20 en 21 september 2016
Antwerpen, Wilrijk - Campus Drie Eiken
Creatief in de geest, innovatief in de zorg

mededelingen

woensdag 21 september 2016
09u15-10u45

M08 KOPP & JONGERE
M08.1 Jongvolwassenen en gehechtheid, eerste ervaringen met de implementatie van een nieuwe behandelmodel
afdelingshoofd, afdeling jongvolwassenen De Zeilen 1, PZAsster, Sint-Truiden

Depressie is en vaak voorkomend probleem bij jongvolwassenen. In de meest extreme gevallen kan depressie leiden tot zelfmoord, een van de belangrijkste doodsoorzaken van 19- tot 24-jarigen in België. Veel depressieve en suïcidale jongvolwassenen worden opgenomen in het ziekenhuis na zelfmoordpogingen of als gevolg van ernstige functionele beperkingen in hun dagelijks leven. Het is de taak van de geestelijke gezondheidszorg om antwoorden te formuleren op bovenstaande noden, rekening houdend met de specifieke ontwikkelingsbehoeften van deze jongeren. Zij ontwikkelen naar een meer autonoom en onafhankelijk leven, maar hebben nog steeds nood aan een aanzienlijke mate van ondersteuning, begeleiding en warmte van hun primaire verzorger. De theorie rond gehechtheid stelt dat de kwaliteit van de ouder-kind relatie een belangrijke impact heeft op de mogelijke ontwikkeling van psychopathologie, zowel in het algemeen als in het bijzonder in gevallen van depressie. Ondanks dit feit, richt de behandeling van jongvolwassenen zich momenteel vooral op het vergroten van de onafhankelijkheid en autonomie in plaats van te beantwoorden aan de behoefte naar gehechtheid van jongvolwassenen.
De Zeilen 1, Asster Sint-Truiden, biedt verschillende behandelmodules aan voor jongvolwassenen tussen 18 en 25 jaar. Als antwoord op de noden van deze specifieke doelgroep wordt Attachment Based Family Therapy geïmplementeerd als therapeutisch aanbod én als therapeutische kapstok voor het interdisciplinair team. We delen onze eerste ervaringen met de implementatie van deze uitdagende combinatie.
 
M08.2 Werken rond kinderen van ouders met een kwetsbare geestelijke gezondheid
Soetkin Claes, professionele bachelor, bediende, Familieplatform Geestelijk Gezondheid VZW, Antwerpen

Aan de hand van de werkmap KOPPzorg(en), die ontwikkeld werd door het Familieplatform Geestelijke Gezondheid, krijgen de deelnemers praktische tips en handvatten aangereikt om in de praktijk rond Kinderen van Ouders met Psychische Problemen (KOPP) aan de slag te gaan.
 
M08.3 KOPP-werking binnen PC Bethanië
Johan Goetschalckx, verpleegkundige, hoofdverantwoordelijke, PC Bethanië, Sint-Antonius Zoersel

In de KOPP-infosessie leggen we de nadruk op het geruststellen, onschuldigen en informeren van ouders in opname als hun kinderen. Op vraag van ouders nodigen we de kinderen uit voor een open gesprek aan de hand van verschillende leeftijdsgebonden technieken.
Daarnaast kunnen gezinnen ook hun bezoekmoment met wat meer privacy doorbrengen in De Lagune: een aparte, kindvriendelijk ingerichte ruimte.
Het verhaal van familieleden of belangrijke relaties krijgt een plaats in de familiegesprekken.
Gezinsactiviteit: Sinds 2011 organiseert PZ Bethaniënhuis een tweewekelijkse gezinsactiviteit voor patiënten en hun gezin. Dit is een speelse doe-activiteit voor ouders en kinderen, begeleid door twee therapeuten.
Dankzij het gevarieerde programma wordt de thuisblijvende ouder even ontlast en ervaren kinderen een bezoek bij hun zieke ouder ook als fijn. Zo zijn er ouders die met vallen en opstaan en de nodige begeleiding erin slagen opnieuw leuke dingen te doen met hun kinderen.
Gezinsruimte de Wij Wolk: In deze huiselijke leefruimte kunnen ouders en kinderen privacy hebben en kunnen ze samen zijn als dit thuis (tijdelijk) niet mogelijk is. Er is mogelijkheid om te koken, tv te kijken, te spelen, samen te zijn.
Oudersessies: In de oudersessies willen we mensen bewust maken van de invloed die hun problemen kunnen hebben op de kinderen. Er worden handvatten aangereikt hoe ze met de kinderen kunnen omgaan, maar er worden eveneens ervaringen gedeeld. Er wordt veel belang gehecht aan wat ouders ook nog wel kunnen betekenen tijdens hun opname of behandeling.
 
M08.4 Samen op weg : een ambulant traject voor jongvolwassenen
Aje Vloeberghs, psycholoog, cgg Andante, Merksem

Samen op weg is een ervaringsgericht psychotherapeutische traject dat groepsgesprekken en stappen combineert. De doelgroep bestaat uit kwetsbare jongeren tussen 17 en 24 jaar met ernstige psychische moeilijkheden. Zes maanden lang nemen zij deel aan een wekelijkse groepssessie, aan een stapweekend (Viersel) en stapweek (Zuid-Frankrijk). In twintig wekelijkse zittingen van anderhalf uur wordt er vertrokken van de thema's en problemen die de jongeren zelf aanbrengen. Deze groepsgesprekken worden begeleid door twee therapeuten vanuit de methode Thematisch Gecentreerde Interactie. Ruth Con, die TGI ontwikkelde, toonde aan hoe het thema het individu, de groep en de taak verbindt en zo een ideaal leerproces mogelijk maakt. Deze methodiek geeft jongeren voldoende structuur en veiligheid in de therapie. Via het thema komt de maatschappelijke werkelijkheid in de therapie binnen. De therapeuten creëren zo een veilige ruimte voor reflectie, gesprek en exploratie en nodigen jongeren uit zelf werkdoelen te bepalen waaraan ze binnen de therapie kunnen werken en tijdens de stapmomenten mee kunnen experimenteren. Met de stapmomenten leggen ze een fysiek traject af wat ervaringsgericht en experimenterend leren mogelijk maakt. Ook tijdens deze stapdagen is er dagelijks een therapiesessie en een apart overleg en planningsmoment om de tochten en huishoudelijke taken te bespreken. Dit traject wil jongeren versterken om hun eigen leven weer in handen te nemen. In deze mededeling stellen de therapeuten het verloop en de resultaten van twee van deze groepstrajecten voor.

