3 en 4 februari 2021
Antwerpen, Wilrijk - Campus Drie Eiken
Het tiende ggz-congres: een feest waard!

mededelingen

Woensdag 3 februari 2020
M01 psychotherapie
M01.1 Kennismaken met Dynamische Interpersoonlijke Therapie: Een kortdurend psychodynamisch model voor depressie
Saskia Malcorps, master in de klinische en gezondheidspsychologie, klinisch psycholoog en doctoraatsstudent, PraxisP & KU Leuven
Bijkomende sprekers:
Ronny Vandermeeren, Jasmien Obbels, Kathleen Vleugels, Saskia Malcorps en Ellen De Beule

Dynamische Interpersoonlijke Therapie (DIT) is een kortdurende psychodynamische interventie die effectief kan zijn bij depressie. De behandeling bestaat uit 16 wekelijkse therapiesessies waarin er gewerkt wordt rond een steeds terugkerend relationeel patroon dat een rol speelt in het ontstaan en/of voortbestaan van depressieve gevoelens en gedachten.
Zo kan het bijvoorbeeld zijn dat iemand altijd maar het beste probeert te doen voor anderen, maar het gevoel heeft daar weinig voor terug te krijgen. Of iemand voelt zich steeds minderwaardig ten opzichte van anderen, waardoor hij of zij zich steeds ongelukkig voelt in relaties en steeds angst heeft om verlaten te worden.
Door deze patronen te identificeren en te bespreken ontstaat in de eerste plaats meer inzicht in de associatie tussen huidige symptomen en klachten en datgene wat zich afspeelt binnen relaties. Dit kan leiden tot het vinden van andere manieren van denken over zichzelf en anderen, en een andere manier van omgaan met problemen en relaties. Naast symptomen en klachten te verminderen heeft de behandeling dus ook als doel om de veerkracht in het omgaan met problemen in de toekomst te verhogen.
De sprekers waren deel van de initiële uitrol van DIT in België en hebben de afgelopen jaren veel ervaring opgedaan met het gebruiken van het DIT-model in ambulante settings. Aan de hand van concreet casusmateriaal stellen wij in deze mededeling graag het theoretische model aan jullie voor en lichten we het concrete verloop van DIT-traject toe.

M01.2 Resonantie in psychotherapie: afstemmen op de vergeten klank
Irmgard Mestdagh, master na master, psychiater, Hoboken
Bijkomende sprekers:
Elke Van Buggenhout, muziektherapeute, PC Bethanië – centrum voor psychotherapie Elim, als docent verbonden aan LUCA School of Arts, supervisor
Irmgard Mestdagh, psychiater, PC Bethanië – centrum voor psychotherapie Elim, UZA, UA-CAPRI, beGeesterd

In deze bijdrage verkennen we vanuit een dialogisch spreken de principes van resonantie en afstemming in de wereld van de psychotherapie en de muziek. Afstemming en resonantie zijn begrippen die ons voeren naar een vorm van menselijke uitwisseling die ver reikt voor-bij het talige gebied. Ze vormen het fundament van de menselijke interactie en meer specifiek van de therapeutische relatie. De muziekgeschiedenis toont ons echter dat het resonantieproces niet volledig tot haar recht kon komen en door middel van de rede bedwongen werd. Dit heeft tot gevolg dat er nauwelijks plaats is voor de niet-conventionele klanken en er een vergeten restklank ongehoord bleef. Parallel hieraan, zien we ook hoe in de psychotherapie als gevolg van heersende maatschappelijke tendensen het belang en de waardering van verbindende resonerende interacties ondergesneeuwd is. Zou het kunnen dat de ‘beheersing’, de rede en het vermijden van kwetsbaarheid onbedoeld het effect hebben ons doof te maken voor wat wezenlijk klinkt?
Met casuïstieke klankwerelden als rode draad lichten we toe hoe onze cliënten resoneren in ons en wij in hen, wat deze resonantie met en voor ons doet, en hoe ‘vergeten’ akoestische eigenschappen fundamenteel lijken te zijn in enerzijds de helende ontwikkeling van de cliënt en anderzijds de therapeut als een ‘instrument’ van heling.

