3 en 4 februari 2021
Antwerpen, Wilrijk - Campus Drie Eiken
Het tiende ggz-congres: een feest waard!

mededelingen

Donderdag 4 februari 2020
M07 paaz
M07.1 Liaisonpsychiatrie Team: closing the gap tussen geestelijke gezondheidzorg en somatiek
Hanne Vandewiele, master of science in de verpleeg- en vroedkunde, verpleegkundig specialist psychiatrie, UZ Gent
Bijkomende sprekers:
Kenny Van Daele, psychiatrisch verpleegkundige Spoedpsychiatrie, verpleegkundig consulent Liaisonpsychiatrie, UZ Gent
Prof. Dr. Gilbert Lemmens, diensthoofd Psychiatrie UZ Gent

Sinds 2008 is er in het UZ Gent een Liaisonpsychiatrie Team (LPT) actief. Ongeveer één derde van de patiënten die opgenomen worden met een somatische aandoening kampen ook met psychiatrische of psychische problemen. Een goede behandeling van de psychische comorbiditeit is van groot belang.
De psychische klachten hebben namelijk een belangrijke invloed op het verloop en de prognose van de somatische aandoening, de behandeltrouw, de verblijfsduur en de levenskwaliteit van de patiënt.
Daarnaast biedt het team, indien gewenst, educatie, advies, inhoudelijke, emotionele en organisatorische ondersteuning aan het somatische behandelend team. Het legt zich ook toe op de ontwikkeling en implementatie van specifieke zorgpaden (o.a. perinataal zorgpad en zorgpad alcohol).
Tijdens de mededeling lichten we de multidisciplinaire (psychiater, psycholoog, verpleegkundige) werking, werkterrein en organisatie toe van het team alsook de samenwerking me het somatisch team en de context van de patiënt. We zetten de stap buiten de muren en netwerken van ggz-instellingen en dichten de scheiding tussen psychiatrie en somatiek. Die brugfunctie zorgt voor een sterkere holistische behandeling van de patiënt. Gezien de somatische hulpverlener naast de patiënt en diens context tot ons doelpubliek behoort, verlagen we het stigma, verlagen we de drempel naar geestelijke gezondheidzorg en verhogen we kwaliteit van de geboden patiëntenzorg.
Het LPT van het UZ Gent is in die mate uitgebouwd dat we inspirerend en motiverend kunnen zijn voor andere instellingen.

M07.2 Zin of onzin van diagnostiek op de PAAZ
Ellen Excelmans, klinisch psycholoog, psycholoog, PAAZ Sint-Vincentius, GZA groep, Antwerpen
Bijkomende sprekers:
Gita Vermeiren, Tina Coppens, Antoinet Komen, Andy Dewitte

Een opname op de PAAZ moet kortdurend en gericht op crisisopvang en -interventie zijn. Een goede diagnosestelling is hierbij aangewezen. Soms wordt ook een diagnose gevraagd bij doorverwijzing. Vraag is of binnen het kort tijdsbestek van een opname kwaliteitsvolle diagnostiek wel mogelijk is. Patiënten zijn vaak in crisis en dit kleurt het toestandsbeeld. In sommige gevallen is de crisis zelfs een tegenindicatie voor een psychodiagnostisch onderzoek. We denken hierbij aan het in kaart brengen van de cognitieve functies in een neuropsychologisch onderzoek. Bovendien botsen ook wij op de beperkte inzet van personeel en middelen voor kwaliteitsvolle diagnostiek.
In deze bijdrage willen we de discussie op gang brengen over de zin of onzin van diagnostiek op de PAAZ: is diagnostiek op de PAAZ überhaupt wel zinvol? Wat zijn de risico’s? En welke meerwaarde kan diagnostiek bieden? Hoe kan dit dan gerealiseerd worden?

M07.3 Perinataal Geestelijk Gezondheid Zorgpad: screening en detectie van perinatale depressie binnen GZA
Mia Massaer, master in vroedkunde, PhD Maternal Mental Health UA, kwaliteitscoördinator zorgzone moeder- en kind zorg, GasthuisZusters van Antwerpen, Wilrijk

Een kind krijgen is een ingrijpende gebeurtenis. De jonge moeder maakt in korte tijd veel veranderingen door. Lichamelijk en hormonaal, maar ook emotioneel en sociaal. Maar liefst 50-80% van alle vrouwen hebben last van enkele ‘huildagen’ na de bevalling. Bij 10%-20% van de mama’s blijft die sombere stemming langer dan 10 a 14 dagen aanslepen. Twee op de tien vrouwen ondervinden een mentaal gezondheidsprobleem tijdens de zwangerschap en het eerste jaar na de bevalling. Meer dan 75% van deze vrouwen worden niet gediagnosticeerd en krijgen bijgevolg niet de gepaste hulpverlening. Dit geeft aan dat deze perinatale stemming vaak niet opgemerkt wordt. Het bevragen van het psychisch welbevinden van de mama zit niet in de routine obstetrische zorg. Perinatale mentale problemen kunnen echter wel een grote impact hebben op de jonge moeder, het kind en haar omgeving. In de richtlijn screening en detectie van perinatal mentale stoornissen stelt men dat de perinatale periode een ideaal moment is om aandacht te hebben voor de sociale en mentale gezondheid van de moeder. Binnen GZA zijn we in maart 2019 gestart met de uitrol van het perinatal geestelijk gezondheid zorgpad (PGGZ). Dit omvat een systematische screening en opvolging van elke moeder welke binnen GZA bevalt. In de presentatie schetsen we het verloop van de implementatie en de nodige tips en tricks hierbij.