09u15-10u45
M09.1 Assertiviteitstraining op de tweede lijn
Anick Holemans, zelfstandig cognitief gedragstherapeute, Merksem
Pierre Mertens, consultant readaptatiewetenschappen, groepstherapeut CGG Andante, Antwerpen

De literatuur stelt dat assertiviteitstrainingen enkel werken bij mensen zonder zware psychische problemen en dat het effect eerder van korte duur is. Daarom worden nu deze trainingen vooral gegeven op de eerste lijn. Binnen Andante werd een assertiviteit-plus-formule ontwikkeld met wel een impact naar personen met een ernstige psychiatrische aandoening (EPA). Met SIGG als meetinstrument voor en na de training werd de evolutie vastgelegd. Annick Holemans bekeek met hetzelfde meetinstrument wat het langdurige effect van deze training was. De positieve verandering blijkt stand te houden en in veel gevallen zelfs verder te verbeteren na verloop van tijd. De training loopt over 14 sessies van anderhalf uur en 3 volledige dagen met een overnachting. Een positieve groepservaring, meer tijd en een toegevoegd deel over het uiten en reageren op gevoelens maken het verschil. Selectie van deelnemers focust niet op diagnose maar voornamelijk op motivatie. De meeste deelnemers worden verwezen door de derde lijn of vanuit het eigen ggz-cliënteel. Gedragstherapeute Annick Holemans stelt haar onderzoeksresultaten voor en groepstherapeut Pierre Mertens het trainingsprogramma.
 
M09.2 Psychodynamische groepstherapie voor volwassenen met een verstandelijke beperking
Tinne Van Turnhout, orthopedagoge/psychotherapeute, UPC Sint Kamillus, Bierbeek
Dorien Landuyt, ergotherapeute

Veel personen met een verstandelijke beperking en een bijkomende psychiatrische problematiek ervaren moeilijkheden in het tot stand brengen en onderhouden van contacten met (belangrijke) anderen. Een creatieve groepspsychotherapie gericht op volwassenen met een verstandelijke beperking wordt op de afdeling OPM (observatie-afdeling voor personen met een verstandelijke beperking binnen het UPC Sint-Kamillus) aangeboden aan patiënten die interpersoonlijke moeilijkheden ervaren omwille van onderliggende emotionele moeilijkheden en/of disfunctionele relationele patronen.
Gezien de gemiddelde opnameduur van ongeveer drie maanden hebben we er voor gekozen een programma van acht weken uit te werken. Er wordt binnen deze groepspsychotherapie gewerkt met creatieve materialen om toegang te krijgen tot de innerlijke belevingswereld van de deelnemers.
Tijdens deze mededeling gaan we dieper in op de doelstellingen en inhoud van de therapie. Daarnaast lichten we de inbedding in het bredere therapeutische aanbod toe.
 
M09.3 Werken met complex getraumatiseerde patiënten: het nut van Transference Focused Psychotherapy
Manoëlle Hopchet, klinisch psychologe, voorzitter, Belgisch instituut voor Psychotraumatologie, Brussel

Bij psychotraumatherapie wordt ervan uitgegaan dat het behandelingsplan uit drie fasen bestaat: stabilisatiefase, confrontatiefase en integratiefase. De stabilisatiefase bevat onder andere de ontwikkeling van een therapeutische alliantie met de patiënt zodat deze in staat is zich veilig te voelen bij de therapeut en in de therapiekamer. Maar hoe zit het met het zich veilig voelen van de therapeut in de kamer met zijn patiënt? Wat met extreme affectdysregulatieproblemen van patiënt, met agressie, en acting-out, sessies die telkens weer uitlopen?
We zien vaak hoe onbewuste dynamieken in de therapie met moeilijke patiënten spelen, waardoor verwarring of andere vervelende situaties ontstaan.
Door kennis te maken met Transference Focused Psychotherapy (TFP) heb ik een manier gevonden om de innerlijke dynamiek aan het werk te begrijpen in de relatie tussen therapeut en patiënt. TFP is zeer nuttig bij het behandelen van moeilijke gevallen. Het biedt een object-relationeel model om de ernstige overdracht en tegenoverdrachtproblemen te behandelen. Interessante tools voor het therapeutisch werk zijn: observeren van de geschiedenis van de vroegere therapieën van de patiënt, gedrag observeren in de sessies en leren tolereren en observeren van de spanning. Agressie (uitgedrukt in verschillende vormen) wordt in het hier en nu van de therapeutische relatie uitgenodigd.
Ik bespreek het één- of twee-persoons psychologisch perspectief bij extreem trauma.

