons outreachteam dubbeldiagnose verstandelijke beperking - psychische problemen zoeken we voortdurend naar samenwerkingsverbanden. We vertrekken daarbij vanuit een uniek model waarin het kader van emotionele ontwikkeling van Anton Dõsen en het kader van Haim Omer van nieuwe autoriteit en geweldloos verzet, hand in hand gaan.

M12.2 Versneld vs. vertraagd handelen: balanceren met TIJD binnen de zorg | PDF
Katrijn Van Loock, pedagogisch directeur, DVC 't Zwart Goor - VZW Emmaüs, Merksplas
Lien Weytjens, DVC 't Zwart Goor - VZW Emmaüs, Merksplas

Dienstverleningscentrum ’t Zwart Goor wil zorg op maat bieden aan een zeer divers publiek van volwassenen met een verstandelijke beperking. Tijd is hierbij een uitdagend begrip. Er moeten voortdurend prioriteiten gesteld en keuzes gemaakt worden, ook omwille van de diverse verwachtingen en bezorgdheden bij de verschillende betrokken partijen.
Binnen onze gezinsvervangende context moeten we zodoende bij onze aanpak van gedrags- en emotionele problemen geregeld creatief zijn en balanceren tussen versneld en vertraagd handelen. Soms noopt een situatie tot onmiddellijke actie, en kan pas later een grondiger evaluatie en eventuele bijsturing gebeuren. Nog vaker – tegen de huidige tijdsgeest in – zullen we echter vertragen. Door tijd te nemen en opnieuw afstand te creëren, komt er ruimte om een bredere kijk en aangepaste benadering uit te werken. Of soms om te leren accepteren dat een situatie is wat ze is.
Hierbij moeten we ons met zijn allen steeds bewust zijn van de maatschappelijke context, alsook het spanningsveld tussen cliënt, diens persoonlijke context en de verschillende zorgverlener(s). Wat de vraag of verwachting van de ene is, is niet altijd ideaal voor de ander. We dienen oog te hebben voor alle betrokken partijen, willen we een succesvol parcours afleggen. Kwaliteit van leven van de cliënt staat hierbij voor ons centraal, eerder dan louter oplossingsgericht werken.
Aan de hand van een casus duiden we dergelijke evenwichtsoefening vanuit de praktijk. Het betreft een bewoner met licht verstandelijke beperking en complexe gedragsproblematiek.

M12.3 Rust in je hart, rust in je hoofd
Anne Van Sluijs, psychotherapeut, supervisor, Centrum Coherent, Antwerpen

Hartcoherentie is niet alleen een op zich staande begeleidingsvorm bij stress, hyperventilatie en andere stressgerelateerde problematieken, maar het kan ook een prima voorbereiding zijn om de effectiviteit van cognitieve therapievormen nog te vergroten.
Het grootste voordeel is echter dat het universeel is; het kan eenvoudig ingezet worden tijdens buddy-werking en/of multiculturele ontmoetingen en begeleidingen. Het is niet alleen een manier om stressgerelateerde problemen aan te pakken maar ook om de verbinding tussen twee of meer mensen te verstevigen; samen tot rust komen. Ik laat u kennismaken met hartcoherentie; een eenvoudige maar effectieve techniek. U krijgt ook een demo waarbij het effect gemeten wordt.

16u30 - 18u00
M13 herstel/ervaringswerk

M13.1 Participatie in Herstel | PDF
Céline Dewitte,
therapeut, herstelondersteuner, De MaRe

De herstelvisie is onlosmakelijk verbonden met het thema participatie. Wij streven dan ook naar een maximale participatie van onze cliënten en hun steunfiguren binnen de werking en visie van ons centrum. Tevens willen wij onze cliënten zoveel als mogelijk regie geven binnen hun eigen hersteltraject. Met een aantal praktijkvoorbeelden geven we zicht op hoe wij gedurende de afgelopen vijf jaar samen met onze cliënten tot de hoogste trede van de participatieladder zijn geklommen. De deelnemers worden uitgenodigd om actief na te denken hoe zij in de toekomst zelf verder aan de slag kunnen gaan met dit thema binnen hun eigen context.

 

M13.2 Herstelgerichte zorg in Tienen: CGG VBO | PDF
Anja Jacobs,
Bijkomende sprekers:
Els Travers, Peter Joostens, Ann Vranckx

Samen werken rond herstelgerichte zorg in Tienen: CGG VBO
In 2019 ging het CGG VBO samen met een ervaringswerker op zoek naar de betekenis van herstelgerichte zorg binnen een ambulante context. Een boeiend avontuur waarbij geen enkele invalshoek onbelicht werd gelaten. Theoretische concepten werden met de praktijk verweven via intervisie en de wekelijkse deelname van de ervaringswerker aan het teamoverleg. Ook de rol van de ervaringswerker op vlak van wachtlijstbeheer, groepstherapie, individuele cliënttrajecten werd onder de loep genomen en uitgeprobeerd. We experimenteerden zelfs met een pop-up inloopburo voor cgg-cliënten met de ervaringswerker als gastvrouw. Wat oorspronkelijk startte als een voorzichtig ‘aftasten’ van de mogelijke meerwaarde van een ervaringswerker in een cgg mondde uit in de enthousiaste deelname van een heel CGG-team aan een SRH-opleiding samen met andere partners uit de Tiense regio.

M13.3 I.ROC: Een herstelgericht meetinstrument | PDF
Bo Sintobin, klinisch psychologe en gedragstherapeut, Psychosociaal revalidatiecentrum De MaRe, Kortrijk

In het psychosociaal revalidatiecentrum De MaRe zijn we op zoek gegaan naar een meetinstrument dat onze werking en visie, waarbij heel sterk gekeken wordt naar de persoonlijke wensen, behoeften en voorkeuren, kan ondersteunen. Met de I.ROC (Individual Recovery Outcomes Counter) vonden we een herstelgericht meetinstrument dat niet enkel de functie heeft om de impact van herstelgericht werken te meten, maar dat ook kan ingezet worden als methodiek om het hersteltraject van onze cliënten vorm te geven. Het helpt cliënten om de regie te nemen over hun eigen traject en het helpt ook de herstelondersteuners om te doen wat nodig is in plaats van te doen wat ze het beste vinden voor de cliënt. Cliënten en herstelondersteuners kunnen op deze manier tot een evenwaardige relatie komen. Het instrument focust op welzijn, levenskwaliteit en de beleving van de cliënt en kan tevens gebruikt worden voor ROM. Het is gebaseerd op het HOPE (Home, Opportunity, People en Empowerment) herstelraamwerk en zorgt voor een visuele en gestructureerde dialoog over het herstelproces per levensdomein.