18 en 19 september 2018
Antwerpen, Wilrijk - Campus Drie Eiken
Allemaal anders

Posters

P01 Patiëntenparticipatie tijdens multidisciplinaire teambesprekingen in de ggz
Kevin Berben, stafmedewerker/onderzoeker, Alexianen Zorggroep Tienen

De geestelijke gezondheidszorg is voortdurend in verandering. Eén van de vernieuwingen is dat patiënten steeds meer kunnen participeren en meer regie krijgen over eigen zorgprocessen en de beslissingen die hier mee gepaard gaan. De laatste jaren zijn er dan ook voorzichtige initiatieven ontstaan om patiënten te laten participeren aan multidisciplinaire teambesprekingen waarin hun behandeling wordt besproken.
Tot op heden bestaat er weinig wetenschappelijke evidentie over dit onderzoeksthema.
Vanuit de Alexianen Zorggroep Tienen wordt, in samenwerking met het UCVV van Universiteit Gent, een studie opgezet om dit thema te onderzoeken. De studie startte in september 2017 en loopt tot medio 2020.
Het onderzoeksthema en de studie wordt onder de aandacht gebracht en de ruwe resultaten van het literatuur- en Delphi-onderzoek worden toegelicht.

P02 Sameshirtsamepassion - Pilootproject Mentale gezondheid bij jonge voetballers Waasland-Beveren
Jorèll Beyens, psychomotorisch therapeut, PC Sint-Hiëronymus, Sint-Niklaas

Praten over de mentale gezondheid van jonge atleten? Het blijft een taboe binnen veel sportclubs.
Het project Same Shirt Same Passion wil dit taboe doorbreken en mentale gezondheid meer bespreekbaar stellen binnen voetbalclubs in Vlaanderen. Dit doen ze via een samenwerking met het PC Sint-Hiëronymus, Profclub Waasland-Beveren, De KBVB, VoetbalVlaanderen en Parantee-Psylos.
Een sportclub is een mini-maatschappij, ze hebben een even grote diversiteit en hebben duidelijke spelregels. Deze regels zijn klaar-en-duidelijk. Bij overtreding volgt een sanctie en, afhankelijk van de ernst, kan dit zelfs leiden tot ontslag.
Als we kijken naar de maatschappij zien we dat 40% van de jongeren zich niet goed voelt in hun vel, waarvan 60% zich slecht voelt omdat ze denken niet te voldoen aan de verwachtingen van hun omgeving.
Hoe vertaalt dit zich binnen een sportclub? Vinden deze jongeren een aanspreekpunt? Voelen deze jongeren zich veilig om over hun problemen te spreken? En kan de club hierin iets betekenen, door bijvoorbeeld ‘starre’ clubregels aan te passen?
Dit pilootproject zal gelanceerd worden binnen de jeugdwerking (U15-U21) van Waasland-Beveren, om nadien de vertaling te maken naar andere sportclubs binnen Vlaanderen, en op latere termijn naar andere sporttakken. Een project dat, buiten de muren van psychiatrie om, wil inzetten op preventie en ondersteuning van (jeugd)spelers.
www.sameshirtsamepassion.com

P03 Psychotherapie als reis, waar gaat dat heen?
Katrien Bonneu, klinisch psycholoog/klinisch neuropsycholoog/gedragstherapeut, Therapiereis, Hasselt
Lindsey Kersten, klinisch psycholoog/gedragstherapeut, Therapiereis, Hasselt

Therapiereis is een nieuw concept opgestart door twee klinisch psychologen/gedragstherapeuten, Katrien Bonneu en Lindsey Kersten. Ze nemen groepen mee naar inspirerende locaties, zoals het mooie Marokko, voor psychotherapie. Het programma bestaat zowel uit individuele als groepssessies en oefenactiviteiten. Er wordt hierbij steeds vertrokken van een individuele probleemsamenhang en op maat gewerkt.
Het concept richt zich op preventie en wil het taboe op psychische klachten verkleinen.Psychotherapie wordt steeds vaker in diverse vormen aangeboden. Het is echter belangrijk stil te staan bij wat deze vernieuwende aanpak betekent voor het psychotherapeutisch proces dat doorlopen wordt. Katrien en Lindsey willen vanuit hun klinische ervaring onderzoeken wat de potentiële meerwaarde is van psychotherapie op reis in groep en dit zowel voor de cliënten als voor de therapeuten. Wat zijn de moeilijkheden? Wat hebben ze geleerd over hun werk als psychotherapeut tijdens deze reizen?