M07.4 Fixatieluwe PAAZ
Cynthia Philips, master, hoofdverpleegkundige PAAZ, GZA Sint-Vincentius, Antwerpen

Afzondering en fixatie zijn internationaal lang belangrijke elementen geweest op een psychiatrische afdeling. Redenen waarom er gebruik gemaakt wordt van zulke vrijheidsbeperkende maatregelen zijn gewelddadig gedrag, verbale agressie, dreigende fysieke agressie, zelfverwonding, suïcidaal gedrag, psychotische kenmerken etc. (1-2)
Gebruik van dwangmaatregelen zijn controversieel. Ze zijn een inbreuk op de rechten van de patiënt en zijn zowel voor patiënten als voor hulpverleners schadelijk (2-3). Het verminderen van deze maatregelen binnen de ggz is prioritair binnen de gezondheidszorg in de Westerse landen en dus ook bij ons. (4)
In 2019 hadden we als PAAZ met 60 bedden slechts 2 afzonderingen. Omwille van de cijfers enerzijds en de luider klinkende vraag naar een vermindering van vrijheidsbeperkende maatregelen anderzijds, besloten we eind 2019 om een afzonderingskamer om te bouwen tot een prikkelarme kamer als alternatief. We delen deze ervaring om kennis te maken met een nieuwe cultuur binnen de ggz.

M08 internering
M08.1 De geïnterneerdenpopulatie in België: Eindelijk data!
Claudia Pouls, master, onderzoeker, OPZC Rekem - KeFor, Rekem
Bijkomende sprekers:
Denis Delannoy, Fanny Degouis, Thierry Pham, Inge Jeandarme

De Federale Overheidsdienst Volksgezondheid financiert sinds enkele jaren verschillende projecten die een divers zorgaanbod voor geïnterneerden bieden. Gegevens over deze zorgtrajecten werden genoteerd in een dataset en geanalyseerd door het Kenniscentrum Forensisch psychiatrische zorg (KeFor) en het Centre de Recherche en Défense Sociale (CRDS).
We presenteren de resultaten ervan en beschrijven de profielen en trajectgegevens van de geïnterneerdenpopulatie (opgenomen onder B4-overeenkomsten). Demografische, diagnostische en delictgegevens worden geschetst, evenals inclusie- en afsluitingsgegevens. Hierbij zal er tevens een onderscheid gemaakt worden tussen de verschillende settings.

M08.2 “Geïnterneerden en middelengebruik … succesvol leven in de samenleving?”
Karlien Vermeiren, master in de criminologische wetenschappen, teamcoördinator en criminoloog, Fenix en Fenix+ (vzw Walden), Leuven

Er is sprake van een hoge prevalentie van een middelenstoornis bij de forensisch psychiatrische patiënten (40 tot 60%,Cosyns, D’Hont, Janssen Maes en Verellen, 2007). Middelengebruik is een risicofactor voor recidive, conditiebreuken en nieuwe detenties. Middelengebruik en psychische problemen beïnvloeden elkaar en leiden tot problemen op verschillende levensgebieden waaronder criminaliteit. Men spreekt hier over een tripple trouble, waarbij zowel de psychiatrische problematiek, het middelengebruik als het criminele gedrag voorkomen. Gezien voor de behandeling van deze populatie, naast rehabilitatie, het voorkomen van recidive in criminele feiten een belangrijk bijkomende doelstelling is, lijkt een geïntegreerde behandeling van deze middelenstoornis een conditio sine qua non.
Fenix ontwikkelde een behandelmodel, namelijk Fenix+, voor forensische cliënten in een ambulante context specifiek gericht op de dubbele diagnose, als aanvulling op de behandeling van het forensisch FACT team. Hoe gaat Fenix+ te werk? Is deze behandeling effectief en voor wie is deze behandeling geschikt?
In deze mededeling stellen medewerkers van Fenix+ hun werking voor, gekoppeld aan cijfers m.b.t. een populatiebeschrijving en effecten van het behandelmodel op herval in middelengebruik, criminele recidive en opnames en detenties.