M01.3 Mentaliseren Bevorderende Therapie in Vlaanderen
Ronny Vandermeeren, klinisch psycholoog, psychoanalytisch psychotherapeut, PZ Asster i.s.m. PTC Rustenburg en Zorggroep Multiversum, Sint-Truiden

Samenvatting:
Bateman en Fonagy ontwikkelden Mentaliseren Bevorderende Therapie, een behandeling voor mensen met persoonlijkheidsproblemen, waarvan de effectiviteit duidelijk werd aangetoond. De behandeling vertrekt vanuit een visie op de processen die ten grondslag liggen aan essentiële kenmerken van persoonlijkheidsproblemen zoals een laag zelfbeeld, depressieve gevoelens, moeilijkheden om stabiele relaties aan te gaan, impulscontroleproblemen en zelfbeschadigend gedrag.
Deze moeilijkheden worden beschouwd als het gevolg van problemen bij het mentaliseren. Ze manifesteren zich vooral wanneer het gehechtheidssysteem wordt getriggerd en een toegenomen emotionele spanning wordt ervaren. Er is dan sprake van een switch naar niet-mentaliserende ervaringswijzen. Gevoelens en gedachten worden dan als realiteit ervaren en de intenties van de ander worden rechtstreeks afgeleid vanuit diens gedrag. Dat maakt dat gevoelens hen gemakkelijk kunnen overspoelen. Dit kan aanleiding zijn tot impulsief en (zelf)destructief gedrag in een poging emoties te hanteren en de ander te beïnvloeden. Het kan ook leiden tot het vermijden van contacten met anderen. Het zelfbeeld raakt ondermijnd.
MBT biedt een kader om op een begripvolle manier te kijken naar de problemen en de gedragingen van deze uitdagende patiëntengroep. Er wordt uitgewerkt hoe een goede teamsamenwerking er uit ziet en hoe teamleden elkaar kunnen helpen om het eigen mentaliseren te bewaren of te herstellen.
In Vlaanderen kozen tot dusver drie psychiatrische centra ervoor om MBT-programma’s aan te bieden: PTC Rustenburg, Zorggroep Multiversum en PZ Asster. De implementatie van MBT vereist een specifiek opleidings- en supervisietraject dat kan waarborgen dat de MBT-principes op een continue, consistente en coherente wijze worden vormgegeven doorheen de behandeling.

M01.4 De therapeut: een vergeten factor in het psychotherapie onderzoek
Peter Rober, phd, hoogleraar KU Leuven, Context UPC KU Leuven, Kortenberg

In het wetenschappelijk onderzoek over psychotherapie is de voorbije decennia zowat alle aandacht gegaan naar de werkzaamheid van behandelingsmethoden. Toch toont onderzoek keer op keer dat naast de behandelingsmethode de therapeutische relatie ook belangrijk is en wellicht meer invloed heeft op het therapie-resultaat dan de methode. Maar er is ook nog een vergeten factor in het psychotherapie-onderzoek: de therapeut.
Uit recente onderzoeken komt steeds duidelijker naar voor dat - waar de ene behandelingsmethode nauwelijks beter is dan de andere - er grote verschillen zijn in effectiviteit tussen therapeuten. Sommige therapeuten blijken consistent betere resultaten te halen dan andere. Vanuit die vaststelling is men gaan onderzoeken welke dan de kenmerken zijn van die meer effectieve therapeuten.
In deze bijdrage brengen we niet enkel de bevindingen uit het recente wetenschappelijk onderzoek over de therapeut samenvatten. We willen ook nadenken over de consequenties van deze bevindingen voor de opleiding van psychotherapeuten en voor de praktijk van de psychotherapie.

M02 ethiek/zingeving
M02.1 Waarden als ethische toets voor beslissingen in de zorg
Axel Liégeois, phd, hoogleraar en ethisch adviseur, KU Leuven, Broeders van Liefde, Leuven