P04 Vlaams Vreemdgaan
Josephine Callewaert, medewerker, RADAR - Crosslink, Oost-Vlaanderen
Annick Dobbelaere, coördinator vorming en deskundigheidsbevordering, Crosslink, WINGG, West-Vlaanderen

"Vreemdgaan" wil medewerkers binnen de hulpverlening stimuleren om een kijkje te nemen in elkaars organisatie. De voorbije vier jaren werd deze methodiek succesvol georganiseerd voor medewerkers binnen jeugdhulp Oost-Vlaanderen. Via het “aan den lijve” ondervinden van elkaars werking - door een soort meeloopstage – wordt een betere kennis van en voeling met elkaars aanpak, methodieken en cultuur beoogd. Daarnaast wordt gestreefd naar een betere samenwerking, dit met het oog op een betere zorg voor de cliënt en zijn of haar context.
In 2018 breidt Vreemdgaan uit! In elk Netwerk Geestelijke Gezondheid voor kinderen en jongeren in Vlaanderen wordt Vreemdgaan / Wisselleren georganiseerd. De provincies bundelen hiervoor hun krachten.

P05 Sterker worden waar het pijn doet
Ybe Casteleyn, psychotraumatologe, Traumatour, Brussel

Trauma, intense psychische pijn, ligt aan de basis van veel psychisch lijden. In onze praktijk als hulpverlener kunnen wij niet om trauma heen.
De auteur van 'Sterker worden waar het pijn doet' geeft uitleg bij het gelijknamige boek, info over haar workshops Trauma en het werken met Traumakaarten.

P06 Stop it Now! Vlaanderen, voor mensen met pedofiele gevoelens en hun naasten
Minne De Boeck, criminoloog, Stop it Now! - Universitair Forensisch Centrum, UZA, Edegem

Stop it Now! is een anonieme en vertrouwelijke hulplijn die ondersteuning biedt aan iedereen die pedofiele gevoelens ervaart of zich zorgen maakt over zijn/haar seksuele gevoelens of gedrag naar minderjarigen. Stop it Now! is er ook voor iedereen die zich zorgen maakt over de gevoelens of het gedrag van een naaste. Vaak is het voor de sociale omgeving heel erg schrikken wanneer ze ontdekken dat iemand uit hun directe omgeving met pedofiele gevoelens worstelt. Ondersteuning van de sociale omgeving hierbij is essentieel ter preventie van seksueel kindermisbruik. Het wegvallen van steun uit het sociaal netwerk kan immers risicoverhogend werken bij mensen die pedofiele gevoelens ervaren.
Vaak weten familieleden, vrienden, collega’s,… echter niet bij wie ze terecht kunnen met hun vragen en bezorgdheden. Deze bezorgdheden ook nog bespreekbaar maken met een naaste, is voor hen een nog moeilijkere stap. Pedofiele gevoelens zijn immers een zeer gevoelig en beladen onderwerp. Het bespreekbaar maken van de problematiek is niet alleen noodzakelijk ter preventie van eventueel misbruik, het kan ook een enorm verschil betekenen voor diegene die met deze gevoelens worstelt.
Stop it Now! heeft een hulpmiddel uitgewerkt, in de vorm van een ‘fact sheet’ en ‘poster’, over hoe bezorgdheden over de seksuele gevoelens of het gedrag van een naaste bespreekbaar gemaakt kunnen worden. Stop it Now! geeft informatie, praktische tips en adviezen en kan telefonisch of per mail ondersteuning bieden aan de directe sociale omgeving bij de implementatie ervan in de praktijk.