M09 kwaliteit van zorg
M09.1 Wat als hulpverleners het belangrijk vinden om patiënten te laten participeren aan een multidisciplinaire teambespreking?
Kevin Berben, master of science in de verpleeg- en vroedkunde, stafmedewerker AZT, lector PXL, drs. Universiteit Gent, Alexianen Zorggroep Tienen

Uit een bevraging van 763 hulpverleners in de residentiële geestelijke gezondheidszorg in Vlaanderen (2019) blijkt dat 709 (93%) van de hulpverleners het belangrijk vinden dat patiënten participeren tijdens een multidisciplinaire teambespreking waar hun zorg wordt besproken. Meer nog, hetzelfde resultaat wordt gevonden bij een vraag welke rol patiënten dan tijdens deze bespreking mogen innemen. 93% van de hulpverleners verkiest een actieve rol van de patiënt waarbij de patiënt als persoon aanwezig is, luistert, vragen stelt, zijn verhaal vertelt, deelneemt aan de interactie(s) en mee discussieert tijdens de bespreking. Maar wat zeggen deze cijfers nu? Tijdens deze mededeling delen we graag de belangrijkste onderzoeksresultaten van de studie en geven we suggesties op welk thema’s je als hulpverlener extra kan inzetten als je patiënten laat deelnemen aan een multidisciplinaire teambespreking.

M09.2 Ziekenhuisaccreditatie en geestelijke gezondheid(szorg): een feest waard? Een huisarts, een nucleair geneeskundige en een psychiater aan het woord
Marc Calmeyn, universitair, psychiater, Loppem Zedelgem

Wikipedia omschrijft accreditatie als ‘een procedure waarbij een derde partij een geschreven garantie geeft dat een product, proces, dienst of persoon beantwoordt aan specifieke vereisten’. Het sluit naadloos aan bij het belangrijke thema van de kwaliteitszorg. Maar kan ziekenhuisaccreditatie dit waarmaken?
De sprekers wijzen op mogelijke ‘nevenwerkingen’ van en zelfs ‘contra-indicaties’ bij deze vorm van kwaliteitscontrole.
Piet Vermeire, huisarts, getuigt hoe op lokaal niveau de passage van accreditatiecommissies zorgpaden en zeer gewogen en breed gedragen afspraken tussen eerste en tweede lijn van tafel heeft geveegd. De eerste lijn blijft verweesd achter. Ziekenhuisaccreditatie is de spreekwoordelijke olifant in de porseleinenwinkel. Frank De Geeter, nucleair geneeskundige, geeft een overzicht van de literatuur over doeltreffendheid van ziekenhuisaccreditering gemeten aan de uitkomst voor de patiënt. Hij komt tot de vaststelling: less is more.
Marc Calmeyn, psychiater, beschrijft hoe een ‘tool’ uit de profitsector toegepast op de ‘non-profit sector’ een doel is dat de middelen heiligt. Accreditatie werkt aan de randvoorwaarden van kwaliteitsvolle zorg en behandeling maar verandert niets aan het kernprobleem in de (geestelijke) gezondheidszorg: hoe kan een ziekenhuis van een ’human factory’ naar een ‘place to be’ evolueren waar de ‘human factor’ de motor is van de organisatiestructuur?
Kortom, uit de presentaties komt naar vren hoe ziekenhuisaccreditatie een negatieve impact kan hebben op de geestelijke gezondheid van niet enkel de patiënten maar ook van de professionelen én van de organisatie as such.

M09.3 Innovatieve ombudspraktijken
Marlies Thonnon, psychiatrisch verpleegkundige, ombudsvrouw, Vlaams overlegplatform geestelijke gezondheid OPGG, Wilrijk
Bijkomende sprekers:
Kris Bruyninck, Helene Camn

Iedere patiënt heeft het recht om een klacht aangaande zijn patiëntenrechten neer te leggen bij een onafhankelijke ombudspersoon. Voor bepaalde settings en gebruikers in de geestelijke gezondheidszorg is dit patiëntenrecht onvoldoende toegankelijk. Daarom heeft de Vlaamse overheid aan de externe ombudsdienst ggz een project toegekend. Dit project voorziet in de realisatie van innovatieve praktijken binnen de geestelijke gezondheid voor kinderen en jongeren in residentiële, mobiele en ambulante settings enerzijds en anderzijds voor volwassenen in de mobiele en ambulante settings. Naast visievorming is er aandacht voor het uitwerken en implementeren van een innovatieve ombudspraktijk en het sensibiliseren van hulpverleners.
1. Kinderen en jongere.
Bij de visievorming ligt de focus op de kwetsbare positie van de jongere, de inschatting van de wilsbekwaamheid, de vertegenwoordiging en de opdracht van de externe ombudsdienst. Deze visie wordt gerealiseerd door input van belangrijke stakeholders. De ervaringsdeskundige jongeren zijn de toetssteen. De innovatieve ombudspraktijk hoort aangepast te zijn aan de leefwereld en de context van de jongeren. Voor de hulpverlener wordt gefocust op informeren en sensibiliseren.
2. Volwassenen
Tot op heden situeert de praktijk van de externe ombudsdienst ggz zich vooral in de residentiële setting. Door middel van zowel input van de ggz-gebruiker als relevante stakeholders worden richtlijnen uitgewerkt om de verwachtingen, noden en mogelijkheden van de externe ombudsfunctie in de ambulante en mobiele setting in kaart te brengen en deze om te zetten in een innovatie ombudspraktijk in die settings.

