18 en 19 september 2018
Antwerpen, Wilrijk - Campus Drie Eiken
Allemaal anders

mededelingen

Dinsdag 18 september 2018 | 11u30 - 13u00
M01 Zelfzorg
M01.1 Allemaal anders – of toch allemaal hetzelfde?
Frank van Gool, directeur en onderzoeker, Trifier BV, Hoogstraten
Ieder mens is uniek. Er is slechts een jij. In dat opzicht zijn we allemaal anders.
Het unieke is ook onze verschillende denkwijze. Welke betekenis we daar aan geven laten we zien in ons (non)verbale gedrag. Toch zijn we als mens ook allemaal één, als in hetzelfde willen: een veilig bestaan waar we (sociale en materiele) vrijheid beleven.
Ieder mens wil ook diversiteit en tegelijkertijd zekerheid. Dat botst wel eens met elkaar.
In de geestelijke gezondheidszorg kan sprake zijn van een ‘machtsverhouding’ tussen zorgmedewerker en cliënt. De cliënt is ‘niet voor niets in behandeling’. Wie ‘weet het beter’ en wie bepaalt wat beter is? Hoe past dat binnen de gestelde kaders? Wat zijn die kaders, en welke resultaten zijn daar tot nu toe werkelijk mee geboekt?
Als we allemaal anders zijn en toch hetzelfde willen, welke aanpak in samenwerking werkt dan, wel, effectief?
We overlopen bewezen best practices die in veilige, herstelgerichte en vrije zorg in de praktijk kunnen toegepast worden. Dat doe je niet alleen, je doet het samen. Een veilige zorg- en werkomgeving staat of valt bij hoe veilig het team zich voelt.

M01.2 Allemaal anders en toch zoveel gemeen
Pim Ampe,
DGT-therapeute, Holacracy practitioner, Oplossingsgerichte supervisor en zaakvoerder, Positiv'eau bvba, Berchem
Nele Van Steen, orthopedagoge, Equicoach
Molly Goodman, psychologe
Elise Torfs, antropologe
Of je nu groot of klein bent, dik of dun, intelligent of mentaal beperkt, ziek of kerngezond, introvert of eerder extravert, een denker of een doener bent, allen hebben we een gemeenschappelijke wens, de wens om kwaliteit van leven te ervaren.
Er is geen universeel recept tot levenskwaliteit. Uit wetenschappelijk onderzoek blijkt wel dat er verschillende elementen op verschillende levensdomeinen van invloed zijn op je levenskwaliteit. Op sommige van die zaken kan je zelf in bepaalde mate invloed uitoefenen, om zo zorg te dragen voor je welzijn en je kwaliteit van leven te vergroten. Tegelijk moeten we ook leren omgaan met de onveranderlijke feiten en omstandigheden die zich voordoen in ons leven aangezien niet alles veranderd kan worden. Hoe we omgaan met wat is, doen we allemaal anders.
In deze mededeling willen we ervaringen met je delen over de wijze waarop mensen hun levenskwaliteit kunnen bevorderen binnen hun dagelijkse leven en hoe dit een gunstig effect kan hebben op hun fysiek en psychisch welzijn, persoonlijke ontwikkeling, sociale relaties, werkplezier en hun dagelijkse activiteiten.

M01.3 Lief voor mijn lijf
Elke Valgaeren,
dienstchef van de studiedienst, Gezinsbond, Brussel
Lief voor mijn lijf is een project van de Gezinsbond, in samenwerking met verschillende experten en gezondheidsorganisaties, met de steun van de Vlaamse overheid, minister Vandeurzen.
Het project focust op de terreinen opvoeding, gezinsrelaties, communicatie in het gezin, preventie.
Lief voor mijn lijf wil ouders en tieners bewustmaken van de mechanismen die spelen bij het vormen van het zelfbeeld. We belichten het belang van een positief zelfbeeld en zelfwaardegevoel bij jongeren. Meer bepaald de rol van body image op het zelfbeeld van tieners.
Zowel lichaam als geest staan centraal en elementen zoals voeding, beweging, relaties, psychisch welbevinden, … krijgen een plaats. Daarnaast besteden we ook aandacht aan factoren van buitenaf die hierop impact hebben en horen tot de leefwereld van tieners: beeldcultuur en smartphonegebruik, media, vrienden en familie.
We voerden een online belevingsonderzoek bij ouders van tieners, dat peilde naar wat zij bij hun puber opmerken over onzekerheid over het lichaam en onzekerheid over talenten.
We stellen het kader van het event Lief voor mijn lijf voor en presenteren het onderzoeksrapport met de resultaten uit het belevingsonderzoek Lief voor mijn lijf.

M01.4 Harmonie tussen lichaam en geest: een natuurlijk pad naar lichamelijke en geestelijke gezondheid
Sabrina Marx,
klinisch psycholoog, integratief psychotherapeut, orthomoleculair voedingsdeskundige i.o., Coranima, Tongeren
In mijn praktijk werk ik vanuit een integratieve visie op gezondheid. Ik integreer elementen uit de psychologie, de psychotherapie en de orthomoleculaire wetenschap. Stress, voeding, beweging, zingeving, zonlicht, zuurstof,... Al deze factoren hebben een belangrijke invloed op ons zijn. Een integratief behandelplan omvat al deze elementen. Chronische stress en een ongezond voedingspatroon kunnen het (bio-chemisch) evenwicht in ons lichaam ernstig verstoren. Willen we ons terug goed in ons vel voelen, dienen we ook aandacht te besteden aan het herstellen van dit evenwicht. Dit kan in veel gevallen op natuurlijke wijze. Stress kan door vele factoren worden veroorzaakt, zowel mentaal als fysiek. Denk hierbij aan belemmerende gedachten- of gedragspatronen, gebrekkige probleemoplossende vaardigheden, een gebrek aan zingeving, ingrijpende levensgebeurtenissen, een ongezonde levensstijl,... Om te voorkomen dat er vroeg of laat een nieuw onevenwicht ontstaat, dienen we deze factoren aan te pakken. Ik werk met mijn cliënten op alle vier lagen: biologisch, psychologisch, sociaal en spiritueel.