In de zorg nemen we dikwijls beslissingen waarbij we een ambigu gevoel hebben: we ervaren een spanningsveld tussen de beslissing die we zouden willen nemen en deze die we feitelijk kunnen nemen. Dan kunnen we een beroep op ethiek om te verhelderen of die beslissing uiteindelijk te verantwoorden is.
In deze mededeling stellen we een nieuwe ethische werkvorm voor: de waardentoets. Als we een beslissing nemen, kunnen we die ethisch toetsen aan de hand van waarden.
Daartoe hebben we een waardenpatroon van tien fundamentele waarden ontwikkeld: zorgverlening en beschermwaardigheid als traditionele waarden; autonomie, privacy en welbevinden als emancipatorische waarden; participatie, rechtvaardigheid en duurzaamheid als maatschappelijke waarden; en vertrouwen en solidariteit als relationele waarden. Aan deze tien fundamentele waarden van Westerse oorsprong voegen we een elfde open plaats toe voor een culturele of levensbeschouwelijke waarde.
In de waardentoets scoren we of elk van deze fundamentele waarden in de beslissing bevorderd of geschonden wordt. Dan vergelijken we de scores voor elke waarde. Als een waarde negatief scoort, zoeken we hoe we de beslissing kunnen bijsturen zodat die waarde toch bevorderd wordt. Essentieel is dat we vanuit de scores een ethisch gesprek voeren over het patroon van waarden dat in de beslissing naar voren komt. Uiteindelijk stellen we ons de vraag of de waarden in dat patroon proportioneel zijn, dus of er een redelijke verhouding is tussen de waarden die bevorderd en geschonden worden.
De werking van de waardentoets illustreren we met een casus.

M02.2 Integrale psychiatrie
Nathalie Heemskerk, universiteit geneeskunde, psychiater in opleiding, werkzaam voor GGzE (Eindhoven), Hechtel-Eksel

Meer eigen keuze, meer leefstijladvies, meer zelfregie. Een warme uitnodiging om kennis te maken met integrale psychiatrie. Hierin wordt er op een andere manier gekeken naar ziekte én gezondheid. Uitgangspunt is de verbinding tussen ‘reguliere geneeskunde’ en complementaire therapieën. Zo kunnen we de patiënt optimaal bijstaan op weg naar geestelijke gezondheid en veerkracht. Wereldwijd neemt de belangstelling voor een integrale gezondheidszorg toe, dit tevens volgens aanbevelingen van belangrijke instanties waaronder de wereldgezondheidsorganisatie (WHO). Volgende thema’s zullen kort worden belicht: • Focus op gezondheidsbevordering • Veel therapiemogelijkheden, op maat van de unieke cliënt • Holistische benadering: fysieke, psychische, sociale én zingevingsaspecten • Combinatie regulier/complementair • Een andere kijk op ‘de patiënt’… • …én een andere arts-patiëntrelatie.

M02.3 Triade integraal
Mich Jonckheere, licentiaat geschiedenis, FED, SIMILES, Ganshoren

De triade is een model om in de ggz geïntegreerd samen te werken met de familie. Na 10 jaar is het begrip beter en beter bekend en hier en daar zelfs geïmplementeerd in de werking. Oog voor familie wordt meer en meer vermeld op diverse websites van psychiatrische ziekenhuizen, woon- en behandelinstellingen.
Vraag is op welke wijze deze vermelding de lading dekt. Veel vragen rijzen: hoe omgaan met de familie? Voldoen enkele familie-avonden per jaar om over samenwerking met familie te spreken? Welke zijn de noden van familie van personen met een psychische kwetsbaarheid? Wat begrijpen we onder de term familie: ouders, partner, kinderen, broers en zussen? Hoe wordt familie betrokken bij het herstel van de patiënt en vanaf wanneer? Welke is de doelstelling van de hulpverlener hierbij? Gaat het om een geïntegreerde aanpak in het herstel of gaat het om een top-down verhouding naar de betrokkenen: soort doekje om te bloeden?
Uit mijn ervaring als familie-ervaringsdeskundige medewerker in het mobiel team blijkt dat HV perfect kunnen groeien in hun omgaan met familie zonder daarom de basisprincipes van het beroepsgeheim en de wens van cliënten te negeren. In de meeste gevallen is familie overigens het ultieme vangnet voor de patiënt. Ook dat blijkt doorgaans uit de werking van het mobiele teams. Samenwerking met de context is perfect mogelijk: hoe kan deze cultuuromslag gerealiseerd worden binnen de diverse ggz-instellingen?
Er bestaat nog steeds veel frustratie bij familie die op een muur botsen van onbegrip voor hun vele vragen en verdriet. Hoe kan hieraan verholpen worden? Hoe kan de familiereflex organisch worden ingeplant in het herstel van de patiënt en zijn/haar context ?
Zo kan het 'samenwerken met de familie' een tastbare inhoud krijgen waarmee zowel patiënt, als HV en familie beter van worden en samen bijdragen aan hun herstel van alle partijen. HV incluis!
Zo zal ook de kloof tussen familie en HV makkelijker gedicht geraken en zal de grote vraag bij diverse instellingen naar hoe de familie betrekken zich van zelf oplossen.