M10 participatie
M10.1 Waar is dat feestje? Hier is dat feestje!: patiëntenverenigingen nodigen hulpverleners uit om te vieren!
Patrick Colemont, master of science, beleidsmedewerker, Vlaams Patiëntenplatform, Heverlee


M10.2 Het overHoophuis
Nathalie Albert, ervaringsdeskundige, projectleider, Alexianen Zorggroep Tienen

Het overHoop is een warm huis: een plek waar ervaringsdeskundigen gevormd en uitgezonden worden om taken op te nemen in de regio.

M10.3 Participatie in Herstel
Céline Dewitte, bachelor toegepaste psychologie en psychiatrisch verpleegkunde, therapeut, herstelondersteuner, De MaRe

De herstelvisie is onlosmakelijk verbonden met het thema participatie. Wij streven dan ook naar een maximale participatie van onze cliënten en hun steunfiguren binnen de werking en visie van ons centrum. Tevens willen wij onze cliënten zoveel als mogelijk regie geven binnen hun eigen hersteltraject. Met een aantal praktijkvoorbeelden geven we zicht op hoe wij gedurende de afgelopen vijf jaar samen met onze cliënten tot de hoogste trede van de participatieladder zijn geklommen. De deelnemers worden uitgenodigd om actief na te denken hoe zij in de toekomst zelf verder aan de slag kunnen gaan met dit thema binnen hun eigen context.

M10.4 Van onthecht naar verbinding
Leen Verhaert, bacherlor, freelance spreker, Vulpes Partners BV, Antwerpen

Vanuit verwondering over wat me plots overkwam, deel ik mijn verhaal rond een acute psychose en hulpverlening. 17 dagen ‘psychotisch zijn’ beschrijf ik, vertel ik en deel ik.
Als loopbaancoach was mijn missie het bewustzijn van mensen faciliteren rond hun loopbaan. Vandaag tracht ik op dezelfde manier taboe rond psychose te doorbreken, bijhorend stigma in te perken en een boodschap van hoop te verspreiden. Een bijzondere carrière switch. Mijn getuigenis wil ik gebruiken om professionele hulpverleners (verpleegkundigen, psychiaters, therapeuten, psychologen) aan te moedigen om meer mens te durven zijn. Mensen (familie, collega’s, ervaringsdeskundigen) wil ik inspireren om mee een stukje hulpverlening te dragen. De drie partijen, patiënt/cliënt, hulpverlener en familie samenbrengen op een gelijkwaardige manier, elk vanuit hun eigen expertise is mijn uitdaging.

M11 diagnose
M11.1 Kortdurend behandelen in de eerste lijn: hoe doe je dat?
Nathalie Haeck, klinisch psycholoog, gezondheidszorgpsycholoog bij Mentaal Beter, praktijkassistent UGent, docent PEV Eerstelijnspsychologische zorg, UGent, Schelderode
Bijkomende sprekers:
Paul Rijnders

Het KOP-model (Rijnders & Heene, 2015) is een transdiagnostisch en generalistisch behandelmodel dat gebruikt wordt in de eerstelijns-ggz in Nederland en Vlaanderen. Het gaat ervan uit dat psychische klachten ontstaan door een combinatie van bepaalde omstandigheden of omgevingsfactoren bij de cliënt en de individuele kenmerken van deze persoon. Dit gaat vaak over coping, denkstijl, zelfbeeld, enz. Door het brengen van overzicht en inzicht is het mogelijk om bepaalde doelen te stellen voor gedragsverandering.
We leren hoe u het KOP-model effectief kunt inzetten bij milde tot matige psychische klachten. Aan de hand van casuïstiek oefenen we deze methodiek van casusconceptualisatie en doelen bepalen naar gedragsverandering en tot terugvalpreventie.

M12.1 Gedwongen opname vanuit interdisciplinair perspectief
Freya Vander Laenen, dr. (phd), hoofddocent criminologie, UGent