Dinsdag 18 september 2018 | 11u30 - 13u00
M02 Ethiek
M02.1 Uitgeprocedeerd in pijn
Pierre Mertens,
beeldend kunstenaar, groepstherapeut Andante, directeur Child-help International, CGG Andante, Schoten
Mijn verhaal vertrekt vanuit drie deelgebieden van mezelf.
- Als kunstenaar, spreek ik beeldend. Mijn mededeling vertrekt vanuit kunstenaars die pijn opzoeken om tot kunst te komen. Zij maken pijn zichtbaar en toegankelijk in een wereld die pijn vooral wil uitsluiten, verbannen of ontkennen. Mijn lezing zal geïllustreerd worden met kunstwerken van Berlinde De Bruyckere, Safet Zec, Edvard Munch, van mezelf en andere collega artiesten.
- Als psychotherapeut ben ik pijn gaan zien als iets dat zowel fysiek als psychisch is. Niet het een of het ander, maar altijd interactief. Al jaren geef ik groepstherapie voor mensen met chronische pijn. Zowel chronische fysieke als psychische pijn zijn het centrale thema. Door die pijn te laten zijn en er niet tegen te vechten of ze te willen wegnemen, komt er ruimte om die pijn een andere plaats te geven in het leven. Acceptatie wordt mogelijk door de pijn te delen met lotgenoten in de groepstherapie. Onder chronische pijn zitten dikwijls ouder traumata verborgen die door de soms te symptomatische aanpak van de geneeskunde niet de ruimte krijgen die ze verdienen.
- Als vader van Liesje, een meisje met spina bifida (of open rug) ben ik zelf met pijn en dood geconfronteerd geweest. Ik richtte met mijn vrouw een zelfhulpgroep op en werd een activist voor het recht op leven voor kinderen met een handicap. Zelfhulpgroepen zijn van grote waarde in het proces van acceptatie van pijn en geven mensen weer greep op hun eigen leven. Vanuit deze positieve ervaring werd ik actief voor het recht op behandeling voor kinderen met deze handicap in ontwikkelingslanden.

M02.2 Euthanasie en psychisch lijden: de visie van de Groep Broeders van Liefde
Axel Liégeois,
hoogleraar, KU Leuven & Broeders van Liefde, Leuven
In 2017 heeft de Groep Broeders van Liefde in België haar visie op euthanasie bij psychisch lijden in een niet-terminale bijgestuurd. Uitgangspunt zijn drie fundamentele waarden. Vanuit de autonomie nemen we het ondraaglijk en uitzichtloos lijden en het verzoek tot euthanasie van de patiënt ernstig. Tegelijk waarborgen we vanuit de beschermwaardigheid van het leven dat euthanasie niet onterecht wordt uitgevoerd en enkel indien er geen redelijke andere oplossing is. We verbinden autonomie en beschermwaardigheid door in te zetten op de waarde van de zorgrelatie.
Daartoe werken we met een tweetrajectenbegeleiding. Enerzijds zoeken we met de patiënt naar mogelijkheden van levensondersteunende zorg, zoals behandeling, herstel, palliatieve zorg en zinbeleving. Anderzijds verhelderen we de euthanasievraag en toetsen we die vraag aan de wettelijke voorwaarden. De verbinding tussen beide trajecten maken we door te werken met zorgvuldigheidsvereisten die de wettelijke voorwaarden specifiëren en concretiseren voor de specifieke situatie van psychisch lijden in een niet-terminale situatie. We onderscheiden drie inhoudelijke zorgvuldigheidsvereisten: de wilsbekwaamheid van de patiënt, de medisch uitzichtloze toestand en het ontbreken van een redelijk behandelperspectief. Deze voorwaarden worden getoetst doorheen vijf formele zorgvuldigheidsvereisten: voldoende overleg en streven naar consensus tussen arts en patiënt, tussen de betrokken artsen, in het interdisciplinaire team, met de familie en naasten, en met de lokale supportgroep levenseinde. Ten slotte zijn er drie bijkomende zorgvuldigheidsvereisten: de uitdrukkelijke gewetensbeslissing van de arts en zorgverleners, een extra zorgvuldigheid naar de andere patiënten indien euthanasie in de residentiële context wordt uitgevoerd, en een toetsing a priori door een evaluatiecommissie van de toepassing van de zorgvuldigheidsvereisten door de arts.

M02.3 Demoralisatie: een uitdagend concept!
Marc Eneman,
hoofdarts, UPC Sint-Kamillus, Bierbeek
Mensen die hulp komen zoeken in de geestelijke gezondheidszorg voelen zich dikwijls onmachtig, gefaald in hun streven, ze weten niet meer hoe of waarheen: ze zijn gedemoraliseerd. Het begrip demoralisatie werd ontwikkeld door de Amerikaanse psychiater Jerôme Frank in de jaren 70 van de 20e eeuw. Hij definieerde demoralisatie als een vorm van psychisch lijden, te wijten aan het falen van de coping mechanismen, en gekenmerkt door hopeloosheid, hulpeloosheid en een verlies van zin en betekenis. Hoewel relatief weinig gekend, is er sinds Frank heel wat denkwerk en onderzoek verricht omtrent dit transdiagnostisch concept; erg boeiende literatuur die ons stimuleert tot nadenken over kernelementen in onze hulpverlening. In deze mededeling behandelen we vragen als: wat is demoralisatie eigenlijk? Is het iets anders dan een depressie? Is het überhaupt een ziekte? En niet in het minst: hoe kunnen we mensen vooruit helpen op de weg van demoralisatie naar remoralisatie?