P07 Psychopathische trekken en kwaliteit van relationeel functioneren in de adolescentie
Mieke Decuyper, onderzoeker, Psychodiagnostisch Centrum en Forensische Psychologie Thomas More, Antwerpen

Inleiding
In lijn met onderzoek naar psychopathie bij volwassenen, benadrukken studies naar ontwikkelingsantecedenten van psychopathie interpersoonlijke moeilijkheden als een centraal kenmerk van deze trekken in de adolescentie. Toch is het nog steeds onduidelijk hoe deze vroege kwetsbaarheden op vlak van het sociaal functioneren tot uiting komen in relaties met verschillende significante anderen, waaronder ouders, leeftijdsgenoten, vrienden en romantische partners (Frick et al., 2014).
Methode
Huidig onderzoek gaat hier verder op in door associaties tussen psychopathische trekken en relatiekwaliteit met verschillende significante anderen in kaart te brengen in een klinische en een algemene populatiesteekproef. In de klinische steekproef vulden 212 adolescenten en jongvolwassenen (150 vrouwen; 71%; leeftijd 13 – 24 jaar) de PID-5 (Krueger et al., 2011) en de Network of Relationships Inventory (NRI; Furman & Buhrmester, 2009) in. De algemene steekproef bestaat uit 200 adolescenten (15 - 18 jaar), van wie de YPI (Andershed et al., 2002), EPA-SF (Lynam et al., 2013) en NRI werden afgenomen. In de tweede steekproef worden bijkomend de associaties tussen psychopathische trekken, relationele agressie en pestgedrag onderzocht.
Resultaten
Preliminaire data suggereren dat de relatiekwaliteit bij jongeren die hoog scoren op psychopathische trekken niet kan veralgemeend worden over de verschillende relatietypes heen. Daarnaast wijst onderzoek naar de centrale rol van de relatie met moeder, die gekenmerkt wordt door meer conflicten, negatieve interacties en minder hechtingsgedrag in adolescenten die hoog scoren op psychopathische trekken. Deze adolescenten beschouwen de relatie met hun vader als minder ondersteunend en ervaren meer problemen in de omgang met hun dichte vrienden.

P08 Tuintherapie als therapeutisch medium in de gerontopsychiatrie
Ellen Dehennin, ergotherapeute, UPC KU Leuven, Kortenberg

Tuintherapie in zowel actieve als passieve vorm. Met als doelstellingen:
- behoudt van functionaliteit
- in het kader van zingeving
- als medium ter vermindering van gedragsproblemen
- activatie en relaxatie,...
Toelichting over toepassing in de praktijk, gebaseerd op wetenschappelijke gegevens.

P09 Burn-out preventie als opportuniteit voor bedrijfsgroei
Lore Denys, casemanager en arbeidscoach, Emino, Antwerpen

Burn-out lijkt de ziekte van deze tijd te zijn. In vijf jaar tijd zien we een verdubbeling van werknemers die meer dan een jaar arbeidsongeschikt zijn door burn-out. Door het aanbieden van workshops rond psychosociaal welzijn willen we op een laagdrempelige manier burn-out en psychosociaal welzijn op de werkvloer bespreekbaar maken.
De confrontatie met burn-out binnen een bedrijf heeft consequenties op niveau van de maatschappij, op niveau van het bedrijf én op niveau van het individu. In onze workshops willen we iedere partij onder de aandacht brengen en zijn/haar verantwoordelijkheid aldus duidelijk stellen. Gedeelde verantwoordelijkheid in de zowel preventieve acties als ondersteuning bij de re-integratie zorgen ervoor dat burn-out preventie ook een kans kan worden voor uw bedrijf.
Via interactieve workshops voor werknemers of leidinggevenden, op maat van het bedrijf, bieden we een kader aan van wat stress/burn-out-preventie is en kan betekenen voor het eigen bedrijf. Aan de hand van metaforen wordt het proces van stress/burn-out op een herkenbare manier toegelicht. Op basis van eigen casuïstiek en herkenbare verhalen reiken we de deelnemers tips en tricks aan om in gesprek te gaan met medewerkers en om eigen energiegevers-/vreters te herkennen.
Met deze workshops prikkelen we bedrijven om stress en burn-out preventie op te nemen in hun welzijnsbeleid en re-integratie als item op de agenda te plaatsen.