11u15-12u45
M10 SUICIDE
M10.1 Verpleegkundige interventies bij suïcidale patiënten
Tine Maes, hoofdverpleegkundige, PZ Duffel

Verpleegkundigen zijn de hulpverleners die continuïteit van therapeutische interventies voorzien gedurende dag, avond en nacht. Vaak komen zij het eerste in contact met suïcidale crisissen. Het zijn vaak de professionals die het meeste en intensief contact hebben met de suïcidale patiënt. Binnen de residentiële geestelijke gezondheidszorg ligt de uitdaging om suïcidaal gedrag zo goed mogelijk in te schatten en te behandelen. Verpleegkundigen spelen een cruciale rol in de opvang van suïcidale patiënten.
Maar hoe beleven patiënten het contact met de verpleegkundige tijdens de suïcidale fase? Wat ervaren zij als helpend? Wat missen ze in het contact? In kader van het doctoraatsonderzoek ‘Verpleegkundige interventies bij suïcidale patiënten’ zijn patiënten die een suïcidale periode hebben doorgemaakt tijdens hun opname geïnterviewd. Het onderzoek wenst dieper in te gaan op welke nood patiënten ervaren aan verpleegkundige interventies tijdens een suïcidale fase. Het doel is om te exploreren en identificeren van interventies door verpleegkundigen die ervaren worden als helpend/belemmerend door patiënten in een suïcidale fase.
Deze presentatie belicht de beleving van de patiënt belichten, hoe deze het contact heeft ervaren met de verpleegkundige tijdens de suïcidale periode. Vanuit deze ervaringen is het mogelijk om in de toekomst het contact en de verpleegkundige behandeling van suïcidale patiënten te verbeteren.
 
M10.2 Een wandeling doorheen de ontwikkeling van ketenzorg voor suïcidale personen in Limburg
Marie Van Broeckhoven, master in de psychologie, provinciaal coördinator Suicidepreventie CGG, DAGG Lommel

Deze bijdrage schetst het ontstaan van een eerste concrete zorgketen binnen de ggz voor de provincie Limburg.
Deze zorgketen kwam tot stand op initiatief van de cgg’s in Limburg. Vanuit cgg-Suïcidepreventie werd het nodige afstemmingsoverleg opgestart dat gaandeweg gekanteld is in de structuur van de opgestarte netwerken ggz voor volwassenen (art.107). Ook het ontstaan van de mobiele teams heeft zijn effect gehad op en in het ontwikkelingsproces.
Het uitwerken van deze zorgketen is gedeeltelijk gebaseerd op literatuuronderzoek (niet systematisch), maar het meest op inventarisatie van knel- en verbeterpunten in de praktijk.
Er werd dan ook maximaal afgestemd met actoren in de praktijk, herhaaldelijk en op verschillende manieren. Vooral de continuïteit van zorg bleek nog een belangrijk knelpunt in de organisatie van zorg.
Partners in de zorg leverden vaak al veel inspanningen om goede zorg te bieden aan suïcidale personen, alleen zorgden niet-sluitende afspraken in de keten soms toch voor het ontbreken van de juiste (na)zorg en leidde dit soms tot erg risicovolle overgangsmomenten.
Een zorgketen voor suïcidale personen kan hierin verbetering brengen door:
• Het formuleren van een helder stroomdiagram met duidelijke taken en verantwoordelijkheden voor iedere partner in de zorg
• Aandacht voor overdracht en terugkoppeling, zeker ook bij overgangsmomenten
We hebben geen juiste antwoorden, enkel een verhaal om te delen dat hopelijk inspirerend kan zijn.
 
M10.3 Suïcidaliteit in detentie: een cross-sectioneel onderzoek in de Vlaamse gevangenissen
Louis Favril, master klinische psychologie, master criminologie, doctoraatsonderzoeker, Universiteit Gent

Suïcidaliteit vormt een ernstig en omvangrijk volksgezondheidsprobleem. Internationaal onderzoek toont eenduidig aan dat suïcidale gedachten, suïcidepogingen en suïcide een sterk verhoogde prevalentie kennen in de gevangenissen, in vergelijking met de algemene samenleving. Dit is enerzijds het gevolgd dat gedetineerden als groep een kwetsbare populatie vormen: risicofactoren zoals een psychiatrische en/of verslavingsproblematiek, zwakke copingsvaardigheden, demografische en persoonlijkheidskenmerken blijken oververtegenwoordigd binnen de muren van de gevangenis. Anderzijds worden gedetineerden, tijdens hun detentieperiode, blootgesteld aan een veelheid aan bijkomende stressoren, zoals het verlies van vrijheid, autonomie, sociale ondersteuning en betekenisvolle activiteiten (Favril & Vander Laenen, 2015). Op basis van buitenlands onderzoek wordt deze problematiek in detentie aangekaart door het recente memorandum Zorg en Detentie (2014) en het Vlaams Actieplan Suïcidepreventie (2015-2020), toch blijven Belgische onderzoeksgegevens vooralsnog afwezig.
De presentatie geeft de resultaten weer van een doctoraatsonderzoek, waarbij zowel de prevalentie van suïcidaliteit in de Vlaamse gevangenissen wordt besproken, alsook de geassocieerde risicofactoren: hebben vooral individuele kenmerken (demografische, sociale of psychiatrische variabelen), dan wel factoren eigen aan de detentieomgeving (mentale hulpverlening, bejegening door het personeel, overbevolking of sociale ondersteuning) een invloed, of eerder een interactie tussen beide groepen variabelen? Aanbevelingen voor suïcidepreventie worden kritisch besproken in het licht van de resultaten.