M02.4 Enkele klinisch-theoretische beschouwingen rond extreem psychotrauma en ballingschap
Emmanuel Declercq,
doctoraal onderzoeker UCL, psychotherapeut in eigen praktijk, Vilvoorde
In deze mededeling schets ik kort mijn parcours van psychotherapeut in de kliniek van extreem psychotrauma en ballingschap. Zoals ik zal tonen, daagt deze zeer specifieke kliniek ons uit onze westerse academische denkkaders te verlaten, onder meer in verband met nosografie, etiologie en psychotherapie. De confrontatie met deze kliniek wijst er ons immers op dat deze denkkaders ontoereikend zijn om het psychische lijden van het meestal zeer zwaar getraumatiseerd subject in ballingschap te "begrijpen" en te theoretiseren. Dit is één van de redenen waarom ik in het kader van het doctoraal onderzoek dat ik dit jaar beëindig, besloten heb om mij als amateur-antropoloog onder te dompelen in de wereld van het subject in ballingschap, bijvoorbeeld door zelf een paar weken door te brengen in een opvangcentrum, etc.
Specifiek zal ik vertrekken van een aantal theoretische beschouwingen rond extreem psychotrauma, te begrijpen als de confrontatie met de barbarij en de onmenselijke horror. Deze extreme situaties leiden tot extreme verlieservaringen zoals het verlies van wat de kern van onze menselijkheid constitueert, ons gevoel samen-met-de-anderen-in-de-wereld-te-zijn.
Verder zal ik argumenteren dat deze kliniek niet kan gedacht worden zonder rekening te houden met de levensomstandigheden in het ‘gast’-land, omstandigheden die continu balanceren op de slappe koord tussen inclusie en exclusie. Denken over deze kliniek is dan ook denken over de actuele malaise in onze westerse samenlevingen die er soms toe neigt de "vluchteling" opnieuw te verbannen naar het land van het nergens van de clandestiniteit.
Hoe dan denken over herstel in deze kliniek?

Dinsdag 18 september 2018 | 11u30-13u00
M03 Kwetsbaarheid
M03.1 Autismen, een ontwikkelingsstoornis in wisselwerking
Wouter Roelstraete,
experiëntieel gestalttherapeut, psychotherapeut, Psyworks, Lauwe
Als persoon gediagnosticeerd met ASS en als afgestudeerde experiëntieel gestalttherapeut wil ik vanuit mijn eigen ervaring en de ervaringen van mijn cliënten stellen dat een autistiforme wisselwerking tussen een persoon en zijn omgeving ontstaat enerzijds vanuit wat ik de ijskastsamenleving zou kunnen noemen, en anderzijds vanuit het feit dat de gediagnosticeerde persoon van nature niet geneigd is de ander voorgrond te maken ten opzichte van de achtergrond die de omgeving zou kunnen zijn. De gediagnosticeerde persoon zal dus meer geneigd zijn om blijvend emotioneel samen te vallen met de omgeving. Als overlevingsmiddel zal hij zich daarom soms totaal isoleren van de omgeving. Historisch gezien is het lastig om autisme als een ontwikkelingsstoornis te blijven kwalificeren, omdat dit inhoudt dat autisme niet iets puur genetisch is, maar ontstaat vanuit de wisselwerking met de omgeving. Ik stel dan ook voor om niet personen, maar wel een problematiek te diagnosticeren (wat in feite kan opgaan voor alle psychopathologische diagnoses).
Vanuit een ontwikkelingsgerichte visie op een autistiforme wisselwerking, waaruit hoop en mogelijkheden liggen voor de ontwikkeling van mensen gediagnosticeerd met ASS en dikwijls ook ouders, partners, wil ik eveneens enkele therapeutische handvatten presenteren voor het werken met ASS-gediagnosticeerde personen en hun omgeving.

M03.2 Hoogsensitiviteit en zelfcompassie
Wendi Winnelinckx, creatief therapeut, mindfulness- en compassietrainer, HSP professional, psychotherapeut in opleiding, zelfstandig - certified partner Huis voor Veerkracht, Mechelen
12 tot 15 % van de bevolking blijkt hoogsensititief te zijn. Deze studie start met een exploratie van hoe hoogsensitiviteit zich toont. Hoogsensitieve personen zijn meer kwetsbaar voor stress, bezorgdheid en depressie. Een deel van de groep hoogsensitieve personen worstelt met Rejection Sensitivity. Er is een nood aan interventies om veerkracht te versterken bij deze groep mensen.
Een interventie waarin zelfcompassie wordt geoefenend, wordt onderzocht. Zelfcompassie, geïntroduceerd en geoperationaliseerd door Kristin Neff, is het vermogen om mild en vriendelijk aanwezig te zijn bij pijn.
Pilot-study loopt van januari 2017 tot mei 2018 en onderzoekt de effectiviteit van MBST – Mindfulness Based Selfcompassion Training – ontwikkeld door Dr. David Dewulf. Welk effect heeft deze 8-weken interventie op de kwaliteit van leven van de deelnemers?
In deze studie wordt gewerkt met het afnemen van 6 vragenlijsten, waaronder de zelfcompassieschaal ontwikkeld door Kristin Neff. Januari 2018 hebben 32 mensen de voor- en nameting ingevuld. 13 mensen hebben ook de follow-up meting ingestuurd.
Analyse van de data volgt. Hypothese is dat voor hoogsensitieve personen er nood is aan meer veiligheid, gevoelens van warmte en zelfappreciatie voor en in combinatie met het exploreren van pijnlijke herinneringen of stressvolle situaties.