Achtergrond: Bij een gedwongen opname zijn heel wat personen en actoren betrokken. De betrokkenheid van diverse actoren, soms met een verschillende finaliteit en met verschillende verwachtingen, en de samenwerking tussen deze actoren blijkt een bijzonder aandachtspunt. Onderzoek naar gedwongen opname vanuit een interdisciplinair perspectief, is tot nog toe, ook internationaal, beperkt.
Doel: Het bestuderen, vanuit een interdisciplinair perspectief, van de problematiek van, en de ervaringen met, gedwongen opname van meerderjarige personen met een psychische kwetsbaarheid.
Methode: De steekproef bestaat uit zowel ervaringsdeskundigen en familie van ervaringsdeskundigen als uit professionelen, vanuit diverse, bij een gedwongen opname betrokken, actoren in Oost-Vlaanderen (huisartsen, psychiaters, afdeling psychiatrisch ziekenhuis, advocaten, vrederechters en procureurs en politie). Via 8 focusgroepen werden 50 deelnemers bevraagd.
Resultaat: Tijdens de presentatie worden de resultaten van dit onderzoek voorgesteld. Hierbij worden de ervaringen van de diverse actoren weergegeven: de impact van een gedwongen opname op de personen met een psychische kwetsbaarheid, hoe de actoren hun eigen rol en de rol van andere actoren zien en wat (niet) goed loopt in de samenwerking, komen aan bod.
In de presentatie wordt ook aandacht besteed aan aanbevelingen om de toepassing van een gedwongen opname in interdisciplinair perspectief te verbeteren, om de negatieve impact van een gedwongen opname op de ervaringsdeskundigen en familie-ervaringsdeskundigen te verminderen, en tenslotte om gedwongen opnames zelf te voorkomen.

M12.2 Samenwerking tussen Justitie-Welzijn - GGZ 'Wat levert het op?'
Miet Smeets, master sociologie, stafmedewerker, Vlaams Overlegplatform GG Regio Limburg, Hasselt

Het samenwerkingsverband Forensische doelgroep met alle relevante partners van justitie; welzijn en ggz werd opgericht in 2014. Ultieme doelstelling is de zorg voor de personen met een juridisch statuut verbeteren.
Via allerlei samenwerkingsprojecten trachten we dit te realiseren:
1) Kennis van elkaars werking
Het project ‘In het voorjaar gaan we vreemd’ wil medewerkers laten kennis maken met de denkkaders, de methodieken, de procedures en de cultuur van een andere organisatie om op die manier de samenwerking tussen medewerkers onderling en organisaties en/of sectoren te bevorderen en de expertise te vergroten. De meerwaarde van de uitwisseling situeert zich op niveau van de werkingen van de organisaties en niet zozeer op cliëntniveau. 2) Communicatie
Op welke manier kunnen we informatie tussen welzijn, gezondheidszorg en justitie delen? Wat zijn goede praktijkvoorbeelden en hoe kunnen we hier een rol in opnemen?
We hebben goede praktijkvoorbeelden verzameld en zijn op zoek gegaan naar een gemeenschappelijke deler voor communicatie.
Dat communicatie tussen organisaties binnen welzijn, gezondheid en justitie mogelijk is, willen we illustreren aan de hand van het samenwerkingskader ontwikkeld door de justitiehuizen van Hasselt en Genk samen met de gesubsidieerde projecten binnen het CAW, ZorGGroep Zin en Katarsis.
3) Beroepsgeheim
Toepassing art 458 bis: verontrustende situaties: hoe hiermee omgaan?
Mensen doen vaak beroep op hun beroepsgeheim terwijl het soms gaat over ernstige gevaarsituaties. De hulpverlening kan zich beroepen op art 458 bis bij het doorgeven van informatie over nieuwe feiten. De toepassing hiervan is voor de hulpverlener niet altijd eenvoudig. In hoeverre moet men soms niet eerder vanuit een ethisch kader handelen: beroepsgeheim versus schuldig verzuim.
In hoeverre kunnen we toch bepaalde informatie, los van de diagnose delen?
Is art 458 bis voldoende gekend? Voor welke situaties kan het toegepast worden? Hoe kan men melden? Wat gebeurt er daarna? Wat zijn de gevolgen? Komt er feedback naar de hulpverlening? Zijn er handvatten, checklists die we kunnen gebruiken voor de toepassing van art 458 bis? Kunnen we die implementeren?
We hebben dan vanuit het parket art 458 bis vertaald voor de hulpverlening waardoor zij beter kunnen inschatten wanneer het artikel toepasbaar is, hoe dat moet gebeuren en wat er na een melding gebeurt. Hier rond werd een folder ontwikkeld die ook binnen het Family Justice Center gebruikt wordt.
Daarnaast wordt voor hulpverleners op het parket anoniem casusoverleg mogelijk.
4) De specifieke doelgroep: personen met een verstandelijke beperking, een psychiatrische problematiek en een juridisch statuut
Mensen met een juridisch statuut hebben vaak ook een verstandelijke beperking. Hoe maken we verbinding met VAPH?
We hebben intersectorale ontmoetingsdagen georganiseerd, en informatiemomenten voor het PSD van de gevangenis voorzien. De intersectorale platforms werden in kaart gebracht. Er werden werkbezoeken georganiseerd.
Uit al deze ervaringen is een reisgids ‘ de justitiële Republiek binnen Zorg’ ontstaan. Deze reisgids willen we ook graag toelichten.

