20 en 21 september 2016
Antwerpen, Wilrijk - Campus Drie Eiken
Creatief in de geest, innovatief in de zorg

posters

dinsdag 20 september & woensdag 21 september 2016
Doorlopend posteropstelling op beide dagen
P01 Samen maken we OPGanG!
Patrick Colemont, projectverantwoordelijke, Vlaams Patiëntenplatform vzw, OPGanG, Heverlee
leden van OPGanG

OPGanG is een gezamenlijk initiatief van de patiëntenverenigingen ANBN, UilenSpiegel, Ups & Downs en Werkgroep tegen Gokverslaving. Het is een koepelorganisatie onder de vleugels van het Vlaams Patiëntenplatform die tot doel heeft om de krachten, kwaliteiten en expertise als ervaringsdeskundigen te bundelen om zo actief te participeren op de verschillende niveaus van de geestelijke gezondheidszorg.
Met deze poster stellen we de werkdomeinen en meerwaarde van OPGanG en zijn ledenverenigingen voor aan zorginstellingen en zorgverleners.

P02 Onderzoeksproject “De meerwaarde van cross-sectorale samenwerking in de trajecten van Van Celst” - Kwantitatieve data: doelgroepomschrijving en hulpverleningstrajecten
Helena Van den Steene, doctoraatsstudent, CAPRI, UA, Wilrijk

Complexe meervoudige problematiek bij adolescente meisjes heeft verregaande gevolgen voor henzelf en gaat gepaard met een hoge maatschappelijke kost. Deze meisjes doorlopen vaak zeer uitgebreide hulpverleningstrajecten die onvoldoende tegemoetkomen aan de intensieve noden die zij op uiteenlopende levensdomeinen hebben. De onderzoeksopdracht “De meerwaarde van cross-sectorale samenwerking in de trajecten van Van Celst” werd uitgeschreven naar aanleiding van de opstart van een innovatieve werking bij begeleidingstehuis Van Celst, gebaseerd op doorgedreven samenwerking tussen bijzondere jeugdzorg (Van Celst, Jeugdzorg Emmaüs) en kinderpsychiatrie (Universitaire Kinder- en Jeugdpsychiatrie Antwerpen). Doelstelling is deze werking verder te documenteren en te onderbouwen, en te komen tot aanbevelingen om het zorgaanbod te optimaliseren.
Kwantitatieve (dossieranalyse, vragenlijsten) en kwalitatieve (focusgroepen, interviews) methodes worden ingezet om te komen tot een doelgroepomschrijving, beschrijving van de hulpverleningstrajecten en evaluatie van de ervaring van de cross-sectorale samenwerking binnen de trajecten van Van Celst, vanuit het perspectief van cliënten (jongeren, context) en hulpverleners. In deze poster wordt het kader van dit onderzoeksproject geschetst en worden de eerste bevindingen binnen het kwantitatief onderzoeksluik gepresenteerd. Een samenspel van kwetsbaarheden en problemen op biologisch (psychiatrische diagnoses, lichamelijke aandoeningen, medicatie, ...), psychisch (trauma, zelfbeeld, ...) en sociaal-contextueel (gezin, school, …) domein, naast een complexe hulpverleningsgeschiedenis, worden geïllustreerd. Ook bieden deze resultaten inzicht in de huidige hulpverleningsnetwerken die worden uitgebouwd in de trajecten van de meisjes in begeleidingstehuis Van Celst.

P03 Experience sampling in de forensische psychiatrie: meten van ervaringen in het dagelijks leven
Petra Habets,
wetenschappelijk medewerker, KeFor OPZC Rekem