M03.3 Als zwanger worden niet vanzelfsprekend is
Shanti Van Genechten,
vroedvrouw, oprichtingsdirecteur/netwerkcoördinator, Kinderwens Expertisenetwerk, Molenstede
Onvervulde kinderwens “Een berg van opzijgeschoven verdriet”
Fertiliteitsproblemen hebben een grote impact op het psychosociaal welzijn van wensouders. Op 19 oktober 2010 presenteerde het IST de aanbevelingen “Kinderwens op de agenda” aan de commissie Welzijn, Volksgezondheid en Gezin van het Vlaams Parlement, voor een gecoördineerd beleid rond onvervulde Kinderwens. Vandaag werd Kinderwens Expertisenetwerk opgericht met als doel verschillende actoren te laten samenwerken om een geïntegreerde zorg te kunnen bieden aan ouders met een kinderwens.
Eén op zes koppels in Vlaanderen kampt met fertiliteitsproblemen. Ongewilde kinderloosheid en fertiliteitsbehandelingen hebben een enorme impact hebben op diverse aspecten van het leven van wensouders: lichamelijk welbevinden, zelfbeeld en zelfvertrouwen, relatie en seksualiteit, sociale relaties, de werksituatie,…
Wat de medisch-technologische aspecten van fertiliteitsbehandelingen betreft speelt Vlaanderen een pioniersrol. De uitdaging bestaat er echter in de psychosociale omkadering op eenzelfde kwaliteitsniveau te brengen en zo bij te dragen tot een verhoogde levenskwaliteit van de wensouders. Via de oprichting van de gloednieuwe Vlaamse kinderwenshuizen die ingebed zijn in vaste overheidsstructuren kunnen we een laagdrempelige psychosociale zorg mogelijk maken en alert zijn voor tijdige doorverwijzing, daar waar nodig.

M03.4 Als anders er niet zo anders uitziet! Wat betekent leven met niet (meer)zichtbare (eet)problemen?
Lene Cooman,
vrijwilliger, AN-BN vzw, Leuven
Wat niet weg is, is niet te zien. Of toch?
Gewikt en gewogen, een correct BMI, een normale lichaamsbouw. De grenzen van onder- of overgewicht worden niet overschreden. Geen enkele reden om verder aandacht te besteden aan eventuele signalen die gelinkt kunnen worden aan een eetstoornis. Nochtans is het blindelings vaststellen (zonder meer) van de lichamelijke parameters eerder een aanzet tot een toename van de complexiteit van het probleem. De knagende honger naar doorzichtigheid wordt niet gestild. Steun en begrip blijven uit en het destructieve eetgedrag wordt versterkt.
Eetstoornissen laten zich niet steeds met een weegschaal ontmaskeren. Wel door open te staan voor signalen die aangeven dat iemand met een eetstoornis er niet zo anders uitziet als anders.
Laten we niet meer wikken en wegen maar attent zijn voor de kenmerken van het (onmeetbaar) gevoel “de rouw om de lichaamsbouw”. Samen, onderweg naar herstel!

Dinsdag 18 september 2018 | 14u00 - 15u30
M04 Recidivepreventie
M04.1 Het inschatten van de kans op recidive bij seksueel delinquenten met een verstandelijke beperking
Claudia Pouls,
onderzoeker, KeFor - OPZC Rekem
De wetenschappelijke kennis over het inschatten van de kans op herval bij de specifieke doelgroep van seksueel delinquenten met een verstandelijke beperking staat in schril contrast met deze bij normaal begaafde daders. Een literatuuroverzicht waarbij een inventaris werd gemaakt van de instrumenten voor plegers met een verstandelijke beperking toonde aan dat zowel het aantal beschikbare instrumenten als de validatie ervan beperkt was. Hierbij werd vooral de Assessment of Risk and Manageability for Individuals who Offend Sexually (ARMIDILO-S; Boer et al., 2013; Boer, Tough, & Haaven, 2004) naar voren geschoven als een veelbelovend instrument. In navolging van deze literatuurstudie werd binnen het Kenniscentrum Forensisch Psychiatrische Zorg (KeFor) een onderzoek opgestart om de betrouwbaarheid en validiteit van de ARMIDILO-S in Vlaanderen na te gaan. Tijdens deze mededeling worden dit (lopende) onderzoek, alsook de preliminaire resultaten gepresenteerd.

M04.2 Stop it Now!: ondersteuning ter preventie van seksueel kindermisbruik
Minne De Boeck,
criminoloog, universitair Forensisch Centrum, UZA, Edegem
‘Stop it Now!’ is een preventieproject dat seksueel kindermisbruik wil voorkomen via sociale bewustwording en een laagdrempelige hulplijn. De hulplijn biedt een luisterend oor, informatie, advies en ondersteuning aan mensen met pedofiele gevoelens of mensen die zich zorgen maken over hun seksuele gevoelens of gedrag naar minderjarigen. Daarnaast is de ‘Stop it Now!’ –hulplijn er ook voor de directe sociale omgeving van deze doelgroep: partners, familieleden, kennissen maar ook betrokken professionals kunnen bij de hulplijn terecht. De hulplijn biedt laagdrempelige ondersteuning en tracht de stap naar de gepaste hulp – wanneer nodig – te verkleinen.
Stop it Now! sluit zich aan bij een internationaal preventiemodel en bestaat sinds mei 2017 ook in Vlaanderen. Hoe loopt het project, wat zijn de ervaringen van de hulplijn, welke stappen kunnen nog worden gezet en hoe kan 'Stop it Now!' nog beter bijdragen aan de preventie van seksueel kindermisbruik en de ondersteuning van een gestigmatiseerde doelgroep? Deze mededeling brengt een stand van zaken met aandacht voor toekomstige uitdagingen ter preventie van seksueel kindermisbruik.

M04.3 Samenwerking met een 12-stappen-programma?
Yves,
Sexaholics Anonymous Vlaanderen, Linkeroever
Het 12-stappen-model van de Anonieme Alcoholisten steunt op een niet-godsdienstige spirituele basis. Het vraagt eerlijkheid, openheid en bereidheid tot een mentaliteitsverandering bij de lotgenoot. Het bouwt op de bereidwilligheid nieuwe relaties aan te gaan met lotgenoten zonder uitsluiting of bevooroordeling. Een ervaringsbericht door mensen met seksuele dwangmatigheden over de kracht van 'fellowship' tussen lotgenoten in herstel. En over de mogelijkheden tot samenwerking met hulpverleners.