11u15-12u45
M11 SAMENWERKING EN ZORGPADEN
M11.1 Collaborative care: van theorie naar praktijk
Kris Van den Broeck, doctor in de psychologie, postdoctoraal onderzoeker, Universiteit Antwerpen

Hedendaagse richtlijnen onderstrepen het belang van een goede samenwerking tussen de huisarts en ggz-hulpverleners in de behandeling van ernstig depressieve patiënten. Zogenaamde collaborative care resulteert in een betere therapietrouw en –uitkomst, en zowel patiënten als hulpverleners zijn meer tevreden met de behandeling. Toch worden er in de praktijk weinig depressieve patiënten behandeld zoals voorgeschreven door de richtlijnen. In een Vlaamse en een Waalse focusgroep, telkens samengesteld uit huisartsen en psychiaters, onderzochten we hoe de interdisciplinaire samenwerking rond depressieve patiënten vandaag de dag verloopt. Er werden knelpunten gedefinieerd in alle fasen van de behandeling (voorafgaand aan de verwijzing, bij de verwijzing, tijdens de behandeling, en gedurende de follow-up-fase). In een tweede fase organiseerden we nominale groepen, waarin we dezelfde deelnemers vroegen we hen om suggesties tot verbetering te formuleren. We belichten de belangrijkste bevindingen van de studie.

M11.2 Kruispunt: naar een model van intersectorale samenwerking voor laagdrempelige en toegankelijke psychosociale hulpverlening.
Jan Mampuys, master pedagogiek, directeur, cgg Andante, Antwerpen

Sinds mei 2011 bestaat in Kalmthout een ‘Kruispunt’ dat eerste hulp biedt bij sociale en psychische problemen voor de bevolking uit Kalmthout en de omliggende gemeenten Essen, Wuustwezel, Stabroek en Kapellen.  De initiatiefnemers van Kruispunt zijn voorzieningen uit de welzijns- en geestelijke gezondheidszorg: nl. CAW Antwerpen, AZ Klina, DBC Openluchtopvoeding en CGG Andante. Zij doen dit door personeel te detacheren, de werkingskosten te delen en de teamwerking en samenwerking tussen de verschillende initiatiefnemers te superviseren vanuit het gezamenlijke doel:  eerste opvang, informatie en advies, vraagverduidelijking, screening, oriëntatie, kortdurend hulptraject en doorverwijzing. De hulpverlening is gratis. Er wordt prioritair samengewerkt op verwijzing van huisartsen, ocmw en welzijnsorganisatie. Het initiatief werd van bij de start inhoudelijk en logistiek gesteund door de gemeente Kalmthout en recent werd ook financiële steun verkregen vanuit de omliggende gemeentes. Het team van ‘Kruispunt’ wordt ondersteund door een teamcoördinator en werkt samen op basis van gelijkheid en evenwaardigheid. De supervisie van de detacherende voorzieningen ondersteunt en bevraagt de zelfsturende dynamiek vanuit het team. De detachering uit verschillende zorgvoorzieningen verhoogt de expertise en kennisdeling en  zorgt tevens voor betere zorgafstemming, doorstroming en continuïteit.
Een tweede ‘Kruispunt’ ging in mei 2016 van start in Mortsel en omliggende gemeentes met logistieke steun van de stad Mortsel. De initiatiefnemers hier zijn PZ Sint-Amedeus, Mobilant (VAPH), CAW Antwerpen en CGG Andante.

M11.3 Model zorgpad alcohol West-Vlaanderen: een proces van afstemming, ondersteund door een breed draagvlak
Inge Decorte, criminologe, zorgcoördinator middelenmisbruik, Overlegplatform Geestelijke Gezondheidszorg West-Vlaanderen, Brugge

Problematisch alcoholgebruik is een vaak voorkomend probleem in onze maatschappij. Het heeft niet alleen lichamelijke gevolgen, maar kan schade veroorzaken op vele andere leefgebieden (psychosociaal). De maatschappelijke kosten en de kosten voor behandeling zijn hoog. In Vlaanderen was in 2013 bij 10% van de bevolking die het laatste jaar alcohol dronk het alcoholgebruik problematisch te noemen (15% van de mannen en 5% van de vrouwen). Het problematisch alcoholgebruik steeg de afgelopen jaren van 5% in 2001 tot 10% in 2013. De toename stelde zich zowel bij mannen als vrouwen.
Bovendien stellen we vast dat vooraleer mensen met een afhankelijkheidsprobleem terecht komen in de gespecialiseerde hulpverlening, de problematiek reeds vele jaren aanwezig is. Specifiek voor alcohol duurt het vaak meer dan tien jaar voor de diagnose wordt gesteld (Schuckit, 1993).
Er is dus nood aan een vroegere detectie van (beginnende) alcoholproblemen (hier is een belangrijke rol weggelegd voor hulpverleners op de 1e lijn) en een zorgpad alcohol kan hierbij een belangrijk hulpmiddel zijn. Het biedt een houvast voor de hulpverleners die betrokken zijn rondom de patiënt en zijn/haar omgeving om de zorg te plannen en te organiseren. Dit was voor een aantal partners in het hulpverleningslandschap in West-Vlaanderen de aanzet om samen te werken aan de ontwikkeling van een model zorgpad alcohol. Er werd met veel enthousiasme aan gewerkt door partners op 1e, 2e en 3e lijn van over de ganse provincie. Heel veel aandacht ging naar afstemming en het creëren van een breed draagvlak. Het is dan ook met veel trots dat we ons model zorgpad alcohol West-Vlaanderen presenteren.