Klinisch onderzoek maakt in toenemende mate gebruik van idiografische methodes: het identificeren van patronen van gedrag binnen een persoon over een populatie van ervaringen of situaties heen. Deze methode richt zich op het meten van verschijnselen in de real world zoals deze zich op een natuurlijke wijze op bepaalde momenten (real time) voordoen. Een voorbeeld van zo’n idiografische methode is de Experience Sampling Methode (ESM), een gestructureerde dagboektechniek waarmee men gedachten, stemming, psychiatrische symptomen en context kan onderzoeken in het dagelijkse leven. ESM vormt een waardevolle techniek die zeer gedetailleerde beschrijvingen biedt van het dagelijks leven van psychiatrische patiënten en de variabiliteit van de symptomen over tijd en in verschillende situaties. Zo heeft ESM-onderzoek aangetoond dat patiënten met een psychotische stoornis en hun eerstegraads familieleden een verhoogde gevoeligheid hebben voor kleine dagelijkse stressoren, wat geen resulteert in verhoogde negatieve emoties en psychotische ervaringen. Mogelijks zijn er ook psychiatrische ziektebeelden die eerder een verlaagde stressgevoeligheid vertonen (bv. antisociale persoonlijkheidsstoornis). Deelnemers krijgen een digitaal apparaat (PsyMate®) dat tien keer per dag op willekeurige momenten een signaal geeft. Na ieder signaal worden ze verzocht hun gedachten, de context, (activiteiten, aanwezige personen, locatie) en hun stemming daarop te rapporteren. Zo wordt een grote hoeveelheid informatie verzameld over de menselijke ervaringen en ook over de context waarin deze ervaringen voorkomen. Met deze studie willen we de toepasbaarheid van ESM onderzoeken binnen een forensisch psychiatrische populatie. Verder zal de mate van stress-reactiviteit vergeleken worden tussen patiënten met een psychotische stoornis en patiënten met een antisociale persoonlijkheidsstoornis.

P04 MIS-verstand
Martine Verbeeke,
psycholoog, Beschut Wonen Brugge

MIS-verstand, het staat niet op je gezicht geschreven! Tijdens de week van de Geestelijke Gezondheid 2015 hebben we de sterktes en kwaliteiten van (ex)cliënten d.m.v. diverse artistieke activiteiten op de kaart gezet in stad Brugge.
Psychische kwetsbaarheid is niet iets van achter de muren van instellingen. Iedereen heeft er vroeg of laat zelf of in zijn naaste omgeving mee te maken. Daarom vonden de activiteiten plaats op ‘gewone’ locaties in de stad – plaatsen waar iedereen komt en die belangrijk zijn in het herstelproces van cliënten.
Het hele project is opgezet en uitgewerkt in een werkgroep samengesteld uit cliënten en medewerkers vanuit de ggz. Alle activiteiten werden uitgevoerd door cliënten.
Programma:
  • Blikvanger ‘Het staat niet op je gezicht geschreven’
  • Een fotopaneel met portretten van een 150-tal toevallige passanten; gemonteerd in een geheel en verbonden met de realiteit van kwetsbaarheden en krachten.
  • Flashmob in de inkomhal van het station te Brugge als promotiestunt bij de start van de week
  • Optreden in Joey’s Café van een trio straffe vrouwen en d’Amandels
  • Thematische wandeling in Brugge gegidst door ervaringsdeskundigen
  • Poëzievoormiddag in de bibliotheek: een combinatie van poëzie en muziek
  • Film ‘The Hundred-Foot Journey'
  • Te Gek soep en Kunst in het sociaal restaurant Pas Partout tijdens de week
Organisaties die meewerkten waren Beschut Wonen Brugge vzw – Psychiatrisch Ziekenhuis Onze Lieve Vrouw – Revalidatiecentrum Inghelburch – Mobiel Behandelteam Brugge-Beernem – Activiteitencentrum de Gempersteeg – sociaal Restaurant Pas Partout – Psychiatrisch Centrum Sint-Amandus.

P05 PhotoVoice: de kracht van beelden bij persoonlijk herstel
Tom Vansteenkiste,
zorginhoudelijk coördinator, vzw De Link, Mortsel

Deze poster presenteert het resultaat van een kwalitatieve studie over hoe personen met een langdurige psychische kwetsbaarheid, in het bijzonder psychose, tegen het concept persoonlijk herstel aankijken. De studie vindt plaats binnen de voorzieningen van PC Sint-Amedeus en vzw De Link (Mortsel).
PhotoVoice als visueel-narratieve methodiek én participatief groepsgebeuren wordt daarbij gehanteerd om de stem van deze vaak gemarginaliseerde groep in het onderzoeksproces mee te betrekken. Deelnemers nemen zelf foto’s van belangrijke aspecten en ervaringen in hun leven. Een participatieve analyse van deze beelden gebeurt tijdens groepssessies, met aandacht voor kleine verhaaldimensies en het benoemen van overkoepelende thema’s.
Het onderzoek toont aan dat de methodiek van PhotoVoice, met een combinatie van fotografie en narratieve benadering, een krachtig instrument is om belangrijke facetten bij persoonlijk herstel in beeld te brengen.