M12.3 Stop it Now!: de preventie van seksueel kindermisbruik
Minne De Boeck, master criminologie, Universitair Forensich Centrum, Stop it Now!, Edegem

Het grote aantal slachtoffers van seksueel kindermisbruik en de desastreuze gevolgen van het fenomeen wijzen op het belang van de preventieve benadering van de problematiek. Stop it Now! is een preventieproject dat zich richt op de preventie van seksueel misbruik vanuit daderperspectief. Een belangrijk onderdeel hiervan is een anonieme en vertrouwelijke hulplijn voor iedereen die zich zorgen maakt over de eigen seksuele gevoelens of gedrag ten aanzien van minderjarigen, alsook voor iedereen die zich zorgen maakt over iemand in de dichte omgeving.
Deze bijdrage zal het fenomeen seksueel kindermisbruik kort kaderen en toelichten hoe Stop it Now! hier preventief mee aan de slag gaat. Centrale discussiepunten zijn: draagt de (geestelijke) gezondheidszorg een verantwoordelijkheid in de preventie van seksueel kindermisbruik, hoe kan de geestelijke gezondheidszorg hieraan bijdragen en hoe kan Stop it Now! de geestelijke gezondheidszorg hierin ondersteunen?

M12.4 Persoonlijkheidspathologie en adaptatie aan een forensische institutionele context: maakt de therapeutische relatie een verschil?
Steven Degrauwe, master psychologie, doelgroepcoördinator Forensische Zorg, Zorggroep Sint-Kamillus, Bierbeek

Forensisch psychiatrische patiënten in long-stay settings hebben geen perspectief op re-integratie in de maatschappij. Zij verblijven gedurende een lange tijd in een beveiligde, institutionele context. Bijgevolg is de mate van aanpassing aan de institutionele context cruciaal voor de zorg aan deze groep. Deze aanpassing aan het leven in een instituut (institutionele adaptatie) werd als construct weinig onderzocht vanuit persoonlijkheidsperspectief. Dit perspectief is wel relevant, gegeven de veronderstelling dat persoonlijkheidskenmerken sterk samenhangen met het dagelijkse functioneren. Daarnaast stelt zich de vraag of, gezien het lange en intensieve contact van patiënt en hulpverlener in een long-stay setting, de institutionele adaptatie in cruciale mate beïnvloed wordt door de therapeutische relatie. In een recent onderzoek wordt het verband tussen persoonlijkheidspathologie en institutionele adaptatie, samen met de mogelijke invloed van de therapeutische relatie, in de forensische long-stay populatie onderzocht. Geïnterneerde patiënten die langdurig verblijven in een residentiële forensische setting (N=60) vulden een vragenlijst betreffende het Alternatieve Model van Persoonlijkheidsstoornissen van DSM-5 (Krueger et al., 2012), samen met een vragenlijst die de institutionele adaptatie in kaart brengt in. Zowel patiënten als hulpverleners rapporteerden daarnaast via zelfrapportage over de therapeutische relatie. De resultaten worden besproken in functie van het potentieel van de therapeutische relatie voor het bufferen van persoonlijkheidspathologie. Hierbij worden een aantal voorbeelden en ervaringen uit de long-stay van de Zorggroep Sint-Kamillus gebruikt om deze bevindingen te ondersteunen.

M13 verstandelijke handicap/dubbeldiagnose
M13.1 Complexe casus zoekt hulpverlener. Haim Omer en Anton Dõsen bieden het antwoord
Goedele Hoefnagels, licentiaat in de pedagogische wetenschappen, orthopedagogiek, zorginhoudelijk coördinator, Multiversum, Mortsel
Bijkomende spreker:
Marleen Schryvers, maatschappelijk assistent van opleiding en coördinator van ons outreachteam dubbeldiagnose in Multiversum.

Zoekertje: man van 26 jaar met licht verstandelijke beperking, autisme, instellingsverleden, drugsverslaving, gevangenisverleden, agressieproblematiek zoekt hulpverlener.
Enkele reacties:
- Opname op onze psychiatrische afdeling voor drugsverslaving: neen, exclusie verstandelijke beperking! Een IQ onder de 70 dat doen wij niet.
- Opname op onze psychiatrische afdeling voor mensen met een beperking: twijfel, want we kennen hem van in het verleden en de vorige opname is geëindigd n.a.v. een zwaar agressie-incident. Ah, dat is die agressieve gast; houd die maar buiten.
- Verblijf in een voorziening van het VAPH: neen, want hij is zelf niet gemotiveerd om in een voorziening te gaan wonen. Hij gaf aan: ‘Nooit meer in een instelling!’. Binnen het VAPH werken we emancipatorisch en op vraag van de cliënt.

Met deze casus willen we onze intersectorale behandelwijze voorstellen. Vanuit ons outreachteam dubbeldiagnose verstandelijke beperking - psychische problemen zoeken we voortdurend naar samenwerkingsverbanden. We vertrekken daarbij vanuit een uniek model waarin het kader van emotionele ontwikkeling van Anton Dõsen en het kader van Haim Omer van nieuwe autoriteit en geweldloos verzet, hand in hand gaan.