Dinsdag 18 september 2018 | 14u00 - 15u30
M05 Hulpverleners en patiënten
M05.1 stigWA-project
Lisa Peeters, projectverantwoordelijke en psychiatrisch verpleegkundige, PZ Bethaniënhuis, Zoersel
Uit grootschalige bevolkingsonderzoeken blijkt dat er onder Belgen heel wat vooroordelen bestaan over mensen met psychische problemen. Zo krijgen zij vaak de stempel gevaarlijk en onvoorspelbaar te zijn en is het vertrouwen in hun herstel miniem. Vanuit deze resultaten heeft het PZ Bethaniënhuis te Zoersel het stigWA-project opgericht en werkt dit rond drie fundamentele pijlers:
-Intern: het is opvallend dat deze stigmatiserende opvattingen niet enkel voorkomen bij ongeïnformeerde buitenstaanders, maar ook bij zorgprofessionals. Patiënten voelen zich daarmee niet serieus genomen en paternalistisch behandeld. Stigmatisering binnen de gezondheidszorg heeft impact op het herstel en de levenskwaliteit van mensen met een psychische aandoening. stigWA heeft hiervoor de Koning Boudewijnstichting prijs gewonnen voor wetenschappelijk onderzoek én is bezig met gesprekken tussen patiënten en hulpverleners tot stand te brengen.
-Extern: Hierbij zetten we ons in om de gemeente Zoersel te informeren. Zo organiseren we evenementen om de dorpsgenoot op ons domein te krijgen en kennis te laten maken met psychiatrie op een aangename manier.
-AZ-PZ Ook interne bevragingen in PZ Bethaniënhuis (PZ) en AZ Sint-Jozef (AZ) - twee zorgvoorzieningen van vzw Emmaüs die beide op dezelfde campus gelegen zijn - hebben aangetoond dat patiënten te maken krijgen met stigmatiserende opvattingen, vooroordelen en discriminatie. We zijn momenteel bezig om een project te implementeren om de communicatiekanalen tussen AZ – PZ open te houden en probleempunten rond stigma en bejegening aan te kaarten.
We doelen op een open, interactief gesprek rond stigmatiseren en handvaten om dit te verminderen.

M05.2 De (on)toegankelijkheid van de GGZ voor mensen met een verstandelijke handicap en een psychische kwetsbaarheid. Ervaringen van Dienst Begeleid Wonen Leuven
Anne Bongaerts,
vormingsverantwoordelijke, Begeleid Wonen Leuven, Kessel-lo
Begeleid Wonen Leuven biedt ambulante en mobiele ondersteuning aan volwassen personen met een handicap in hun zelfstandig wonen. Begeleiders van onze dienst worden zeer vaak geconfronteerd met cliënten met een verstandelijke handicap én bijkomende psychische problemen. Bovendien gaat het ook geregeld om cliënten met een allochtone achtergrond waardoor de ondersteuning nog complexer wordt. Een drievoudige problematiek in onze multiculturele samenleving.
Wij zijn niet opgeleid in geestelijke gezondheidsproblemen waardoor doorverwijzing nodig is. Maar dan botsen wij op een muur omdat de bestaande outreachprojecten meestal onvoldoende toereikend zijn en meer nog, de meeste van de hulpverleners in de ggz zelf niet de professionele expertise hebben om met deze cliënten om te gaan waardoor ze sterk geweerd worden.
Zorg op maat is dus ver te zoeken. Het psychisch lijden van deze mensen wordt onderkend en vereist in onze huidige samenleving een gerichte en specifieke zorg.
Wij willen vanuit onze ervaringen met de aanwezigen van gedachten wisselen over de vraag hoe wij en ggz elkaar kunnen omarmen en versterken om de emotionele en psychische levenskwaliteit van deze mensen te verbeteren.

M05.3 ‘Que serais-je sans toi(t)?’, over de hulpverleningsrelatie in een context van armoede en sociale uitsluiting
Siegrid Degryse,
klinisch psychologe, relatie- en gezinstherapeut, medewerker vormingscentrum Rapunzel vzw, hulpverlener CAW Oost-Vlaanderen, Dilbeek
Een uithuiszetting, geen geld om eten te kopen, … op een punt gekomen waarop je niet anders kan dan hulp te moeten vragen, te moeten aanvaarden. En net dan ben je erg onzeker, heb je amper vertrouwen in de ander. Te vaak immers heb je de ervaring gehad ‘er niet toe te doen’. Tegelijk is elk hulpverleningstraject, elke opname in een opvangcentrum, budgetbeheer, plaatsing van een kind, een opname in psychiatrie, drughulpverlening,..., een kans op een tijdelijke correctieve hechtingservaring, een zaadje 'er wel toe doen' voor de toekomst. In deze mededeling belicht ik de meerwaarde van aanvullende pré-therapeutische trajecten, dichtbij de leefwereld en de hulpverlening van cliënten die zich op de rand van onze maatschappij bevinden. Het hechtingsdenken als veilige, vertragende, verbindende taal.

M05.4 Woon-zorg-op-maat?
Geert Stroobant,


Dinsdag 18 september 2018 | 14u00 - 15u30
M06 Structuren
M06.1 Hoezo, appels met peren vergelijken? De daling van het aantal psychiatrische ziekenhuisbedden versus de stijging van het aantal gevangenisplaatsen
John Vanacker, administrateur-generaal, OPZC Rekem
Vanuit verschillende hoeken komt terecht kritiek op het groot aantal psychiatrische ziekenhuisbedden waarover België/Vlaanderen beschikt. De richting vermaatschappelijking van zorg is ingezet en het doel is onder meer via de werking van mobiele teams en de middelen die gegenereerd worden door de bevriezing van bedden, aangepaste zorg te bieden in de thuissituatie. Maar ook op de beddenafbouw zelf wordt kritiek geformuleerd. Doel van mijn bijdrage is niet zozeer te focussen op de beddenafbouw zelf en de pro’s en contra’s af te wegen dan te zien dat het aantal gevangenisplaatsen de laatste decennia drastisch gestegen is, het aantal gedwongen opnames in de psychiatrie hoog is. Binnenkort hebben we meer gevangenisplaatsen dan psychiatrische ziekenhuisbedden. Wat zegt dit over onze samenleving? Hoe moeten we naar dit fenomeen kijken?