P06 De visie van huisartsen op de relatie tussen werk en psychische klachten
Inge Neyens,
senior onderzoeker, LUCAS KU Leuven

Introductie: Huisartsen zijn een belangrijke partner in de preventie van langdurige uitval wegens het vertonen van psychische klachten op het werk. Om hen daarbij te ondersteunen (vb. via vorming), is het van belang hun visie op de relatie tussen werk en psychische klachten te leren kennen.
Methode: Aan de hand van een onlinebevraging bij 323 huisartsen werd hun kennis, attitudes en competenties met betrekking tot het thema werk en psychische klachten in kaart gebracht.
Resultaten: In een eerste consult polsen huisartsen vaak het soort werk dat patiënten verrichten en hoe zij zich hierbij voelen. Typische psychische klachten zijn slaapproblemen, psychische vermoeidheid, stress… Werkaspecten die aan bod komen tijdens het consult hebben voornamelijk betrekking op de aspecten ‘relaties’ (met de baas/collega’s) of ‘taakeisen’ (vb. tijdsdruk). Doorverwijzing gebeurt voornamelijk naar psychologen en het minst vaak naar VDAB/GTB en loopbaancentra, die men ook minder goed kent. Bovendien vinden huisartsen het moeilijk de arbeids- en adviserend geneesheren te bereiken.
Conclusie: We besluiten dat er nood is aan een goed functionerend professioneel netwerk rond werk en welzijn, waarbij alle partners integraal hun aanbod op elkaar afstemmen, elkaars rollen kennen en elkaar vlot kunnen bereiken.
Opdrachtgever: RIZIV, Dienst voor Uitkeringen

P07 Fuck, ik wil rust!: implementeren van een comfortroom voor jongeren
Karel Desmet,
afdelingshoofd Jeugd Behandeling, Kliniek Sint-Jozef Pittem

Kliniek Sint-Jozef in Pittem zocht naar een gastvriendelijker strategie om te de-escaleren. Hierbij werden innovatieve infrastructurele mogelijkheden geëxploreerd om bij jongeren in te zetten bij toenemende spanning of een dreigende crisis. De keuze werd gemaakt om de bestaande afzonderingsruimte op de afdeling niet te behouden en deze her in te richten tot een comfortroom. Teamleden en patiënten werden betrokken bij de inrichting en het opmaken van praktische afspraken rond het werken met de comfortroom. Coaching, intervisie en teamoverleg ondersteunden het implementatieproces. Dit leidde op korte termijn tot de volgende resultaten:
  • Het creëerde bij jongeren en hun familie meer hoop omdat een moeilijk moment kon overwonnen worden zonder dat het altijd tot een crisis moet leiden.
  • Een sterke daling van het aantal dwangtoepassingen (met recent spectaculair cijfermateriaal).
  • Hierdoor minder negatieve impact op jongeren en teamleden dan bij een dwangtoepassing.

P08 Observatiegroep voor volwassenen met matig tot ernstige verstandelijke beperking
Katrijn Van Loock, pedagogisch directeur, DVC 't Zwart Goor, Merksplas
Sam Dierckx, psycholoog DVC 't Zwart Goor, Merksplas

Begin 2015 startte 't Zwart Goor (een voorziening van het VAPH met een gedifferentieerd aanbod voor mensen met een verstandelijke beperking) observatiegroep voor volwassenen met een matige tot diepe verstandige beperking en ernstige gedrags- of psychische problemen.
Dit is een belangrijke aanvulling op het bestaande aanbod van permanente woonopvang en ambulante zorg voor deze doelgroep. Indien een persoon en zijn omgeving dreigt vast te lopen, volstaat ambulant of mobiele ondersteuning soms niet. Een tijdelijke opname voor deze doelgroep in functie van observatie was binnen de provincie Antwerpen tot voor kort niet te vinden. In deze observatiegroep kan er binnen een veilig kader gezocht worden naar een begeleidingsstijl die aansluit bij de behoeften van de persoon waarmee men vastloopt. Gezien het zeer lage functioneringsniveau van deze doelgroep, worden weinig leermogelijkheden van de persoon in kwestie verwacht. De vertaalslag maken van verworven inzichten naar de oorspronkelijke context en met hen aan de slag gaan, is dan ook uiterst belangrijk. De observatiegroep dient dan ook niet als louter time-out. We willen deze groep meer bekendheid geven, het eerste werkbaar schetsen en de eigenheid van dergelijke groep schetsen.