M02.4 Uitdagingen in het werk met samengestelde gezinnen
Barbara Lavrysen, licentiaat in de klinische psychologie, klinisch psycholoog, relatie- en gezinstherapeut, opleider, Context, UPC KULeuven, Kortenberg

Wat brengt een samengesteld gezin op een bepaald moment tot bij de hulpverlening?
En hoe stemmen wij onze rol als helper daarop af?
Deze vragen vormen het centrale thema van de bijdrage.
We bieden een overzicht van de gekende (en minder gekende) uitdagingen waarmee samengestelde gezinnen geconfronteerd worden.
We staan stil bij hoe je als hulpverlener ondersteuning kan bieden (wat beter wel en niet).

M03 ouderen
M03.1 Grijze Haren, Kleurrijke Persoonlijkheid
Eline Kegels, master psychologie, klinische psycholoog, CGG Andante, Wijnegem
Bijkomende sprekers:
Aileen Doyle, MaNaMa Geneeskunde, Assistente Volwassenen Psychiatrie, CGG Andante

Persoonlijkheidsstoornissen worden doorgaans gezien als een vastgeroest karakterieel fenomeen. Bij oudere cliënten vragen bepaalde hulpverleners zich af of het überhaupt nog zin heeft om deze te behandelen. Kan gesprekstherapie nog iets veranderen? Medicatie kan toch geen persoonlijkheidsstoornis ‘oplossen’?
Wij zijn van mening dat er wel nog heel wat mogelijkheden zijn waarmee gewerkt kan worden.
Vertrekkend vanuit onze praktijkervaring, stellen wij een aanpak voor waarbij het samengaan van gesprekstherapie en een medisch-psychiatrische invalshoek het best kan aansluiten op de zorgnoden van de cliënt.
We overlopen wanneer het zinvol is om als hulpverlener met een psychiater samen te werken. We bekijken bijvoorbeeld welke medische klachten als rode vlaggen te beschouwen zijn, welke medicatie symptomatische ondersteuning kan bieden en welke impact ouder worden heeft op persoonlijkheidsproblematiek.
Daarnaast bekijken we hoe je als psychotherapeut anders aan de slag kan gaan met ouderen met persoonlijkheidsproblematiek. Waar velen het behandelen van de persoonlijkheidsstoornis als vertrekpunt nemen, zoeken wij met behulp van enkele leeftijdsspecifieke interventies naar een betere afstemming tussen cliënt en omgeving.

M03.2 ESF-onderzoeksproject: “TeamSwitch”, dubbel perspectief
Carolien Schalenbourg, master in de verpleegkunde, onderzoeker, docent, University College Leuven-Limburg (UCLL), Genk

Doordat ouderen steeds langer thuisblijven, komen bewoners met een steeds grotere zorgzwaarte in WZC terecht. De vermaatschappelijking van zorg maakt dat er in WZC een toename is van bewoners met psychiatrische problematiek. Anderzijds zijn opleidingen vaak (nog) niet aangepast aan deze toenemende zorgzwaarte. De innovatieve dienstverlening TeamSwitch werd ontwikkeld en heeft als doel medewerkers versterken in het omgaan met aanhoudend onbegrepen gedrag door in te zetten op perspectiefverruiming, het versterken van de interdisciplinaire samenwerking en netwerken. Het hele team wordt betrokken maar er is één medewerker (de “zwaluw”) de hoofdrolspeler. De zwaluw zal uitvliegen naar een andere context, om met een specifiek leerdoel deze context te observeren en hieruit te leren.
In het traject zijn verschillende uitwisselingen mogelijk namelijk binnen het eigen WZC, met een ander WZC of met een psychogeronto-context. Het pilootproject loopt van november 2019 tot juni 2020. Er nemen 14 organisaties deel.
We verduidelijken het concept en brengen de resultaten van de impactmeting.