P10 Project Proeftuinen Zorgdorpen... Woon-zorg-op-maat: fact of fictie?
Kim Deschijnck, zorgcoördinator, De Heide vzw, Lemberge (Merelbeke)

Proeftuinen Zorgdorpen is een erkend project gefinancierd door het Agentschap Zorg en Gezondheid. Vanuit het samenwerkingsverband Zorgdorpen worden kansen gecreëerd tot inclusief én autonoom wonen met installatie van een persoonsgericht zorgnetwerk. Daarnaast is er ook veel aandacht voor daginvulling (animatie, activatie en arbeid, alsook vrije tijd).
Een aantal volwassen cliënten met een langdurige psychiatrische hulpverleningsgeschiedenis of met chronische problemen in de geestelijke
gezondheidszorg kregen hiertoe de kans en dit willen we aan de hand van pancartes voorstellen: gefaseerd proces (voortraject, observatie- en oriëntatiefase, opvolgingstraject), methodieken, ...
Naast de concrete toeleiding en ondersteuning, wordt ook aan conceptontwikkeling gedaan.
Projectpartners: CAW Oost-Vlaanderen, PC Caritas, PC Dr. Guislain, De Heide vzw

P11 De rol van beweging, slaap, gezonde voeding en lage mate van alcohol- en tabakgebruik in mentale gezondheid van jongeren
Ann DeSmet, postdoctoraal onderzoeker, Universiteit Gent

Cyberpesten houdt verband met verscheidene negatieve gevolgen voor de mentale gezondheid en vooral de relatie met zelfdoding is zorgwekkend. Gezonde leefstijlen zoals voeding, beweging, slaap en een lage mate van alcohol- en tabaksgebruik zijn factoren die jongeren zelf kunnen veranderen om hun geestelijke gezondheid te bevorderen. Een studie werd uitgevoerd bij ongeveer 1.000 Vlaamse jongeren om na te gaan of deze leefstijlen beschermend werkten tegen zelfdodingsgedachten. Gezien de negatieve gevolgen van cyberpesten op de mentale gezondheid, werd dit in het bijzonder nagegaan voor jongeren die met cyberpesten geconfronteerd werden. Meer beweging, meer slaap, een gezondere voeding en minder roken hielden verband met een lagere mate van zelfdodingsgedachten. Sommige van deze factoren waren echter minder beschermend bij een ernstigere mate van betrokkenheid bij cyberpesten. De bevordering van deze gezonde leefstijlen verdient de aandacht in geestelijke gezondheidspromotie in het algemeen en cyberpestpreventie campagnes in het bijzonder. Professionele zorg is aangewezen bij ernstige vormen van cyberpesten.

P12 Naast farmacotherapie en psychotherapie nu ook plaats voor neurocognitieve trainingen?!
Eva Dierckx, hoofddocent en stafmedewerker onderzoek, Vrije Universiteit Brussel en Alexianen Zorggroep Tienen

Ondanks de toepassing van evidence-based behandelingen (psychosociale interventies en/of farmacotherapie), blijven herval en heropnames van psychiatrische patiënten in residentiële settings veelvoorkomend. Aangezien mentale problemen ook gezien kunnen worden als een vorm van hersenaandoeningen, stellen we ons de vraag of (transdiagnostische) trainingsprogramma’s gericht op de directe beïnvloeding van de cognitieve processen bij psychopathologie, een effectieve additionele vorm van therapie zouden kunnen zijn.
Deze benadering is gericht op een duale procesbenadering waarbij men ervan uitgaat dat psychopathologie ontstaat wanneer de bottom-up reactieve temperamentsprocessen (behavioral inhibition (angst) en behavioral activation (impulsiviteit)) niet voldoende onderdrukt (kunnen) worden door een goede top-down controle (regulatief temperament/effortful control (executief functioneren)). Meer specifiek gaan we ervan uit dat het versterken van de top-down controle zou kunnen leiden tot minder psychopathologie, minder herval en een betere therapie-uitkomst in het algemeen en dit bij patiënten met verschillende aandoeningen. We presenteren de resultaten die samenhangen met onze eerste onderzoeksvraag, namelijk of het mogelijk is om subgroepen van patiënten te definiëren op basis van reactieve en regulatieve temperamentsfactoren en dit bij patiënten met verschillende diagnoses.