M06.2 Verzelfstandiging of privatisering van een psychiatrisch zorgcentrum: is er gras aan de overkant?
John Vanacker, administrateur-generaal, OPZC Rekem
Twee psychiatrische zorgcentra, OPZ Geel en OPZC Rekem, hebben een openbaar statuut. Ze zijn externe verzelfstandigde agentschappen van de Vlaamse Overheid. In het Vlaams Regeerakkoord staat dat een verzelfstandiging (buiten het beleidsdomein Welzijn, Volksgezondheid en Gezin) moet uitgevoerd worden. Als er aan verzelfstandiging gedacht wordt, wat wordt dan daar juist mee bedoeld? Is dit een goede zaak voor de patiënt? Welke criteria zijn er voor verzelfstandiging? Welke motieven kunnen er gegeven worden. De bijdrage is geen politiek verhaal maar een kijk vanuit overheidsmanagement. De insteek is dus vooral bestuurskundig.

M06.3 De uitspraken van de Tuchtorganen verbonden aan de Psychologencommissie: stand van zaken en belangrijkste lessen
Emily Vranken,
stafmedewerker deontologische dienst, psychologencommissie, Brussel
2017 was het jaar waarin de Tuchtorganen van de Psychologencommissie voor de eerste keer een uitspraak deden over klachten die tegen psychologen werden ingediend. In deze bijdrage geven we een overzicht van de stand van zaken van de klachtenbehandeling. We geven een overzicht van de cijfers en gaan in op de belangrijkste lessen die psychologen eruit kunnen trekken. We staan ook stil bij de belangrijkste deontologische aandachtspunten en valkuilen.

Dinsdag 18 september 2018 | 16u00 - 17u30
M07 Psychose
M07.1 Over psychose, diversiteit en uniformiteit

Niel Van Cleynenbreugel, psycholoog - psychotherapeut, UPC KULeuven, Kortenberg
Voor jongvolwassenen met een psychotische kwetsbaarheid vormt de dialectiek tussen diversiteit en uniformiteit een fundament in het therapeutisch proces. Deze complexe verhouding proberen we te incorporeren binnen onze psychoanalytisch georiënteerde afdeling. Zowel in de fysieke als in de psychische realiteit zorgt uniformiteit voor een dragende omgeving. Enerzijds zijn er de fysieke wetmatigheden van tijd en ruimte. Anderzijds zijn er psychische wetmatigheden die de cultuur, de gedeelde psychische realiteit van de afdeling vormen. Samen vormen deze het therapeutisch kader. Dit kader wordt door de verschillende disciplines gedragen en is de noodzakelijke voorwaarde om een therapeutisch proces te doen ontstaan. Hier creëren we de grenzen voor een vruchtbare bodem waar diversiteit kan groeien en ontwikkelen. De samenwerking tussen diversiteit en uniformiteit opent de mogelijkheid om in contact te treden, om verbindingen te maken en uiteindelijk een relatie aan te gaan. Een tegengewicht tegen patiënts tijdloze psychotische belevingswereld.
Echter, veranderingen binnen het zorgbeleid, de samenleving en de maatschappij zetten zowel het therapeutisch kader als de mogelijkheid tot diversiteit ernstig onder druk. Een druk die door iedereen voelbaar is binnen de afdeling. De complexiteit, het spanningsveld en de impact van deze verhouding vormen het uitgangspunt van onze discussie.
Hoe dienen we ons, als afdeling, te verhouden ten opzichte van een tijdloze samenleving waar alles constant mogelijk lijkt? Wat is goede patiëntenzorg en wat is herstel? Hoe breng je een gezonde dialoog tot stand, tussen beleidsmakers en clinici – tussen uniformiteit en diversiteit en hoe verzeker je zijn bestaan?

M07.2 Een perspectief op psychose: wat kunnen we leren uit ervaring?
Rob Sips, PhD-student, Center for Contextual Psychiatry, KU Leuven
Als we nadenken over psychose, dan denken we meestal in eerste instantie aan de tot de verbeelding sprekende wanen en hallucinaties. Hoewel hier veel over te zeggen valt, is dit niet waarover ik zal spreken. Naar mijn ervaring met psychose is dat namelijk niet wat de verwoestende kern van een psychotisch proces uitmaakt. Wat die kern naar mijn ervaring dan wel uitmaakt, daar ga ik het over hebben, nl. de manier waarop een psychose fundamenteel een persoonlijke wereld en een identiteit kan raken en waarom dit een grote impact kan hebben op iemands bestaan. Om dit te doen, maak ik gebruik van wat ik benoemd heb als een dialectiek van aha- en anti-aha-ervaringen. Eerst schets ik kort de rol en betekenis van de aha-ervaring met betrekking tot psychose, gevolgd door de introductie van de anti-aha-ervaring. Doorheen de presentatie zal ik verstaanbare voorbeelden te gebruiken om hiermee een brug te proberen maken naar de meer ongrijpbare afgrond die tevoorschijn kan komen in psychotische ervaringen. Door gewone, relatief alledaagse voorbeelden te verbinden met eigen ervaringen van psychose en herstel, hoop ik de toehoorders een stukje mee te nemen in die afgrond. Ter afsluiting bespreek ik kort waarom psychose niet per definitie een eindpunt hoeft te zijn, maar dat herstel een weg naar groei kan betekenen. Mijn mededeling is fundamenteel een uitnodiging om perspectief, hoop, mogelijkheden en groei centraal te plaatsen.