Dit onderzoeksproject werd gefinancierd door het Europees Sociaal Fonds (ESF) en is een samenwerking tussen UCLL, IDEWE, CGG-LITP en WZC Damiaan.
ESF-onderzoeksproject: “TeamSwitch”, dubbel perspectief (2017-2020)
Onderzoeksteam: Carolien Schalenbourg, UCLL | Yasmine Sterckx, UCLL | Johnny Weustenraed, UCLL | Ellen Delvaux, IDEWE | Heidi Windmolders, CGG-LITP | Katleen Anckaert, CGG-LITP | Mark Falkowski, WZC Damiaan

M03.3 Intersectoraal samenwerken, is het de investering waard??
Tine Hollevoet, Bachelor psychiatrisch verpleegkundige, Hoofdverpleegkundige kinder- en jeugdpsychiatrie AZ Delta Roeselare, AZ DElta Roeselare

M04 verbinding
M04.1 Van dode letter naar levend boek. Je vind me in de levende bieb
Lene Cooman, universiteit, directie, ervaringsdeskundige eetstoornissen, langdurig psychotherapeutisch herstelproces, Steunpunt, Alsemberg

Het is verdomd moeilijk,.......en toch,.....Wanneer ik terugblik naar de aanvangsperiode van mijn therapie, nu negen jaren geleden kan ik de pijnlijke stiltes die de tijd in beslag namen niet onbesproken laten. Als een marionet geleefd wordend, kwam ik aan bij mijn psychiater. Een keerpunt in mijn leven waar ik de eerste stap had gezet om de touwtjes in eigen handen te nemen. Het aangeleerde zwijgen en de verlammende geheimen, die ik bewaarde, verloren kracht door het vertrouwen dat groeide tussen mezelf en mijn psychiater. Een gedachte werd een woord, een woord een zin, een zin een bladzijde en de onsamenhangende bladzijden werden mijn verhaal. Via Steunpunt geestelike Gezondheid kreeg ik de kans mijn verhaal te delen. Tijdens een infomoment over de Levende Bibliotheek werd ik enthousiast om zelf levend boek te worden. Daardoor komt het gesprek vaak tot een ont-moeting. Vanuit mijn kwetsbaarheid ervaar ik de kracht mensen uit te nodigen te lezen. Waardoor ik nu een eigen verhaal kan neerschrijven. Marionetten zijn fantastisch in het theater, mijn pen houd ikzelf in handen!

M04.2 Boekbespreking van: Heiligen en Hooligans
Zij wil een transplantatie, hij wil euthanasie, zij wil leven, hij wil dood. Eén verhaal, twee perspectieven. Of hoe twee levens onverwacht toch met elkaar verstrengeld kunnen zijn ...
Ilke Montag, arts, nucleaire geneeskunde en master management en beleid van de gezondheidszorg, hoofdarts, Jan Ypermanziekenhuis, Ieper

Twee doodgewone jonge mensen, Mie en Frederik, met een wereld die voor hen openligt en met kansen die voor het grijpen liggen, althans zo lijkt het voor de buitenwereld. Maar ze trokken slechte kaarten. De zorgeloze jeugd, de kampen met de jeugdbeweging en het engagement in de politiek, worden ingeruild voor een helse tocht vol knooppunten en ronde punten, waarbij een bepaalde afslag ook een doodlopende straat kan zijn.
Een spel op leven en dood.
De levenslustige Mie wordt plots geconfronteerd met de ernstige gevolgen van haar snel evoluerende Systemische Lupus Erythematodes, maar ze wil zo graag gewoon blijven leven. Enkel een niertransplantatie kan Mie verlossen van het dialysetoestel. Ze gaat met de voor haar typerende vurigheid de strijd voor het leven, tegen de dood aan.
Frederik gaat het professioneel voor de wind, maar mentaal lukt het niet. Na een tweede mislukte zelfmoord begint Frederik aan een intensief therapeutisch traject, met vallen en opstaan, maar elke val doet hem meer verlangen naar de dood. Hij wil geen pijn meer voelen. ‘Stop het’ is het enige wat hij op zo’n pijnlijke momenten nog kan zeggen. Frederik gaat op zoek naar therapeuten die hem willen begeleiden in zijn vraag naar euthanasie bij psychisch lijden. Hij gaat met zijn rationaliteit de strijd aan tegen het leven.
In deze strijd komen Mie en Frederik elkaar onverwacht opnieuw tegen. Ondanks hun ogenschijnlijke tegengestelde belangen, vonden ze ook een gemeenschappelijk doel: zingeving.