P09 Zorgpad alcohol
Sanne Decoster,
projectmedewerker zorgpad alcohol, AZ Groeninge, Kortrijk

Prevalentiestudies tonen aan dat veel patiënten (10% - 18%) die terecht komen op spoedgevallendiensten onder invloed van alcohol zijn of in hun dagelijkse leven negatieve gevolgen ondervinden van hun alcoholgebruik. Daarnaast is de aanpak van alcoholgerelateerde opnames in algemene ziekenhuizen vaak inadequaat: patiënten worden zelden tot nooit gescreend, weinig aandacht gaat uit naar het onderliggende alcoholprobleem, … met een enorme impact op de patiëntveiligheid (bv. risico op delier).

P10 Voorstel voor een nieuwe (angst)stoornis aan de DSM-6 Task Force: religieus fundamentalisme
Jean-Marie Decuypere,
psychiater, privépraktijk, Zoersel

Religieus fundamentalisme is een echte plaag die wereldwijd dood en vernieling zaait. Gezondheidswerkers kunnen het zich niet permitteren om aan de kant te gaan staan als een ziekte ernstige proporties aanneemt. In essentie is fundamentalisme een uit de hand gelopen vorm van idealisme die aangevochten moet worden. Een bekrompen geest is een harde noot om te kraken, maar een rationele benadering doorspekt met een vleugje humor is wellicht een goede manier om eraan te beginnen. Half serieus half voor de fun bekijk ik in deze presentatie religieus fundamentalisme als een psychische stoornis. Door gebruik te maken van de stijl van de DSM (Diagnostic and Statistical Manual of Mental Disorders) om de symptomen in kaart te brengen, neem ik zowel de DSM als het religieus fundamentalisme op de hak. Het eindresultaat is desalniettemin een beoordeling die hout snijdt. Aangezien religieus fundamentalisme vroeg of laat erkend zal worden als een psychische stoornis, is het onvermijdelijk dat het op een dag ook in de DSM zal staan. Mijn voorstel is dus een vooruitblik op het debat dat er zit aan te komen.

P11 Pondo, perinataal ondersteuningsnetwerk bij druggebruikende ouders in spé
Joke Gabriel,
psychologe, projectverantwoordelijke, MaPa-project, MSOC Vlaams-Brabant, Leuven

Het MaPa-project van het MSOC Vlaams-Brabant (laagdrempelige drughulpverlening) legt de focus op de impact van druggebruik van ouders op ouderschap en op de ontplooiingskansen en veiligheid van hun kinderen. Het project biest opvoedingsondersteuning aan druggebruikende ouders.
Het project steunt op vier pijlers:
  • Individueel begeleiden van druggebruikende ouders op alle levensdomeinen
  • Intensieve prenatale zorg, medisch en psychosociaal
  • Uitbouw van een sociaal én professioneel ondersteunend netwerk voor de gezinnen
  • Training, coaching en supervisie van netwerkpartners.
Pondo, een praktijkvoorbeeld. Pondo is een ondersteunend preventief intersectoraal netwerk dat samen met zwangere druggebruikende ouders op zoek gaat naar verantwoord ouderschap. De genetische kwetsbaarheid van deze kinderen kan niet worden voorkomen, maar er kan invloed worden uitgeoefend op de mate waarin deze kwetsbaarheid ook effectief zijn gevolgen heeft.
Het kernteam Pondo werd opgericht door MaPa om te voorkomen dat deze kinderen onder de radar verdwijnen. Het is een samenwerkingsverband tussen MaPa, Parel en Neonatologie - U.Z. Leuven – Campus Gasthuisberg, CKG De Schommel vzw, Kind & Gezin en het Vertrouwenscentrum Kindermishandeling Vlaams-Brabant. Het vaste kernteam wordt verruimd met andere hulpverleners, afhankelijk van de noden en wensen van het gezin in kwestie (CIG’s, huisartsen, CLB’s, CAW’s, …).
Vanuit de visie dat zwangerschap en druggebruik niet samengaan werken de netwerkpartners, de zwangere vrouw, de partner en eventueel andere belangrijke derden samen. Ouders krijgen handvatten aangereikt om de veerkracht van hun kinderen te vergroten. Ze krijgen tevens kansen om vanuit hun eigen kracht de regie over hun leven en dat van hun kinderen in handen te houden.