P13 ADHD-Inleefsessie: leef je in in ADHD voor meer begrip
Marjo Helsen, medewerker training en hulpverlening, centrum ZitStil, Wilrijk

Met de ADHD-inleefsessie laten we de brede context van kinderen met ADHD voelen, ervaren wat deze stoornis kan betekenen en welke moeilijkheden dit vaak met zich meebrengt.
Informatieoverdracht over wat ADHD is, is soms/vaak niet voldoende om dit onbegrip over deze stoornis te doen keren. Het zelf ervaren en het beleven van typische eigenschappen van kinderen met ADHD is daarom een grote meerwaarde en tevens een vernieuwend aspect binnen het geven van vormingen rond ADHD.
Om de beleving van ADHD voldoende te kunnen vatten, werden zowel personen zelf met ADHD als hun omgeving betrokken bij de uitwerking. Dit met als resultaat een interactief inleefmoment in groep.
De inleefsessie heeft als doel meer begrip te krijgen voor mensen met ADHD door de beleving van deze stoornis met de bijkomende moeilijkheden te simuleren. Het bestaande onbegrip voor de stoornis leidt nog steeds tot onvoldoende ondersteuning en negatieve processen.
Jezelf kunnen inleven in ADHD is een eerste stap richting meer begrip, realistische verwachtingen en meer openheid in het bieden van extra ondersteuning aan personen met ADHD. Dit is van noemenswaardig belang want zonder een aangepaste kijk op ADHD, werken zelfs de beste trucs niet.

P14 De ergotherapeut bij het werken met pychotici: van crisis tot ontslag   GEANNULEERD
Cedric Alexander, ergotherapeut, UPC KU Leuven, Kortenberg

De mogelijke taak van de ergotherapeut binnen het psychiatrisch ziekenhuis bij het werken met psychotici wordt concreet toegelicht. De verschillende interventies worden geplaatst binnen de verschillende fasen van de herstelvisie.

P15 Wie zijn de slachtoffers van de geinterneerden?
Inge Jeandarme, psychiater, coördinator KeFor, OPZC Rekem

Achtergrond. De beperkte literatuur naar slachtofferkenmerken van ontoerekeningsvatbare daders toont aan dat de meeste slachtoffers meerderjarig zijn en bekenden zijn van de dader. Vooralsnog is het onduidelijk of het voornamelijk mannelijke of vrouwelijke slachtoffers betreft, en of het type slachtoffer gerelateerd is aan de psychiatrische stoornis van de dader.
Methode. Slachtofferkenmerken werden retrospectief gescoord bij 362 forensisch psychiatrische patiënten. De invloed van psychiatrische diagnose op het profiel van het slachtoffer werd nader onderzocht.
Resultaten. Slachtoffers zijn voornamelijk volwassen kennissen van de dader. Het aandeel mannelijke en vrouwelijke slachtoffers was gelijkaardig. Familieleden en zorgverleners werden het meest frequent slachtoffer. Analyses toonden verder aan dat slachtofferkenmerken niet varieerden in functie van psychiatrische diagnose bij de dader.
Conclusie. Onbekenden en minderjarigen werden zelden slachtoffer in een populatie van forensisch psychiatrische patiënten.

P16 De activeringswens van de patiënt tijdens opname. Het project 'FIAT-begeleiding' in het UPC KU Leuven
Esther Van Reeth, coördinator, competentiecentrum sociaal werk, UPC KU Leuven, Kortenberg
Jeroen Vos, coördinator competentiecentrum ergotherapie, UPC KU Leuven, Kortenberg
Katrien Braekers, expertiseverantwoordelijke activering competentiecentrum sociaal werk, UPC KU Leuven, Kortenberg
Mieke Vermeulen, expertiseverantwoordelijke activering competentiecentrum psychologie, UPC KU Leuven, Kortenberg