M05 zelfzorg
M05.1 Leve de verbinding van mens tot mens
Katja Bisom, wo master, trainer verbindende communicatie, PZ Bethanië, Zoersel

Hoe moeilijk is het om als zorgverlener kalm en vol vertrouwen te blijven, als de patiënt boos wordt en dingen tegen je zegt die je oordelen over jezelf versterken, of als hij/zij niet wil meewerken? Even doorademen en tot tien tellen helpt dan vaak onvoldoende. En hoe lastig is het als de patiënt niet in beweging komt en de machteloosheid ondraaglijk wordt? Hoe kunnen we dan aanwezig blijven?
Met Verbindende Communicatie leer je te zien waar iemands weerstand, boosheid en machteloosheid vandaan komen. Ook leer je hoe je beter voor jezelf kunt zorgen en helderder naar patiënten en collega’s kan communiceren.
In deze bijdrage ontdekken we op een haast speelse manier wat ons en anderen drijft en hoe we elkaar kunnen ontmoeten ook als er “moeilijke” gevoelens spelen.

M05.2 Contactbevorderend werken
Pieter Loncke, bachelor psychiatrische verpleegkundige, psychiatrisch verpleegkundige, Twoape, St Jozefkliniek Pittem

Wat is goede zorg, en waar draait het bij goede zorg echt om? Ligt het accent op vergadermomenten, bureelwerk, het steeds groter wordende administratieve takenpakket, of leggen we de focus op datgene (of beter gezegd diegene) waar het echt om draait: de verbinding en het contact met de patiënt?
Toegegeven, steeds gaat het om het streven naar een evenwicht op het continuüm tussen die twee. Tijdens deze bijdrage nemen we jullie mee in het verhaal hoe we dat balanceren zo respectvol en afgestemd mogelijk in de praktijk proberen te brengen op Twoape, een dagbehandeling voor jongeren met psychische problemen. We prikkelen en inspireren met enkele contactbevorderende ideeën in de hoop dat daaruit een interactief gesprek kan voortvloeien… Of hoe het verlaten van enkele platgereden paden ons terug naar de essentie kan leiden…

M05.3 Steeds meer mensen met een psychiatrische problematiek bellen Tele-Onthaal. Wat betekent dit? En, is dat een goede of een slechte zaak?
Marjan Vertommen, licentiaat psychologie, stafmedewerker Tele-onthaal Antwerpen

Tele-Onthaal ontvangt steeds meer oproepen van mensen die een psychiatrische problematiek vermelden. Dat blijkt uit de analyse van de registratiegegevens doorheen de tijd. Bij ieder mens is er soms de nood aan gesprek, aan praten en aan gehoord worden. Maar wat maakt dat steeds meer mensen die lijden aan een psychiatrische aandoening bij
Tele-Onthaal terecht komen? Dit lijkt ons een belangrijk signaal te zijn. Voor de sector van de geestelijke gezondheidszorg en voor de maatschappij.
We leggen enerzijds uit wat het aanbod van Tele-Onthaal zo aantrekkelijk maakt en wat de mogelijkheden ervan zijn.
Anderzijds illustreren we de beperkingen, de grenzen en uitdagingen van Tele-Onthaal. Zowel voor de oproepers als voor de vrijwilligers en professionele begeleiders. Tenslotte stellen we enkele vragen bij deze evolutie en de betekenis ervan.

M05.4 Klikken doet Kicken
Giovanni Laleman, master sociologie, preventiewerker, De Sleutel, Gent

We kunnen schermen niet meer uit ons dagelijks leven bannen. Een app’je sturen om te melden dat we te laat zijn en ondertussen Spotify in onze oren. Enkele uurtjes gamen met vrienden van over de hele wereld, een WhatsApp’je sturen en Instagramstories checken. Misschien een realiteit bij uzelf of uw doelgroep? Is dit constant online zijn wel gezond voor het lichaam en de geest van kinderen/jongeren?