P12 Een e-learningprogramma voor paniek, angst of stress bij studie
Nele Jacobs,
klinisch psycholoog & gedragstherapeut, Faresa, Hasselt
Joke Schreurs, klinisch psycholoog
Naomi Daniël, klinisch psycholoog, Faresa, Hasselt
Jaak Beckers, klinisch psycholoog-gedragstherapeut, Faresa, Hasselt

Achtergrond: Eerder onderzoek toont aan dat cognitieve gedragstherapie één van de meest effectieve therapieën is bij de behandeling van angstsymptomen, echter zoekt slechts een klein percentage van studenten met angstsymptomen hulp. Bijgevolg wordt er de laatste jaren meer nadruk gelegd op het gebruik van digitale tools om mensen met mentale stoornissen te begeleiden.
Methodologie: Het doel van de huidige studie was het ontwikkelen van een e-learningprogramma om paniek, angst en stresssymptomen gerelateerd aan academische prestaties bij studenten te verminderen. Er namen 22 studenten uit België en Nederland deel aan deze studie. De proefpersonen dienden voor en na het gebruik van het e-learningprogramma vier vragenlijsten, namelijk Agoraphobic Cognitions Questionnaire (Chambless, Caputo, Bright & Gallagher, 1984), Body Sensations Questionnaire (Chambless, Caputo, Bright & Gallagher, 1984), Acceptance and Action Questionnaire II (Jacobs, Kleen, De Groot &; A-Tjak, 2008) en Vragenlijst Studie- en Examenvaardigheden (Depreeuw, Eelen & Stroobants, 1996) in te vullen.
Resultaten: Er werd een trend tot significantie van het effect van sociale gevolgen te wijten aan angst na gebruik van het e-learningprogramma gevonden (t(11) = 1.83, p = 0.09). Verder toonden de resultaten een significant effect van experientiële vermijding (t(11) = 2.17, p = 0.05).
Conclusie: De eerste resultaten tonen aan dat het e-learningprogramma effectief is in het verminderen van piekergedachten omtrent de sociale gevolgen van angst en experientiële vermijding. Verder onderzoek is vereist om de effectiviteit van het e-learningprogramma te meten.

P13 Validering van de PDAS (psychotic depression assessment scale) bij ouderen
Tom Vermeulen, onderzoeker / hoofdverantwoordelijke, PZ Duffel

De PDAS is de eerste schaal specifiek ontwikkeld voor psychotische depressie. In eerder onderzoek kon men een goede performantie van de schaal aantonen.
In een samenwerkingsverband van vier psychiatrische instellingen in Vlaanderen en Nederland wordt de performantie van de schaal bij oudere patiënten met een psychotische depressie onderzocht.
De poster presenteert de eerste resultaten van het onderzoek.

P14 Aanpak depressie versus niet-depressieve beelden in de huisartsenpraktijk
Naomi Daniëls,
klinisch psycholoog, Faresa, Hasselt
Audrey Boussart, klinisch psycholoog
Nele Jacobs, klinisch psycholoog & gedragstherapeut, Faresa, Hasselt
Jaak Beckers, klinisch psycholoog & gedragstherapeut, Faresa, Hasselt

Achtergrond: De doelstelling van het project in samenwerking met FOD VVVL is de overmatige consumptie van antidepressiva tegengaan door een opleidingsinstrument te ontwikkelen dat huisartsen helpt om:
  • Het onderscheid te maken tussen depressie en niet-depressieve beelden (e-learning)
  • Bevorderen van opvang in beide gevallen en waar mogelijk een niet-medicamenteuze aanpak stimuleren (how to).
Methodologie: Het doel van de studie was het onderzoeken van de visie van de huisartsen t.o.v. kwaliteitsbevordering en depressie (aanpak). Deze aspecten werd bevraagd aan de hand van een online interview, gebaseerd op de Depression Attitude Questionnaire (Botega, Mann, Blizard & Wilkinson, 1992). 31 huisartsen uit verschillende regio’s namen reeds deel aan het interview.
Resultaten: 77% van de huisartsen gaf aan een e-learning over differentiaaldiagnostiek tussen depressie en niet-depressieve beelden te zullen gebruiken. De belangrijkste barrières voor het gebruik van e-learning zijn tijdgebrek (46%) en duur van de e-learningmodule (27%). Accreditering die niet in lijn is met het aantal uren zelfstudie is eveneens een belangrijke barrière. Bovendien dienen de modules te beantwoorden aan de volgende aspecten: soorten psychotherapie, risico-inschatting van de ernst van de klachten en suïciderisico, vaardigheden in het omgaan met weigering en casuïstiek.
Conclusie: De eerste resultaten tonen aan dat er vanuit de doelgroep behoefte is aan tools om de differentiaaldiagnostiek tussen een klinische depressie en beelden met een depressieve stemming beter te kunnen uitvoeren. We hebben ervoor gekozen om voorgaande elementen in de modules op te nemen.