M07.3 Omgaan met langdurige psychose: ontmoetingsavonden voor naastbetrokkenen. Een voorbeeld van de samenwerking tussen Mobiel Team Leuven-Tervuren en Similes
Mariska Christianen, psycholoog-systeemtherapeut, UPC KULeuven
Carla Hermans, psycholoog-systeemtherapeut Mobiel Team Leuven
Lut Rubbens, familie-ervaringsdeskundige Similes
Gedurende vijf thematische avonden zitten hulpverleners van het Mobiel Team samen met familieleden van mensen met een langdurige psychose. Tijdens deze ontmoetingsavonden worden ervaringen, perspectieven en handvatten uitgewisseld die helpend kunnen zijn in het omgaan met de problemen rond langdurige psychose.
De avonden zijn expliciet niet opgevat als cursus of vaardigheidstraining, wel als een ontmoetingsmoment waarin het uitwisselen van ervaringen en het inzetten van de eigen kwetsbaarheden van zowel hulpverleners als naastbetrokkenen centraal staat. Er wordt ruimte gemaakt om een (nieuw) partnerschap aan te gaan en het eigen herstelproces van familieleden te initiëren.
Deze samenwerking tussen een ggz-instelling en een familievereniging is in onze ervaring een meerwaarde binnen het al bestaande aanbod van ondersteuning voor familieleden in het omgaan met de problemen rond langdurige psychose.

Dinsdag 18 september 2018 | 16u00 - 17u30
M08 Samenwerken
M08.1 MDO PSY, een model voor multidisciplinair overleg
Cindy Merlevede, psychiatrisch verpleegkundige, criminoloog, CGG Vlaams-Brabant Oost, Leuven
Willy Paquay, maatschappelijk assistent, CGG Vlaams-Brabant Oost, Leuven
In 1997 ging het pilootproject Therapeutische Project COACH van start in de zorgregio Leuven. Doelstelling was om het overleg met de cliënt en de betrokken hulpverlening structureel en systematisch in te bedden in zijn behandeltraject. In 2002 werd dit overlegmodel structureel verankerd als MDO PSY: Multidisciplinair overleg voor cliënten met een psychiatrische problematiek. Tijdens het zorgoverleg zitten cliënt en zijn hulpverlening over de lijnen en sectoren heen, samen om af te spreken welke zorg nodig is en hoe deze georganiseerd zal worden. De overlegorganisator plant dit overleg en leidt het in goede banen. Tijdens de mededeling willen we ervaringen en good practices uitwisselen.

M08.2 Thuiswonende kwetsbare ouderen met een psychische zorgnood: de kracht van samenwerking
Ann Vranckx,
beleidsmedewerker, CGG VBO, Leuven
Het PIOT-project ontstond vanuit een oproep tot zorgvernieuwing vanuit het RIZIV (protocol III) en richt zich op thuiswonende, kwetsbare ouderen met milde tot matige psychische moeilijkheden die zich niet kunnen verplaatsen. Naast kortdurende psychotherapeutische interventies aan huis gaat PIOT ook aan de slag met zorgnoden op andere terreinen indien aangewezen. PIOT kiest hierbij resoluut voor samenwerking over voorzieningen heen. Een casemanager van de CM zorgt voor de inschaling van de zorgnoden op alle levensdomeinen en schakelt bijkomende hulpverlening in waar nodig. De kortdurende psychotherapeutische trajecten aan huis worden door therapeuten van het cgg geboden.
PIOT is uitgegroeid tot een vaste waarde in het arrondissement Leuven en wordt door stakeholders omschreven als een voorbeeld van een goede praktijk inzake geïntegreerde zorg.
Het project loopt op zijn einde in augustus 2018 zonder duidelijke perspectieven. Hoe moet het verder met de kwetsbare, thuiswonende ouderen met psychische zorgnoden? Kunnen zij terecht binnen de mobiele teams die zich momenteel richten op volwassenen of wordt er een apart mobiel team voor ouderen opgericht? Zullen deze mobiele teams zich ook richten op ouderen met een milde of een matige problematiek of blijven deze voorbehouden voor de chronisch psychiatrische patiënt? Of worden de goede praktijkervaringen uit PIOT verzilverd en ingeschreven in een nieuw geestelijk gezondheidsbeleid voor ouderen?

M08.3 Netwerken en netwerken is twee. De algemene ziekenhuisnetwerken versus de geestelijke gezondheidsnetwerken
John Vanacker,
administrateur-generaal, OPZC Rekem
De netwerken artikel 107 zijn gekend. Momenteel zijn ook algemene ziekenhuisnetwerken in oprichting. Die totstandkoming verloopt op een andere manier dan de geestelijke gezondheidszorgnetwerken. Er spelen andere belangen, de configuraties verschillen, de territoriale insteek is verschillend. Maar tevens is er geen alignering met de eerstelijnszones. Eerst komt eerst maalt? Wie (niet) weg is, is gezien? De insteek die ik wil geven is een discussie over welke richting de geestelijke gezondheidszorg, en meer bepaald psychiatrische ziekenhuizen, dienen uit te gaan. Dienen ze als psychiatrie samen te werken? Of is het juist van belang dat ze de aansluiting met de algemene ziekenhuizen (terug?) maken? De PAAZ’en zijn belangrijke actoren in de algemene ziekenhuizen maar ook in de geestelijke gezondheidszorgnetwerken. Is samenwerking van een psychiatrisch ziekenhuis in een algemeen ziekenhuisnetwerk onverenigbaar met het behoren tot een netwerk geestelijke gezondheidszorg? Is netwerken een monogame aangelegenheid?

Dinsdag 18 september 2018 | 16u00 - 17u30
M09

M09.1 Welzijn op Voorschrift
Marjet Vanderstraeten, coördinator functie 1A, SPIL, Hasselt
Eva Helmer, Logo Limburg
Naar het voorbeeld van het Nederlandse Welzijn op Recept draaide in Limburg voor twee jaar het project “Welzijn op voorschrift”. We presenteren graag de resultaten hiervan.
WOV is gebaseerd op de Social Prescribing-methodiek, die vooral een uitbreiding van doorverwijsmogelijkheden biedt voor de eerste lijn. Mogelijkheden die mensen de kans geeft om meer zin aan hun leven toe te voegen, meer verantwoordelijkheid te nemen voor hun gezondheid en hier creatief mee om te gaan.
WOV ondersteunt mensen met klachten waar op dat moment geen medische of psychologische interventie noodzakelijk is, in het behouden en verbeteren van hun geestelijke gezondheid.
De huisarts of een andere zorg- of hulpverlener verwijst naar een ‘welzijnscoach’ die samen met de cliënt op zoek gaat naar een ‘welzijnsarrangement’. Deze arrangementen bestaan uit interventies en activiteiten die het welbevinden van mensen verhogen doordat ze samenhangen met positief en optimistisch denken, zingeving, bewust leven en genieten, interactie met anderen, gezonde leefstijl en geluk delen; de zogenaamde ‘Principes van veerkracht en welbevinden’.