Achtergrond
Het belang van activering na en zelfs tijdens een periode van werkonderbreking wegens o.a. ziekte hoeven we niet meer aan te stippen. Uit de ROPI (Recovery Oriented Practices Index)-bevraging kwam naar voren dat patiënten aangeven dat activering nog meer een onderdeel mag uitmaken van het behandelaanbod. Sinds januari 2017 zijn we binnen het UPC KU Leuven daarom gestart met een proefproject.
Project
Het proefproject FIAT-begeleiding staat voor Flexibele Intensieve ActiveringsTraject-begeleiding. Het gaat om een individueel traject voor patiënten die intensieve ondersteuning nodig hebben op vlak van opleiding/werk en/of vrije tijd/ontmoeting. Activering kan dus vele vormen aannemen en is niet noodzakelijk gericht op betaalde arbeid.
Uitgangspunt
De activeringswens van de patiënt vormt het vertrekpunt. De patiënt heeft inspraak en werkt actief mee aan het uitstippelen van zijn traject en is hiervoor mee verantwoordelijk. Activering is gericht op maatschappelijk participatie, die in vele vormen en in verschillende gradaties kan worden gerealiseerd. Maatwerk is dus noodzakelijk.
Verbindend werken
Het doel is om de expertise van verschillende disciplines (ergotherapeuten, psychologen, maatschappelijk werkers, activeringsbegeleiders, …) te bundelen om een gespecialiseerd activeringsaanbod uit te werken op maat van de patiënt, waardoor activering ook een plaats krijgt binnen het behandelaanbod tijdens de opname.
Bij het uitwerken van activeringstrajecten houden we rekening met het aanbod in de regio en de reeds betrokken externe partners voor opname. Een goede samenwerking met het netwerk is hiervoor noodzakelijk, zowel op patiëntniveau in functie van continuïteit als op het niveau van het delen en ontwikkelen van expertise.

P17 Op-Stap: een nieuwe toekomst tegemoet …
Evelyne Willaert, coördinator/jobcoach, Emino, Gits

Jaarlijks ondersteunt Emino als GOB (Gespecialiseerde dienst voor opleiding, bemiddeling en begeleiding) 2.000 mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt naar werk, alsook in het terug opnemen van werk na een ziekteperiode of behoud van hun werk en in hun loopbaanvragen. De finaliteit is steeds werk.
Binnen de werking van Emino hebben we het project Op-Stap. Op-Stap is een oriëntatie- en activeringsmodule van een 16-tal weken dat vanuit een groepsgebeuren start en gericht is op het zetten van stappen naar werk in het Normaal Economisch Circuit.
De module richt zich naar personen met een psychosociale kwetsbaarheid die drempels ervaren in het zetten van stappen naar de arbeidsmarkt. De combinatie van een opbouwend groepsprogramma en intensieve individuele coaching zorgt ervoor dat de deelnemers nieuwe ervaringen opdoen, leren van elkaar en groeien naar meer weerbaarheid, een realistisch zelfbeeld en een groter zelfvertrouwen. Via vormingsmomenten rond werkgerelateerde thema’s worden de deelnemers klaargestoomd voor hun re-integratie op de arbeidsmarkt. Tijdens een opleiding op de werkvloer krijgen de deelnemers de mogelijkheid om een job naar keuze op een laagdrempelige manier uit te proberen.
Op die manier wil Op-Stap een “opstap” zijn voor mensen die omwille van een psychische/psychosociale kwetsbaarheid moeilijkheden ondervinden in de (re)integratie op de arbeidsmarkt.

P18 Het supportteam GGZ Tienen: een praktijkvoorbeeld van vermaatschappelijking van zorg
Daisy Menten, klinisch psycholoog, Alexianen Zorggroep Tienen

Het Supportteam GGZ Tienen stelt, in samenwerking met Alexianen Zorggroep Tienen en de huisartsenkring Tienen, haar ggz-expertise ter beschikking van de huisartsen en de andere zorgpartners uit de regio, specifiek voor hun vragen over het inschatten van psychische problemen. Hiertoe biedt het supportteam een concrete probleemanalyse via assessment met eventuele verwijshulp ter ondersteuning van de huisarts.
Het gaat om een aanbod dat versterkend werkt voor Functie 1, het professionaliseren van zorg bij psychische problemen in de eerste lijn. Concreet kunnen huisartsen op korte termijn ondersteund worden door ggz-experten (psychologen en psychiaters).
- Het aanbod rond assessment gebeurt zo laagdrempelig mogelijk: invullen vragenlijsten via de computer van thuis uit waar mogelijk en stepped care - niet meer dan nodig. Resultaten worden teruggekoppeld aan de patiënt bij de huisarts of eerste lijn hulpverlener in zijn praktijk of in het supportteam al dan niet in aanwezigheid van huisarts of andere hulpverleners. Adviezen voor verdere zorg worden geconcretiseerd. Indien de verwijzer of patiënt dit vraagt, wordt ook gerichte verwijshulp geboden.
- Begeleiding wordt slechts kortdurend aangeboden door het supportteam op vraag van de verwijzer, en als brug in afwachting van opstart in tweedelijnsteams of bij plots wegvallen van zorg ifv continuïteit van zorg.
- Bijkomend verzorgt het supportteam vorming-op-maat ter versterking van het zorgaanbod van huisartsen en andere eerstelijns- en tweedelijnsprofessionals bij psychische zorgnoden. Gericht op hun vraag is er maximale flexibiliteit op vlak van inhoud, werkvormen, locatie, en leervorm: kennisleren, vaardigheidsleren, casusgericht leren.