M06 intersectorale samenwerking
M06.1 Presentie-psycholoog; laagdrempelige geestelijke gezondheidszorg binnen ‘armoede-organisaties'
Sonny Verspreet, master psychologie, presentiepsycholoog, CGG De Pont, Mechelen

Het leven van mensen in armoede wordt gekenmerkt door een opeenstapeling van stressfactoren, die deze doelgroep extra kwetsbaar maakt voor psychische problemen. Binnen armoede-organisaties vinden zij een luisterend oor, een warme plek waar ze zich veilig kunnen voelen, waar zij even kunnen ontspannen. Deze organisaties proberen ook te ‘schakelen’ naar andere diensten, waar de mensen-in-armoede met hun vragen terecht kunnen.
Het schakelen naar de hulpverlening, en vooral geestelijke gezondheidszorg, is echter geen evidente stap. Er zijn verschillende drempels die hierin meespelen: de eigen gekwetstheid, het gevoel van wantrouwen en onbegrip, een hulpverlening die niet past, haalbaar of mogelijk is voor de persoon in armoede, of geen hulp durven vragen.
De groepswerkers uit de armoede-organisaties hebben vaak zelf niet de ruimte en/of de achtergrond om met deze vragen aan de slag te gaan, of weten niet goed hoe te reageren op bepaalde situaties.
Om aan deze drempels te werken is er binnen het netwerk Emergo, vanuit CGG De Pont een presentie-psycholoog ingezet in deze armoedeorganisaties, en dit met middelen van de stad Mechelen. De presentie-psycholoog werkt vanuit een laagdrempelige aanwezigheid, waarbij het nabij en aanspreekbaar zijn, en op maat werken heel belangrijk zijn. Hoe dit juist zijn vorm krijgt, wordt samen met de organisaties en bezoekers beslist, en verandert ook doorheen de tijd. Daarnaast is de presentiewerker ook een klankbord en ondersteuning voor de groepswerkers van de organisaties.
In deze mededeling gaan we graag verder in op wat het werk van de presentiepsycholoog inhoudt, en wat de ervaringen hier rond zijn.

M06.2 Een wijk in de steigers'' en 'GGZ partner vindt wijkcentrum om samen een herstelverhaal te schrijven'
Sylvie Enzlin, ergotherapeut, managementopleiding (bachelor na bachelor), coördinator Compagnie de Sporen en functieverantwoordelijke F3 voor het PAKT, Gent

Twee mededelingen betreffende goede praktijken in de regio van Het PAKT - functie 3 waar intersectorale samenwerking of een samenwerking met lokale besturen gerealiseerd worden.
1. 'Een wijk in de steigers'
Door: Jan Dendas, Steven Gillis en een ervaringsdeskundige
In de Gentse wijk ‘Nieuw Gent’ zoeken ggz-actoren in samenwerking met de stad tegemoet te komen aan samenlevingsproblemen. In het kader van ‘Nieuw Gent vernieuwt’, staan er de komende jaren heel wat veranderingen op til. Sinds 2018 hebben de stad Gent en enkele GGZ partners van Het PAKT de handen in elkaar geslagen. Er werd een antennepunt van Poco Loco, een aanloophuis met een ver gedreven consumer run beleid, opgestart in de betreffende wijk, versterkt met een mobiele werker. Deze laatste slaat de brug tussen de bewoners en de partners uit de wijk enerzijds en het aanloophuis en de gespecialiseerde GGZ- diensten anderzijds. Vanuit Poco Loco, waar de deur altijd open staat, proberen we over de muren heen te kijken en ze te slopen. We zijn ervan overtuigd dat een intense intersectorale samenwerking een verrijking is voor alle betrokkenen.
2. 'GGZ partner vindt wijkcentrum om samen een herstelverhaal te schrijven'
Door: Jan Matthys, Frederiek Dumarey en een ervaringsdeskundige
Wie denkt aan de functie ‘vrije tijd en ontmoeting’ ten behoeve van personen met een psychische kwetsbaarheid denkt al snel aan categorale ontmoetingshuizen, activiteitencentra, …
In de stad Eeklo werd een andere keuze gemaakt. Er werd er gekeken of het niet zinvoller kon zijn om aansluiting te zoeken bij een bestaande voorziening die reeds actief is op het domein van vrije tijd en ontmoeting, eerder dan een nieuw centrum op te richten.
Het Psychiatrisch Centrum Sint-Jan vzw en Beschut Wonen De Wende vzw stellen sinds 2 jaar personeel en werkingsmiddelen ter beschikking aan het nabij gelegen wijkcentrum De Kring. Dat centrum is ingebed in het sociale weefsel van Eeklo, met een breed palet aan vrijetijdsactiviteiten aan sociale tarieven en met een sterk uitgebouwde vrijwilligerswerking. De Kring gaat aan de slag om een vrijetijdsaanbod te creëren en hun bestaande aanbod te verbreden voor de doelgroep van personen met een psychische kwetsbaarheid. Hierdoor blijft de deur steeds open voor eenieder, ongeacht label of stigma.
In de schoot van deze samenwerking werd een deelwerking van de herstelacademie Oost Vlaanderen opgericht en de bestaande sportclub Psylos Meetjesland werd omgevormd tot de vzw Sportclub ‘Boezjeern’.