M09.2 Ontdek jezelf door de ogen van het paard
Martine Brosens, systemisch paardencoach, eigenares praktijk Spiegelend Paard, Meerle
‘Elke behandeling is anders, omdat elke cliënt anders is.’ (Verhaeghe, 2012)
Bij psychotherapie met paarden gaan we uit van een krachtige werking: het paard werkt als brug naar menselijke situaties.
Om te spreken over ‘onze’ werking, vertrekken we graag vanuit een praktijkvoorbeeld.
Cliënte komt met het ‘issue’: iedereen loopt maar over mij heen en het is lastig om duidelijk aan te geven wat voor mij wel en wat voor mij niet kan. Het paard loopt vrij rond los op het gras. Cliënte gaat naar hem toe om te strelen (er is nog geen opdracht gegeven, ze doet dit spontaan). Dan vraag je om het paard van het gras te halen. Onmiddellijk schiet cliënte in het gekende patroon van 'goed moeten doen, presteren, geen fouten mogen maken' maar ook ‘ga ik dit wel kunnen?
Haar energie wordt anders, haar ademhaling gaat omhoog en het paard die voorheen rustig te benaderen was, loopt nu telkens van haar weg. Cliënte kan hem niet benaderen en krijgt hem dus niet van het gras. Zolang ze in de modus van moeten ‘presteren’ laat het paard zich niet benaderen. We onderzoeken samen wat er bij haar gebeurt en hoe ze hier anders mee kan omgaan.

M09.3 Een prison-made podcast reeks - de meerwaarde van structureel participatief drama-project van, met & voor (psychisch zieke) dadersbijdragen
Katrin Lohmann, drama- en psychotherapeute, psychiatrische afdeling gevangenis Antwerpen, artistiek directeur, dagelijks bestuur van Hell-er vzw, Antwerpen
Radio Begijnenstraat is een podcastreeks die sinds enkele jaren geworteld is in de dramatherapie op de psychiatrische afdeling van de gevangenis Antwerpen. Theoretisch referentiekader is het desistanceconcept. Het project wordt gefaciliteerd door vzw hell-er en het zorgteam, artistiek gecoördineerd door dramatherapeute en actrice Katrin Lohmann. In wekelijkse repetitie- en opnamesessies (in groep en individueel) kunnen deelnemers zich engageren voor diepte-interviews, muziek, improvisaties, voordracht van eigen teksten of interpretaties van literatuur en poëzie. De diverse bijdragen worden binnen een participatief artistiek proces begeleid en vervolgens gemonteerd wat om de twee maanden resulteert in een nieuwe uitzending. De podcast wordt beluisterd in de gevangenis, maar ook uitgezonden op FM & online, verder zijn er voorstellingen in het culturele veld en een extramuraal atelier voor ex-gevangenen en geïnteresseerden. We hebben methodieken ontwikkeld om de doelgroep (psychisch zieke) dader samen te brengen in een structureel artistiek proces waarin iedereen naar gelang zijn goesting & mogelijkheden kan functioneren. Mensen worden aangesproken op hun sterktes, wensen en mogelijkheden en niet op hun tekortkomingen. Ze worden gestimuleerd op eigen en creatieve wijze vorm te geven aan hun (psychische) werkelijkheid, wat kan bijdragen tot psychologische groei, sociaal contact en een gevoel van eigenwaarde - in een repressief en reformerend klimaat als dat van detentie en forensische psychiatrie niet evident. Radio Begijnenstraat maakt cultuurparticipatie mogelijk voor (psychisch zieke) daders die doorgaans zijn uitgesloten van cultuur en biedt door een continue productie een onconventionele bijdrage aan maatschappelijke diversiteit waarin angsten en vooroordelen uitgedaagd worden.

M09.4 ESM in de klinische praktijk: Zien wat anders verborgen blijft
Martien Wampers, onderzoekspsycholoog, Center for Contextual Psychiatry en UPC KU Leuven
Onze innerlijke wereld is geen stabiel gegeven: gevoelens, symptomen en ervaringen veranderen immers voortdurend in functie van verschillende contextuele factoren (bv. wat doen we, wie is er bij ons, waar zijn we). Binnen klinische populaties kan informatie over deze momentane, persoon-specifieke patronen in het dagelijks leven bruikbare handvatten aanreiken bij het stellen van een diagnose, het bepalen van gepersonaliseerde behandeldoelen en het beoordelen van therapeutische uitkomst.
De “Experience sampling method” (ESM) is een gestructureerde dagboekmethode die het mogelijk maakt deze momentane veranderingen in kaart te brengen door mensen meerdere keren per dag te vragen naar hun stemming, ervaringen context enz. en dit meerdere dagen na elkaar.
Tot voor kort werd ESM enkel gebruikt in de context van onderzoek, maar de toenemende digitalisering (smartphones, apps) maakt het nu mogelijk deze methode ook te introduceren in de klinische praktijk omdat deze “real-life” gegevens nu onmiddellijk beschikbaar kunnen worden gemaakt voor patiënten en clinici. disfunctionele patronen uit het dagelijks leven die anders verborgen blijven, kunnen dan geïdentificeerd worden waardoor het ook mogelijk wordt erop in te grijpen. ESM kan niet alleen helpen disfunctionele patronen te identificeren maar kan uiteraard ook nagaan of behandeling deze disfunctionele patronen heeft doet afnemen of zelfs doet verdwijnen.
Er wordt een overzicht gegeven van de achtergrond, de reeds bestaande onderzoeksgegevens en de toekomstige ontwikkelingen in het gebruik van ESM in de klinische praktijk.