M13.2 Versneld vs. vertraagd handelen: balanceren met TIJD binnen de zorg
Katrijn Van Loock, master pedagogische wetenschappen, pedagogisch directeur, DVC 't Zwart Goor - VZW Emmaüs, Merksplas
Bijkomende sprekers:
Katrijn Van Loock, opleiding master in pedagogische wetenschappen
Lien Weytjens, opleiding master in pedagogische wetenschappen

Dienstverleningscentrum ’t Zwart Goor wil zorg op maat bieden aan een zeer divers publiek van volwassenen met een verstandelijke beperking. Tijd is hierbij een uitdagend begrip. Er moeten voortdurend prioriteiten gesteld en keuzes gemaakt worden, ook omwille van de diverse verwachtingen en bezorgdheden bij de verschillende betrokken partijen.
Binnen onze gezinsvervangende context moeten we zodoende bij onze aanpak van gedrags- en emotionele problemen geregeld creatief zijn en balanceren tussen versneld en vertraagd handelen. Soms noopt een situatie tot onmiddellijke actie, en kan pas later een grondiger evaluatie en eventuele bijsturing gebeuren. Nog vaker – tegen de huidige tijdsgeest in – zullen we echter vertragen. Door tijd te nemen en opnieuw afstand te creëren, komt er ruimte om een bredere kijk en aangepaste benadering uit te werken. Of soms om te leren accepteren dat een situatie is wat ze is.
Hierbij moeten we ons met zijn allen steeds bewust zijn van de maatschappelijke context, alsook het spanningsveld tussen cliënt, diens persoonlijke context en de verschillende zorgverlener(s). Wat de vraag of verwachting van de ene is, is niet altijd ideaal voor de ander. We dienen oog te hebben voor alle betrokken partijen, willen we een succesvol parcours afleggen. Kwaliteit van leven van de cliënt staat hierbij voor ons centraal, eerder dan louter oplossingsgericht werken.
Aan de hand van een casus duiden we dergelijke evenwichtsoefening vanuit de praktijk. Het betreft een bewoner met licht verstandelijke beperking en complexe gedragsproblematiek.

M13.3 Abdijweekend voor mensen met een psychische beperking. Aandachtspunten en valkuilen
Katrien Cornette, dr. in de praktische theologie, Dienst Zinzorg en Pastoraat, Zorggroep Sint-Kamillus, Bierbeek

Organisaties die psychiatrische zorg aanbieden, benadrukken vandaag het belang van holistische zorg: aandacht dient uit te gaan naar alle levensdomeinen (het lichamelijke, het psychische, het sociale én de zinbeleving). Hiertoe wordt - in dialoog met vele partners - een aangepast zorgtraject uitgebouwd, waaraan mensen volwaardig participeren.
De vierde pijler (de zinbeleving) mee opnemen in dit verhaal van vermaatschappelijking van zorg blijkt in de praktijk niet altijd evident. Parochies en bezinningscentra vragen ondersteuning wanneer mensen met een psychische beperking bij hen aankloppen en de doelgroep zoekt begeleiding omdat de drempel richting het bestaande aanbod als te hoog ervaren wordt.
Daarom richt de dienst Zingeving van zorggroep Sint-Kamillus, bij wijze van pilootproject, sinds twee jaar een eigen spiritualiteitsweekend in de abdij van Averbode in. Het programma, openstaand voor patiënten, bewoners en cliënten uit de thuiszorg, biedt tijd voor stilte en ontmoeting, zinbeleving en geloof. Het publiek is divers en kan in brede zin als ‘zinzoekers’ omschreven worden. Vrijwilligers (uit de nabije parochies en de groep van gepensioneerde medewerkers) krijgen een korte introductie en dragen bij aan de sfeer van onthaasting en verdieping.
Onze ervaring willen we delen door vijf pistes ter reflectie aan te reiken: 1. Krijtlijnen om van start te gaan (toepassing MIRTE-model); 2. Belang van een voortraject (met zoektocht naar subsidiëring en empowerment van deelnemers); 3. Respect voor verschillende levensbeschouwingen (vertaald in een meerkeuzeprogramma); 4. Belang van presentie; 5. Therapeutische effecten. We sluiten af met een fotoverhaal door twee deelnemers en een vragenronde waarin zij jullie graag te woord staan.

M13.4 Rust in je hart, rust in je hoofd
Anne Van Sluijs, bachelor, psychotherapeut, supervisor, Centrum Coherent, Antwerpen

Hartcoherentie is niet alleen een op zich staande begeleidingsvorm bij stress, hyperventilatie en andere stressgerelateerde problematieken, maar het kan ook een prima voorbereiding zijn om de effectiviteit van cognitieve therapievormen nog te vergroten.
Het grootste voordeel is echter dat het universeel is; het kan eenvoudig ingezet worden tijdens buddy-werking en/of multiculturele ontmoetingen en begeleidingen. Het is niet alleen een manier om stressgerelateerde problemen aan te pakken maar ook om de verbinding tussen twee of meer mensen te verstevigen; samen tot rust komen. Ik laat u kennismaken met hartcoherentie; een eenvoudige maar effectieve techniek. U krijgt ook een demo waarbij het effect gemeten wordt.