11u15-12u45
M12 JONGEREN / ETHIEK
M12.1 Ervaringen van jongeren bij de implementatie en het gebruik van een comfortroom
Annelies Verkest, master in verpleeg- en vroedkunde, lector verpleegkunde, VIVES hogeschool Roeselare en Brugge
Jotte Willem,  psychiatrisch verpleegkundige, Kind- en Jeugdpsychiatrie UZ Gent

In een kwalitatief onderzoek wordt het perspectief van jongeren belicht bij de implementatie en het gebruik van de comfortroom tijdens een opname in een psychiatrisch ziekenhuis. Een eerste deel van het onderzoek werd reeds afgerond. De voorlopige kernelementen in de ervaringen met het gebruik van de comfortroom door jongeren zijn veiligheid, controle, verantwoordelijkheid en betrokkenheid. De jongeren ervaren de comfortroom als een bijzonder kostbare ruimte, zowel in materiële zin als in de ruimere betekenis die de ruimte voor hen heeft. Dit zorgt voor een houding van respect voor de aanwezige materialen, voor het ‘vlekkeloze’ van de ruimte én voor zichzelf en de andere jongeren. In de comfortroom krijgen en zoeken jongeren wat ze nodig hebben: rust – afleiding, betrokkenheid – nabijheid, het terugvinden van controle – veiligheid. Dat de regie in handen van de jongere moet liggen, is een voorwaarde tot succesvol gebruik van de comfortroom. Het doel van succesvol gebruik is eveneens dat de jongere opnieuw de regie in handen kan nemen. Jongeren ervaren in het werken met de comfortroom de plaats van de verpleegkundige als cruciaal. Ze vertrouwen op de professionaliteit van de verpleegkundige bij het omgaan met risicogedrag. Ze ervaren een grote nood aan betrokkenheid van de verpleegkundigen. Jongeren blijken in het werken met de comfortroom bijzonder gevoelig voor de authenticiteit van de verpleegkundigen. Het tweede deel van het onderzoek loopt nog tot augustus.

M12.2 Geestelijke gezondheidszorg voor adolescenten in Europa: state of the art en richtlijnen van het ADOCARE-netwerk
Evelien Coppens, projectleider, LUCAS KU Leuven
Iona Vermet
Jeroen Knaeps, Martine De Clerck, Isabelle De Schrijver, Jean Paul Matot & Chantal Van Audenhove

Eén op vijf jongeren in Europa heeft psychische klachten. Hoewel veel van deze klachten van voorbijgaande aard zijn, bestaat het risico dat ze verder ontwikkelen tot een chronische aandoening. Veel Europese jongeren vinden echter geen passende geestelijke gezondheidszorg (ggz). ADOCARE, het consortium van Action for Teens en LUCAS KU Leuven, bracht in 10 lidstaten de tekorten in de ggz voor jongeren in kaart door diverse stakeholdergroepen te bevragen.
Een algemene vaststelling is dat het ggz-budget voor adolescenten zeer klein is en het zorgaanbod ontoereikend. Bovendien heeft bijna de helft van de onderzochte landen geen ggz-beleid specifiek voor jongeren. Wat de kwaliteit van zorg betreft wijzen jongeren, professionals, experts en beleidsmakers op dezelfde pijnpunten:
- De overgang naar volwassenzorg verloopt moeilijk
- Professionelen zoeken nog te snel hun toevlucht tot medicatie
- Evidence-based zorgpraktijken worden onderbenut
- Voorzieningen zijn vaak ontoegankelijk voor jongeren en jeugdonvriendelijk
- Jongeren worden te vaak doorverwezen naar gespecialiseerde zorg, terwijl eerstelijnszorg voor velen volstaat
- Re-integratie in de samenleving krijgt onvoldoende aandacht
- De kwaliteit van voorzieningen wordt weinig of niet geëvalueerd
Het onderzoek resulteerde in concrete richtlijnen en aanbevelingen voor een goede ggz voor jongeren. De richtlijnen bieden ondersteuning aan beleidsmakers, diensten en professionals via de beschrijving van directe acties. De aanbevelingen focussen op tien gebieden in de ggz: beschikbaarheid, kwaliteit, bereikbaarheid, gepersonaliseerde zorg, geïntegreerde zorg, transitie naar volwassenheid, preventie, beleid, wettelijk kader en onderzoek.

M12.3 Herstel als antwoord op euthanasie?
Ann Callebert, klinisch psycholoog, ervaringsdeskundige, Heverlee

In nieuw onderzoek wil ik begrijpen wat er mensen met een psychische kwetsbaarheid en een vraag naar euthanasie er toe brengt door te gaan bij een volledig doorlopen procedure. Wat sterkt hen? Zijn het herstelkrachten? Kan de herstelvisie hier omgekeerd toe bijdragen? Kan de herstelvisie überhaupt ook een meerwaarde betekenen voor mensen die ten onder gaan aan hun ondraaglijk psychisch lijden?

M12.4 Een ethisch model voor het evalueren van wilsbekwaamheid
Axel Liégeois, ethicus, gewoon hoogleraar, KU Leuven en Broeders van Liefde, Gent

De maatschappij plaatst de geestelijke gezondheidszorg voor een tegenstrijdige opdracht. Enerzijds moeten de zorgverleners de autonomie van mensen met psychiatrische problemen respecteren door hun geïnformeerde toestemming te vragen. Anderzijds moeten de zorgverleners innovatieve en kwaliteitsvolle zorg bieden, soms ook aan mensen die er niet zelf om vragen of aan mensen die niet in staat zijn om er op een overwogen wijze over te beslissen. Het sleutelbegrip hierbij is de wilsbekwaamheid van de persoon met psychiatrische problemen. Dit begrip wordt in de wetgeving echter niet uitgelegd en is tot nog toe weinig geoperationaliseerd. In deze mededeling proberen we vanuit een relationeel ethische benadering deze leemte op een creatieve wijze in te vullen. We geven de voorkeur aan de term ‘beslissingsbekwaamheid’ en werken een genuanceerd concept uit: beslissingsbekwaamheid is specifiek voor een bepaalde taak of levensdomein, variabel in de tijd en per situatie, en gradueel. We werken ook een ethisch model uit met concrete criteria voor het evalueren van de beslissingsbekwaamheid. Ten slotte tonen we aan hoe we dit model in de praktijk van de zorg kunnen implementeren.
Referentie
Liégeois, A. (2014). Waarden in dialoog. Ethiek in de zorg. Leuven: LannooCampus, herziene editie