P15 Radio Begijnenstraat, een audiokunstproject op de psychiatrische afdeling van de gevangenis Antwerpen
Katrin Lohmann,
dramatherapeute, EFT-therapeute, gevangenis Antwerpen / psychiatrische Annexe, Antwerpen

Vanuit het zorgteam (DG EPI[1]) organiseert dramatherapeute Katrin Lohmann Radio Begijnenstraat als een samenwerkend collectief met artistieke en therapeutische inslag. Radio Begijnenstraat vertrekt vanuit de behoeften, talenten, het lijden, de wensen en sterktes van eenieder en wil een zinvolle (?!) dagbesteding, samenwerking, empathie, creativiteit en reflectie exploreren en ondersteunen. Al naargelang de goesting en nood werkt iedereen aan alles of niets: inspiratie & associatie, spreken & schrijven, regisseren & monteren of gewoon aanwezig zijn, in groep of individueel. We bedienen ons daarbij op onconventionele en intuïtieve wijze van onze biografie, onze stemmen, literatuur, punk, montagetechnieken, muziek, verbeelding, onze dromen & demonen, theater & creatief schrijven. Op die manier maken wij op regelmatige basis een nieuwe uitzending bestaande uit auditieve impressies, fictieve en non-fictieve verhalen, (literaire en eigen) teksten en muziek. Het programma wordt op vleugel F collectief beluisterd en sinds april 2016 tweemaandelijks uitgezonden op Radio Centraal. Radio Begijnenstraat is een uniek archief, een audio-portret van vleugel F/ gevangenis Antwerpen; of zoals één van de presentatoren het verwoordt in de uitzending ‘Nobody- ik ben geen fantasie’: “U luistert naar de zielenroerselen van bepaalde individuen in de gevangenis te Antwerpen. Levensverhalen, muziek, poetry - wie ben ik, wie ben jij, wat beroert ons hart en onze zielen? U hoort het hier op Radio Begijnenstraat!”.

P16 Proeftuin Brugwonen
Christine Descamps,
directeur / voorzitter, BW Brugge / Proeftuin Brugwonen, Brugge

Brugwonen is een woonzorg project voor patiënten met een ernstige psychiatrische problematiek. Het project is bedoeld voor 12 tot 16 bewoners. De woonvorm situeert zich tussen Beschut Wonen en PVT.
Het is een project dat ingediend werd bij de Vlaamse Overheid in het kader van de proeftuinen Woon Zorg.
Brugwonen is een initiatief van familieleden. Zij zochten partners voor de uitbouw van hun project. Uiteindelijk is dit uitgegroeid in een samenwerking tussen familie, ggz, Sociale huisvestingsmaatschappij, OCMW en Gezinszorg. Bedoeling is een woonvorm te creëren, zo gewoon als mogelijk, specifiek waar nodig. Brugwonen is ingebed in de buurt. Inclusie, participatie van de bewoners, Herstel zijn sleutelwoorden. Het project startte 1 april 2016.

P17 40 jaar vzw Hand in Hand: een jubileumboek
Jochen Van den Steen,
adjunct-coördinator Hand in Hand vzw, Gent

In 2016 bestaat vzw Hand in Hand 40 jaar. In die 40 jaar heeft de vzw steeds zijn rol als innovatie werking gespeeld. Met een jubileumboek blikken we graag terug op 40 jaar werking.
Een werking die nu doorspekt wordt met het gedachtegoed rond herstelgericht werken, rehabilitatie en ervaringsdeskundigheid. Een vzw die een aanbod biedt rond heel wat levensdomeinen: beschut wonen, een dagactiviteitencentrum, werktrajecten voor mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt,...
Via een uniek en feestelijk boek willen we, in coproductie met bewoners / bezoekers en familieleden, een blik werken op dit avontuur van 40 jaar. We tonen onze krachten en kwaliteiten en de uitdagingen voor de toekomst.