M06.3 Hoe laat je de PVT schakelen met de maatschappij?
Kate Lippeveldt, bachelor in het zorgmanagment, campuscoördinator, Zorgroep Kamillus, Heverlee

Voorstelling van de schakelgroep en herbronningsbedden binnen een PVT-setting.
Als stuurgroep hebben we gemerkt dat onze bewoners in het PVT Salvenbos verschillende noden hebben.
Zo zijn we gekomen tot vier verschillende woonvormen in onze setting.
PVT : woonvorm voor enkele jaren
PVT: overgang naar een WZC
PVT: schakel in het traject
PVT: locatie voor herbronning.
We willen onze ervaringen delen over de laatste twee woondoelen.
Hoe maak je dit bekend bij doorverwijzers?
Wie zijn onze doorverwijzers?
Met welke partners moet je samen werken?
Kost een herbronningsbed evenveel als een PVT-bed?

M06.4 Aanklampende zorg naar zorgmijdende mensen met psychische problemen die sociaal huren
Evelien Coppens, dr., projectleider, LUCAS KU Leuven
Bijkomende sprekers:
Kirsten Hermans en Chantal Van Audenhove

Sociale huisvestingsmaatschappijen en verhuurkantoren worden binnen hun woningenbestand geregeld geconfronteerd met bewoners die kampen met ernstige psychische problemen maar niet in begeleiding zijn in de geestelijke gezondheidszorg (ggz). De psychische problemen gaan vaak gepaard met financiële problemen, gezondheidsproblemen, verslavingsproblemen, sociaal isolement, leefbaarheidsproblemen en overlastproblemen met een dreigende uithuiszetting, een gedwongen opname, een lage kwaliteit van leven en maatschappelijke uitsluiting tot gevolg.
In 2017 lanceerde de Vlaamse overheid een oproep voor pilootprojecten om aanklampende zorg te realiseren naar zorgmijdende mensen met psychische problemen die sociaal huren. Zes pilootprojecten gingen in 2018 van start. De bedoeling van de pilootprojecten is dat de ggz in samenwerking met sociale woonpartners outreachend naar deze doelgroep werkt. De sociale woonactoren detecteren mensen met vermoedelijke psychische problemen en brengen hen in contact met een multidisciplinair ggz-team dat aanklampend en motiverend werkt. Het team bouwt een vertrouwensband op met de huurder, brengt hun zorgbehoeften in kaart en leidt hen toe naar gepaste zorg.
In opdracht van het Steunpunt Welzijn, Volksgezondheid en Gezin evalueert LUCAS KU Leuven de zes pilootprojecten om na te gaan: (1) of de projecten conform de oproep worden uitgevoerd, (2) op welke vlakken de projecten onderling van elkaar verschillen en (3) welke succesfactoren en knelpunten de projecten ervaren. De onderzoekers ontwikkelden daartoe een auditinstrument dat tijdens bezoek ter plaatse werd afgenomen. Op basis van de onderzoeksresultaten ontwikkelen de onderzoekers een draaiboek om de opgedane expertise te delen met nieuwe zorgverstrekkers die met een gelijkaardig initiatief wensen te starten.