11u15-12u45
M13 ZELFHULP
M13.1 Sexaholics Anonymous, seksverslaafden werken samen aan hun herstel
Luc Daenen, ervaringsdeskundige, Sexaholics Anonymous, Antwerpen

SA (Sexaholics Anonymous) is een zelfhulporganisatie voor mannen en vrouwen die lijden aan de ziekte van seksverslaving.
SA werkt met het vertrouwde twaalfstappenprogramma van de AA (Anonieme Alcoholisten): sponsorschap, bijeenkomsten, een netwerk opbouwen, zich inzetten voor anderen, enz. Dit is géén therapeutisch programma, maar vele hulpverleners hebben ondervonden dat de zelfhulpgroep voor hun cliënten een onschatbare aanvulling vormt op hun therapeutische begeleiding en/of medische ondersteuning. Mannen of vrouwen met dwangmatig seksueel handelen of denken herkennen zich in de ervaringen van andere 'sexaholics' en passen de ervaringen van herstellende sexaholics toe in hun eigen situatie.
Niet het probleem, maar het herstel staat centraal in het SA-programma. Herstellende sexaholics leren wat het is te genieten, te leven en leven door te geven.
 
M13.2 De 'weer-op-gang'-kaart: toegangspas naar herstel met de steun van zelfhulpgroepen
Patrick Colemont,  projectverantwoordelijke, Vlaams Patiëntenplatform - OPGanG, Heverlee
leden van OPGanG

Voor patiënten is het niet evident om na hun opname in contact te komen met lotgenoten- of zelfhulpgroepen. Enerzijds zijn veel zelfzorggroepen nog onvoldoende bekend bij patiënten én zorgverleners. Anderzijds worden patiënten zelden op het bestaan ervan gewezen. Nochtans is het wetenschappelijk aangetoond dat lotgenotencontact herstelbevorderend is en de kans op herval doet verminderen.
Om de bekendheid van patiëntenverenigingen te vergroten en de kans op doorverwijzing te verhogen, heeft OPGanG (de Open Patiëntenkoepel Geestelijke Gezondheidszorg) een creatieve ‘weer-op-gang’-kaart ontworpen, die in het voorjaar van 2016 via zorginstellingen verdeeld zal worden. Patiënten die op ontslag gaan zullen via de hulpverlener een ‘weer-op-gang’-kaart ontvangen. Deze dient als innovatieve wegwijzer naar zelfhulpgroepen en als motivatie om via die weg steun te vinden bij lotgenoten.
In deze bijdrage wordt het ontwerp en de verdeling van de ‘weer-op-gang’-kaart toegelicht. Daarnaast benadrukken we de rol van de zorgverlener als sleutelpersoon om de patiënt de weg naar herstel te wijzen. Tot slot worden de eerste bevindingen van het effect van de kaart medegedeeld.
 
M13.3 Herstel in praktijk: de waardevolle voedingsbodem in Aanloophuis Poco Loco
Jochen Van den Steen, procesbegeleider, Aanloophuis Poco Loco / Cliëntenbureau, Gent

Aanloophuis Poco Loco is een waardevolle voedingsbodem gebleken voor de groei van ervaringsdeskundigen en het ontwikkelen van herstelgericht werken.
Doorheen de jaren ontwikkelden zich verschillende cliëntgestuurde deelwerkingen zoals de werkgroep ervaringsdelen, het cliëntenbureau en de muziekgroep de Poco Loco swingers.
Samen met ervaringsdeskundigen en medewerkers reflecteren we over een aantal kernthema's die belangrijk zijn binnen de werking. Kernthema's die vaak haaks staan op de klassieke visie die binnen de hulpverlening gehanteerd wordt. We reiken tips en methodieken, en houden een boeiend debat met het publiek.
 
M13.4 Leuvens initiatief voor dak- en thuislozen
Bart Leroy, psychiater, Z.org KULeuven, Kortenberg

In de stad Leuven wordt sinds 2011, in samenwerking met vele partners, hulp geboden aan dak- en thuislozen met een ernstig psychiatrische aandoening en/of middelenmisbruik en die om uiteenlopende redenen geen gebruik (meer) maken van het bestaande hulpaanbod en als zorgwekkende zorgmijders kunnen beschouwd worden.
De OCMW, CAW, sociale dienst van de politie, de eerste lijn, … bundelen hun ervaringen en aanbod met de psychiatrische expertise van de Mobiele Teams 2B (Minderbroederstraat en Oudebaan regio Leuven).
De eerste fase bestaat uit “kennis maken”. Dit is vaak een delicate stap, tijdrovend ook.
Eens het contact is gelegd, kunnen acties voorgesteld worden zoals toeleiding naar zorginstanties, woonvormen, allerlei voorzieningen…
Het vasthouden van verworvenheden is belangrijk om terugval te voorkomen (fase 3).
Het uiteindelijke doel is de patiënt toe te leiden tot de gepaste zorg en te motiveren om deze te aanvaarden.
Deze manier van interdisciplinair werken (met betrekken van directe omgeving, netwerk) blijkt een respectvolle en ook hoopvolle aanpak te zijn voor deze, soms vergeten, doelgroep.

13u45-15u15
M14.1 Van cliënt tot collega
Céline Dewitte, therapeut, Psychosociaal revalidatiecentrum De MaRe, Kortrijk

Céline Dewitte is begeleidster in beschut wonen De Bolster en werkt ook als therapeut in De Mare. David Benoit was cliënt van Céline in Beschut Wonen en werkt nu als collega ervaringswerker van Céline in De Mare.
Zij brengen samen hun verhaal en ervaringen. Er is ook ruimte voor vragen en discussie rond dit thema.