P18 Carewear: een onderzoek naar het potentieel van draagbare technologie in de geestelijke gezondheidszorg
Inez Buyck,
onderzoeker, toegepaste psychologie, Thomas More, Antwerpen
Tim Vanhoomissen, toegepaste psychologie, Thomas More, Antwerpen
Bert Bonroy, Marc Martens, MOBILAB, Thomas More, Geel
Tom Van Daele,  toegepaste psychologie, Thomas More, Antwerpen

Vanuit hun expertises in geestelijke gezondheidszorg (Toegepaste Psychologie) en welzijn en technologie (MOBILAB) voert Thomas More in het kader van een TETRA-voorbereidingsproject onderzoek naar de inzetbaarheid van wearables in de geestelijke gezondheidszorg. Het doel van het onderzoek is om twee interventieprogramma’s te ontwikkelen die draagbare technologie bruikbaar maakt voor geestelijke gezondheidspromotie en preventie: een interventie die gericht is op het preventief screenen en aanpakken van burn-out op de werkvloer, en een toepassing die het monitoren van cliënten met een depressie omvat. Het psychologische luik van het project omhelst het ontwerpen van adequate cognitief-gedragsmatige interventies waarin fysiologische maten worden meegenomen als behandelingsaspect. Het technologische luik legt zich toe op het creëren van een application programming interface om de geregistreerde fysiologische data vlot beschikbaar te stellen aan een softwareprogramma voor eindgebruikers en het ontwikkelen van een programma om de gegevens bruikbaar te maken voor interpretatie en vervolgacties.
De poster licht de twee geselecteerde interventiestrategieën in detail toe. Daarnaast wordt de vooruitgang van het project geschetst, zowel de conceptualisatie van de cognitief-gedragsmatige interventies, als de ontwikkeling van het technologische luik.

P19 GGZ in beweging - beweging in de ggz
Joëlle Vekemans, coördinator, Psylos vzw, Leuven

De geestelijke gezondheidszorg (ggz) is voortdurend in beweging. Beweging is gezond, houdt ons scherp, stimuleert ontmoeting en contact. Psylos zet de ggz en mensen met een psychische kwetsbaarheid al 45 jaar in beweging, letterlijk dan. Als Vlaamse sportfederatie voor de geestelijke gezondheidszorg heeft Psylos altijd mee bewogen met de hervormingen binnen de ggz. Naar een vraaggestuurd aanbod op maat, naar meer differentiatie in de dienstverlening, naar meer participatie, ... Altijd met één doel: mensen met een psychische kwetsbaarheid in beweging zetten op een gelijkwaardige, betrokken en respectvolle manier. Beweegt de ggz ook mee met Psylos? In 2017 gaat een nieuw decreet op de sportfederaties in voege en gaat Psylos een fusie aan met partnerorganisatie Parantee, sportfederatie met passie voor G-sport. Ook in deze nieuwe organisatiestructuur zal Psylos gaan voor een aanbod van A tot Z voor sporters met een psychische kwetsbaarheid voor een dienstverlening op maat van de ggz.

P20 Het online zelfhulpprogramma MijnKwartier.be voor stress, angst, depressie of burn-out: Een studie op 5.000 patiënten met 4 jaar follow-up
Paul Koeck, hoofdgeneesheer zelfhulpprogramma MijnKwartier.be, Antwerpen

Stress? Angst? Depressie? Burn-out? Stressgerelateerde stoornissen? Meer dan 5.000 patiënten hielpen zichzelf autotherapeutisch via het online zelfhulpprogramma MijnKwartier.be terwijl ze medisch worden opgevolgd door hun eigen (huis)arts.
We bespreken de resultaten van een longitudinale beschrijvende studie die de wekelijkse evolutie van 5.000 patiënten gedurende het zelfhulpprogramma analyseert, aangevuld met een follow-up analyse na 1 tot 4 jaar na het volgen van het zelfhulpprogramma.
De gemiddelde deelnemer (mediaan) bereikt normaalscores na 21 dagen, wat gepaard gaat met een halvering van de stressscores en een toename van de levenstevredenheid van rond de 40%.
We belichten in deze poster ook onze analyse op 1.000.000 deelnemers die de gratis zelftest aflegden.
www.MijnKwartier.be