M14 herstel/ervaringswerk
M14.1 Samen werken rond herstelgerichte zorg in Tienen: Alexianen Zorgroep Tienen
Nathalie Albert, ervaringsdeskundige, projectleider, Alexianen Zorggroep Tienen

In 2015 kwam bij Hestia vzw, onderdeel van Zorggroep Alexianen Tienen, de eerste betaalde ervaringsdeskundige in dienst. Na vier jaar vruchtbare samenwerking besloot Hestia, dienst voor vermaatschappelijking van zorg met onder andere een IBW, mobiel team, Support Team, dienst Activering en ontmoetingscentrum nog twee ervaringswerkers aan te werven. Ondertussen vormen zij, samen met een team van 35 vrijwiligers, Team Ervaringsdeskundigheid.
Dit team biedt ervaringsdeskundige diensten aan het psychiatrisch ziekenhuis en andere ggz-partners in de regio Tienen – Zuid Oost Hageland. Er wordt samengewerkt met het algemene ziekenhuis, huisartsen, de zorgraad en nog vele andere collega’s. Hoe dit herstelbevorderende initiatief tot stand kwam verneemt u van de ervaringswerkers zelf.

M14.2 Herstelgerichte zorg in Tienen: CGG VBO
Anja Jacobs,
Bijkomende sprekers:
Els Travers, Peter Joostens, Ann Vranckx

Samen werken rond herstelgerichte zorg in Tienen: CGG VBO
In 2019 ging het CGG VBO samen met een ervaringswerker op zoek naar de betekenis van herstelgerichte zorg binnen een ambulante context. Een boeiend avontuur waarbij geen enkele invalshoek onbelicht werd gelaten. Theoretische concepten werden met de praktijk verweven via intervisie en de wekelijkse deelname van de ervaringswerker aan het teamoverleg. Ook de rol van de ervaringswerker op vlak van wachtlijstbeheer, groepstherapie, individuele cliënttrajecten werd onder de loep genomen en uitgeprobeerd. We experimenteerden zelfs met een pop-up inloopburo voor cgg-cliënten met de ervaringswerker als gastvrouw. Wat oorspronkelijk startte als een voorzichtig ‘aftasten’ van de mogelijke meerwaarde van een ervaringswerker in een cgg mondde uit in de enthousiaste deelname van een heel CGG-team aan een SRH-opleiding samen met andere partners uit de Tiense regio.

M14.3 spiegeltje spiegeltje aan de wand?
Emmy Berus, patiëntenervaring gelijkgesteld aan bachelor, begeleider met ervaringsdeskundigheid, Bethanië (emmaus), Zoersel
Mick Hutsebaut, patiëntenervaring gelijkgesteld aan bachelor, begeleider met ervaringsdeskundigheid, Bethanië (emmaus), Zoersel

Een middel om op geregelde basis te peilen naar het klimaat per zorgeenheid. We geven de patiënten een stem die momenteel op de zorgeenheid verblijven. We nodigen hen uit samen aan de tafel te gaan zitten en gedeelde bevindingen hoe zij het klimaat, de zorg, bejegening ervaren. Samen bundelen wij deze thema's die naar voor zijn gekomen om deze daarna terug te koppelen aan het zorgteam. Zo ontstaat er een dialoog tussen patiënten en zorgverleners en ervaringswerkers als brugfunctie. Op deze manier verlopen de gesprekken zeer respectvol en de patiënt voelt zich erg betrokken en gehoord. Het team kan zo inspelen op het klimaat, noden en behoeften die bijdragen op empowerende zorg van de huidige populatie.

M14.4 I.ROC: Een herstelgericht meetinstrument
Bo Sintobin, master klinische psychologie, klinisch psychologe en gedragstherapeut, Psychosociaal revalidatiecentrum De MaRe, Kortrijk

In het psychosociaal revalidatiecentrum De MaRe zijn we op zoek gegaan naar een meetinstrument dat onze werking en visie, waarbij heel sterk gekeken wordt naar de persoonlijke wensen, behoeften en voorkeuren, kan ondersteunen. Met de I.ROC (Individual Recovery Outcomes Counter) vonden we een herstelgericht meetinstrument dat niet enkel de functie heeft om de impact van herstelgericht werken te meten, maar dat ook kan ingezet worden als methodiek om het hersteltraject van onze cliënten vorm te geven. Het helpt cliënten om de regie te nemen over hun eigen traject en het helpt ook de herstelondersteuners om te doen wat nodig is in plaats van te doen wat ze het beste vinden voor de cliënt. Cliënten en herstelondersteuners kunnen op deze manier tot een evenwaardige relatie komen. Het instrument focust op welzijn, levenskwaliteit en de beleving van de cliënt en kan tevens gebruikt worden voor ROM. Het is gebaseerd op het HOPE (Home, Opportunity, People en Empowerment) herstelraamwerk en zorgt voor een visuele en gestructureerde dialoog over het herstelproces per levensdomein.