M14.2 Ervaringsdeskundige gidsen in het  bezoekerscentrum van het psychiatrisch zorgcentrum in  Geel: een ideaal  medicijn tegen stigma?
Katrien Rombouts, psycholoog, dagkliniek/begeleider ervaringsdeskundigen bezoekerscentrum, OPZ, Geel
Anny-Victoria Janssen, Bart Buyens, Griet Leysen en Kristof Stubbers, ervaringswerkers

In mei 2015 opende op het terrein van het psychiatrisch zorgcentrum het bezoekerscentrum Pas-sage haar deuren.
Het mortuarium en de schuur van de oude kliniek werden verbouwd tot een hypermoderne , didactische omgeving. Naast informatie over de eeuwenoude Geelse gezinsverpleging, maakt de bezoeker kennis met wat psychiatrie vandaag is. Er wordt stilgestaan bij vooroordelen en stigma. Op verschillende plaatsen vind je kunstwerken en gedichten van (ex) patiënten.
De bezoekers kunnen ook een film bekijken die de ervaringsdeskundige medewerkers van het bezoekerscentrum hebben gemaakt over hun herstel.Geïnteresseerde groepen kunnen een bezoek plannen. Zij worden verwelkomd en rondgeleid door ervaringsdeskundige gidsen.
Sinds de opening zijn er al meer dan 2.000 bezoekers langsgekomen. Door een scholenproject in samenwerking met de stad Geel, komen er ook veel klassen op bezoek. De overgrote meerderheid is erg enthousiast. Hierdoor is op dit moment de vraag voor rondleidingen groter dan ons aanbod.
In deze mededeling vertellen enkele van de gidsen over hun werk in het bezoekerscentrum. In hoeverre is deze job herstelbevorderend? Is er een specifieke opleiding en/of verdere begeleiding nodig om de voortdurende confrontatie met je kwetsbaarheid en herstel aan te kunnen? En waarom kiest iemand die goed genoeg is om in de buitenwereld te functioneren er toch voor om zich in te zetten binnen de omgeving van een psychiatrisch centrum?

M14.3 Voorstelling van het Kunsthuis Yellow Art OPZ Geel
Bert Boeckx, Kunsthuis Yellow Art, Geel
Danny Smolders en Willy Casier, ervaringswerkers

Kunsthuis Yellow Art is een initiatief van Openbaar Psychiatrisch Zorgcentrum Geel. Yellow Art is een plek waar psychische kwetsbare mensen met een artistieke begaafdheid en gedrevenheid samen met anderen werken aan kunstprojecten. Geen therapeutisch maar artistiek uitgangspunt dus.
Iedereen krijgt de ruimte om te experimenteren en zijn of haar artistiek en persoonlijk oeuvre te creëren. Door het systematisch samenwerken met gastkunstenaars komt men tot een uitwisseling die zowel artistiek als sociaal verruimend werkt. Door af te stappen van het beoordelingssysteem ziek versus gezond, wordt het verschil tussen pathologische en normale kunst overstegen. Door de kunstwerken aan de buitenwereld te tonen, merken mensen dat er geen verschil hoeft te bestaan in uitdrukkingsvormen van mensen met of zonder een psychische kwetsbaarheid. Het leidt daardoor tot meer inzicht en het werkt destigmatiserend.
Bestaande artistieke opleidingen (vb. academies) veronderstellen een grote zelfstandigheid. Vele psychisch kwetsbare mensen hebben extra (al dan niet tijdelijk) ondersteuning in hun artistiek bezig zijn en bij het leggen van sociale contacten. Yellow Art faciliteert de reïntegratie / acceptatie in de maatschappij door met het artistieke werk naar buiten te komen; door het organiseren van samenwerking met kunstenaars; door de cliënten samen te brengen in een groep gelijkgestemden, door met hen samen tentoonstellingen te bezoeken, door samenwerking met andere organisaties e.d.
Door te vertrekken vanuit hun artistieke aanleg en interesse, wordt het “psychische tekort” overstegen en wordt ruimte geschapen voor een vernieuwd zelfvertrouwen.

M14.4 Verankering van HO(o)P. Van patiënt naar collega … een pioniersverhaal
Emmy Berus, Mick Hutsebaut, Geert Kestens, Sven Roovers, ervaringswerkers
Saskia Van der Borght,
psycholoog
Chris Anthonis,
therapeutisch verantwoordelijke patiëntenzorg
allen PZ Bethaniënhuis Zoersel


Naar aanleiding van een lezing van Wilma Boevink over de inzet van ervaringsdeskundigheid in de ggz koos het  PZ Bethaniënhuis er expliciet voor om naast patiëntenparticipatie ook te focussen op ervaringsdeskundigheid.  We namen de tijd om de grond klaar te maken.
We vertrokken van een blanco blad en gingen op zoek naar personen die hun schouders wilden zetten onder een eigen project, weliswaar met steun van het beleid. Zo ontstond een werkgroep van mogelijke toekomstige ervaringswerkers.
We schreven een visietekst en startten een zoektocht naar een geschikte opleiding. Herstelbegrippen en het verschil tussen patiëntenparticipatie en ervaringsdeskundigheid werden toegelicht op diverse fora. De ervaringsdeskundigen in spe volgden een opleiding en werkten aan een projectvoorstel om patiënten te ontmoeten op de zorgeenheden. Op ziekenhuisniveau werd ook de module “Werk maken van herstel” uitgewerkt waar lotgenotencontact een plaats kreeg.
De werkgroep kreeg gaandeweg de naam : H(erstel)O(ndersteuning)P(atiëntenperspectief).
Begin januari 2014 gingen de ervaringswerkers van start op drie pilootafdelingen: een verslavingseenheid, een depressie‐eenheid en een rehabilitatie‐eenheid.  Sindsdien participeren ze aan de stuurgroep agressiebeleid. In 2015 verbreedde het terrein naar andere zorgeenheden en beleidsmatige stuurgroepen.  Een “ambassadeursgroep” van referentiepersonen met een hart voor HOP borgt de link tussen de zorgeenheden en HOP. Vanaf 2016 kregen een aantal ervaringsdeskundigen een contract, anderen bleven liever in een vrijwilligersstatuut werken.
In deze mededeling delen we onze ervaringen over de toch wel unieke weg die we gelopen hebben, zowel vanuit het perspectief van het beleid als vanuit de ervaringswerkers.