P21 Samen staan we sterk !??? Een eerste blik op de onderzoeksresultaten van drie residentiële opname-afdelingen voor personen met een verstandelijke beperking en een bijkomende psychiatrische problematiek
Gudrun Gheysen, therapeutisch coördinator, PC Sint-Amandus, Beernem

Vanuit het VAPH werden vanaf oktober 2014 extra financiële middelen geïnvesteerd in drie bestaande residentiële ggz-afdelingen voor personen met een verstandelijke beperking en een bijkomende psychiatrische en/of gedragsproblematiek.
Via deze extra middelen tracht men het bestaande aanbod te intensifiëren, maar ook het opzetten van een wetenschappelijk onderzoek behoort tot de doelstellingen.
Met dit wetenschappelijk onderzoek wil men beleidsrelevante info over enerzijds de mogelijkheden en beperkingen van het inclusieve psychiatrische aanbod met concrete aanbevelingen m.b.t. de verdere uitbouw van deze formule ‘gedeelde zorg’ vanuit beide sectoren (VAPH en GGZ) genereren en anderzijds de opportuniteiten en bedreigingen die de invoering van persoonsvolgende financiering met zich zal meebrengen voor deze specifieke samenwerkingsverbanden onderzoeken.
Het onderzoek bestaat naast een literatuurstudie uit een kwantitatief en een kwalitatief deelonderzoek. Het kwantitatief onderzoek poogt in kaart te brengen wie wordt aangemeld, van waar men komt en welke ondersteuning men krijgt voor, tijdens en na een opname.
De persoonsvolgende financiering is op dit ogenblik nog niet in voege, maar zal van zodra het wordt geïmplementeerd meegenomen worden in het kwantitatieve onderzoek.
In het kwalitatieve onderzoek wordt via een interview bij vijftien teams vanuit de VAPH-voorzieningen nagegaan wat de werkzame factoren en mogelijke verbeterpunten zijn in de samenwerking met de ggz-afdelingen.
Het onderzoek wordt opgezet, uitgewerkt en uitgevoerd door de afdelingen De Zeilen (PZ Asster); De Meander (PC Caritas) en de Palissant (PC Sint-Amandus) in samenwerking met prof dr Geert Van Hove en prof dr Stijn Van Heule (Universiteit Gent).

P22 Sport als stimulans tot succesvolle re-integratie van (ex-)drugsverslaafden
Thomas Sintobin,
projectmedewerker sport, De Sleutel, Gent

Dankzij financiële steun van Vlaams minister van Sport werd een tweejarig sportproject uitgewerkt binnen De Sleutel.
De voornaamste doelstellingen waren:
1) Het aanwezige sportaanbod in De Sleutel professionaliseren.
2) Drempels wegwerken waardoor de doelgroep vlot aansluiting vindt bij het reguliere sportaanbod.
Om deze doelstellingen te bereiken kozen we voor de integratie van sportinitiaties in de behandelprogramma’s, samenwerking met buurtsport Antwerpen en hogescholen, aankoop SNS-passen, inzet van professionele sportlesgevers en vrijwilligers, aankoop sportmaterialen, …
De globale balans van dit sportproject was positief. De belangrijkste conclusies:
- Dankzij de evaluaties van de sportinitiaties en de feedback van de betrokken afdelingen over de andere initiatieven concluderen we dat we er in geslaagd zijn om sport professioneler te integreren binnen therapieprogramma’s.
- Twee jaar is te weinig om de drempel naar het reguliere (sport)circuit te verlagen. We realiseren ons dat de re-integratie in de samenleving in dit proces de moeilijkste stap is. Er is meer tijd nodig om dit te bewerkstelligen. (We hebben reeds concrete ideeën.)
- Als organisatie binnen de drughulpverlening heeft De Sleutel een nieuwe wereld leren kennen. We werden hierdoor enthousiaster over sport als middel én we kunnen het beter implementeren om het als een volwaardige poot deel te laten uitmaken van het behandelaanbod.
Dit draaiboek is opgesteld voor organisaties die interesse hebben om een duurzaam sportbeleid binnen hun werking te implementeren. Het is een overzicht van goede praktijken, drempels en valkuilen die De Sleutel heeft ondervonden gedurende dit sportproject.