P19 Allemaal anders... en toch ook niet
Dirk Opdebeeck, verpleegkundige, afdelingsverantwoordelijke, PZ Duffel

Atlas 1 is een gesloten opname- en behandelafdeling van het PZ Duffel voor 30 volwassenen met een primaire psychotische problematiek. Vanuit een sterk individueel gerichte aanpak, trachten we een zo maximaal mogelijke autonomie van de patiënt na te streven. Gedurende het hele behandelproces houden we rekening met het tempo van de patiënt en bieden we zorg op maat. We werken aan het reduceren van symptomen en het exploreren van wensen en mogelijkheden. Eigen regie en zorg op maat vatten deze gefaseerde ondersteuning samen. De behandeldoelen bevatten het stabiliseren van de psychose, het opbouwen van een vertrouwensrelatie, het aanleren van alternatieve coping strategieën, het vergroten van de psychische flexibiliteit en sociaal maatschappelijke re-integratie. Bij eerste opnames en diagnostische onduidelijkheid wordt de focus gericht op de differentiaaldiagnose via klinische observaties in de diverse (groep- en individuele) sessies. ACT vormt de leidraad van de behandeling. Het is een evidence-based benadering van psychose met herstelondersteunende principes. Deze gedragstherapie is gebaseerd op acceptatie. Niet de inhoud van de gedachten hoeft te veranderen om tot verandering te komen, maar slechts onze houding tegenover gedachten. Men leert met ACT om zich niet te laten leiden door die gedachten en ze meer van op een afstand te bekijken. Het belangrijkste doel is de psychische rigiditeit om te zetten in psychische flexibiliteit, en deze te vergroten.

P20 Doen ouders het goed tijdens de blok? | GEANNULEERD
Griet Speeckaert, coördinator, Teleblok, Schaarbeek

P21 Onderzoek naar de visie van Vlaamse huisartsen op de organisatie van de geestelijke gezondheidszorg
Marijke Van Duynslaeger, data-analist, Nationaal Verbond Socialistische Mutualiteiten, Brussel

Inleiding
In 2014 onderzocht het Socialistisch Ziekenfonds de onvervulde noden van haar leden. 20% van onze leden gaf toen aan nood te hebben aan psychische zorg. Een derde van die groep gaf aan die niet te kunnen betalen. Ook vele andere studies en cijfers tonen de nood aan een betaalbare, laagdrempelige eerstelijnspsychologische zorg. In 2016 ontwierp het KCE een concreet voorstel voor de organisatie en financiering van zo’n eerstelijnspsychologische zorg.
Methode
In juni 2017 organiseerde het Socialistisch Ziekenfonds een onderzoek dat peilde naar de visie van Vlaamse huisartsen op de organisatie van de geestelijke gezondheidszorg, zoals voorgesteld door het KCE. De enquête werd per mail aan een representatief staal van 675 Nederlandstalige huisartsen gestuurd. Van deze 675 aangeschreven huisartsen, vulden er 119 de enquête volledig in.
Belangrijkste resultaten
• Huisartsen vinden dat een laagdrempelige toegang tot hulp van een erkende eerstelijnspsycholoog een fundamentele meerwaarde zou bieden, en het gebruik van psychofarmaca zou kunnen verlagen.
• Zij ondersteunen de visie dat de eerstelijnspsychologische zorg de eerste trede moet zijn van een geïntegreerde, getrapte, kwalitatieve geestelijke gezondheidszorg. Zij staan positief tegenover samenwerking, zoals bijvoorbeeld met de centra geestelijke gezondheidszorg.
• Huisartsen waren verdeeld over de vraag of een eerstelijnspsycholoog zonder doorverwijzing toegankelijk mag zijn.
Conclusie
De resultaten van deze enquête geven aan dat de vergoeding van de eerstelijnspsychologische zorg, zoals voorgesteld door het KCE, een draagvlak heeft bij de ondervraagde huisartsen.

P22 E-Mental Health bij eetstoornissen en verwante moeilijkheden
Anna Debaetselier, sociaal-cultureel werkster en vrijwilligster AN-BN vzw
Mara Reynders, psychotherapeut Voedsel voor de Ziel en vrijwilligster AN-BN vzw
Els Verheyen, psychotherapeut Voedsel voor de Ziel en voorzitter AN-BN vzw

Doel
Bij E-Mental health maakt men gebruik van informatie- en communicatietechnologie om welzijn en geestelijke gezondheidszorg te ondersteunen of verbeteren. Verder biedt het voor hulpverleners mogelijkheden voor preventie, diagnostiek, behandeling en opvolging op lange termijn. We brengen online hulpmogelijkheden bij eetstoornissen en verwante moeilijkheden in kaart.
Methode
Aan de hand van kwaliteitscriteria als privacy en anonimiteit, evidence-based, gratis/betalend, bruikbaar in therapie en taal werden verscheidene online hulpverleningstools onderzocht. Het gaat hierbij om eetstoornis herstel sites, eetstoornis herstel apps, meditatie apps, mental health apps (diverse problemen) en online modules bij eetstoornissen en verwante moeilijkheden (angst, depressie en suïcide).
Resultaten
Uit het kwaliteitsonderzoek besluiten we dat er geen Nederlandstalige eetstoornis herstel apps zijn, maar het Engelstalig aanbod is sterk: Jourvie, Recovery Record en Rise Up + Recover. Wat betreft Mental Health Apps bevelen we in het Nederlands Psymate, BackUp en OnTrackAgain aan en in het Engels Mindshift, T2 Mood Tracker, What’s Up?, CBT Thougt Record Diary en Wellmind. Een speciale aanbeveling verdient Onlinedagboek.be, dat kan gebruikt worden als onderdeel van een therapie.
Conclusie
Voornamelijk Engelstalige online tools zijn beschikbaar voor herstel bij eetstoornissen. Enkele websites en apps kunnen ingezet worden in therapie of bij onderzoek. Verder onderzoek dient uit te wijzen wat de inzetbaarheid en werkzaamheid van deze tools kunnen zijn in Vlaanderen.

P23 Hefbomen voor een diversiteitsbeleid binnen een psychiatrisch ziekenhuis. Good practices vanuit UPC KU Leuven
Esther Van Reeth, coördinator, competentiecentrum sociaal werk, UPC KU Leuven, Kortenberg
Ria Dhaeze, coördinator interculturele bemiddeling, UPC KU Leuven, Kortenberg

Achtergrond
Binnen het UPC KU Leuven streven we naar gelijke kansen op enerzijds toegang en gebruik van zorg en anderzijds kwaliteit van zorg. Geen evidente opdracht.
Toegankelijkheid van zorg houdt in dat er rekening wordt gehouden met ‘drempels’ die patiënten ondervinden om de stap te zetten naar gepaste zorg, maar even goed met ‘drempels’ die personeelsleden ervaren om deze zorg te kunnen aanbieden. Dit kan gaan over moeilijkheden op vlak van mobiliteit, taal, financiële draagkracht , …
Gelijke kansen op kwaliteitsvolle zorg betekent niet noodzakelijk gelijkaardige zorg, m.a.w. sommige patiënten hebben nood aan extra ondersteuning om van dezelfde kwaliteitsvolle zorg te kunnen genieten.
Lopende projecten
Door deelname aan het project Migrant Friendly Hospitals van het FOD Volksgezondheid in 2014 kregen we via een zelfbeoordelingsinstrument zicht op het diversiteitsbeleid van onze organisatie en mogelijke verbeterdomeinen.
In onze zoektocht naar hoe de zorgverlening nog beter kan, worden de zorgvrager, maar ook het personeel actief betrokken via allerlei kanalen zoals nieuwsbrieven, de stuurgroep diversiteit en het project ‘Uw mening telt’.
Sinds 1999 nemen we als enige psychiatrisch ziekenhuis in Vlaanderen ook deel aan het Project Interculturele Bemiddeling van de FOD Volksgezondheid waardoor we tot op heden aan onze zorgvragers gratis taalbijstand kunnen aanbieden via tolken ter plaatsen of internet.