13u45-15u15
M15.1 Onderzoek naar de invoering van een eerstelijnspsychologische functie in Vlaanderen: conclusies en aanbevelingen
Evelien Coppens, projectleider, LUCAS KU Leuven
Inge Neyens
Chantal Van Audenhove

Ter voorbereiding van de eerstelijnsconferentie van 2010 bracht de werkgroep Geestelijke Gezondheidszorg (ggz) een aantal knelpunten in de eerstelijns ggz onder de aandacht van het beleid:
- Een gebrek aan coördinatie, samenhang en samenwerking
- Een onvoldoende toegankelijkheid voor kwetsbare en kansarme groepen
- Een tekort aan competenties inzake psychische problematieken bij eerstelijnswerkers
- Een beperkte aandacht voor de preventie van psychische problemen
De werkgroep schoof de invoering van een eerstelijnspsychologische functie (ELPF) naar voren als belangrijkste aanbeveling om deze tekorten weg te werken. Als beleidsantwoord selecteerde de Vlaamse overheid zeven pilootprojecten om in verschillende settings in Vlaanderen een ELPF te implementeren. Ze dienen drie kernopdrachten te realiseren:
- Kortdurende generalistische zorg leveren bij niet-complexe psychische klachten
- Samenwerken met andere hulpverleners vanuit het model van getrapte zorg
- Vroegdetectie en vroeginterventie bij psychische problemen bevorderen
In opdracht van het Steunpunt WVG voerde LUCAS een onderzoek uit naar de implementatie van de ELPF door de projecten. LUCAS bracht de doelgroep, de kritische succesfactoren en de knelpunten in kaart; onderzocht de tevredenheid van alle betrokkenen; en peilde naar de mening van experts betreffende een generiek model voor de ELPF.
Het onderzoek resulteerde in eindconclusies en een advies over een brede uitrol van de ELPF in Vlaanderen. De conclusies en aanbevelingen focussen op de kerntaken van de eerstelijnspsycholoog; de kortdurende behandeling die de eerstelijnspsycholoog aanbiedt; het functieprofiel van de eerstelijnspsycholoog; de situering van de eerstelijnspsycholoog in het netwerk; de samenwerking van de eerstelijnspsycholoog met de huisarts; en de organisatie, de financiering en de globale evaluatie van de ELPF.

M15.2 VDIP: Vroegdetectie, tijdige interventie en gepaste toeleiding bij ernstige psychische aandoeningen
Gorik Kaesemans, licentiaat psychologie, stafmedewerker GGZ, ondersteuning VDIP-werking en forensische teams CGG, Zorgnet-Icuro, Brussel
Nike Baeten, coördinator VDIP Zuid-West-Vlaanderen, provinciaal coördinator van de suïcidepreventiewerking West-Vlaanderen, stafmedewerker preventie/vroeginterventie CGG Largo

VDIP werd in 2007 als pilootproject opgestart vanuit de cgg. Er zijn in Vlaanderen VDIP-teams actief in acht werkingsgebieden. Initiële doelstelling: eerste tekenen van een zich ontwikkelde psychose bij 16- tot 35-jarigen vroegtijdig detecteren en gepast interveniëren. VDIP koppelt sensibilisering, deskundigheidsbevordering (van de 0de en 1ste lijn) en vroegdetectie/-interventie aan toeleiding naar vervolgzorg. Vernieuwende evidence basedconcepten inzake screening, diagnostiek en aanklampende zorg werden succesvol geïmplementeerd. Vanaf 2012 werd onderzocht of een uitbreiding naar andere ernstige psychische aandoeningen haalbaar is. In dialoog met verschillende experten namen de projecthouders recente literatuur door rond vroeginterventie bij o.m. borderline persoonlijkheidsstoornis en bipolaire stoornis. Daarnaast organiseerden ze een aantal studiedagen (o.m. met Philippe Delespaul, Jim Van Os, Geert Everaert en Joost Hutsebaut). De inzichten uit literatuur en studiedagen vormden de basis voor een methodiekontwikkelingstraject.
De VDIP-medewerkers leggen de resultaten van dit traject voor. De argumentatie om bij vroegdetectie te focussen op de leeftijdsfase van de jongvolwassenheid loopt als een rode draad door het verbredingstraject: immers, de helft van de life time cases van psychische stoornissen begint rond de leeftijd van 14 jaar, 75% voor de leeftijd van 24 jaar (NIMH, National Co-morbidity Survey). Eénmaal voorbij de risicoperiode daalt de incidentie van nieuwe cases erg sterk. Gemiddeld genomen duurt het tien jaar voor mensen hulp zoeken. De duur van de onbehandelde mentale aandoening beïnvloedt de outcome (frequentie en ernst van episodes en behandelrespons). Er is duidelijke evidentie dat de eerste twee tot vijf jaar na de ‘onset’ van de problematiek cruciaal zijn voor verdere prognose.

M15.3 Innovatie in de zorg: Raadpleging Psychologen in het Algemeen Ziekenhuis
Koen Willems, psychiater, AZ St-Lucas, Gent
Tania Coppens, psychologe

In een unieke samenwerking van drie algemene ziekenhuizen in Gent is sinds maart 2013 de Raadpleging Psychologen van start gegaan. Een kortdurend laagdrempelig eerstelijnspsychologisch aanbod ten dienste van huisartsen wordt in deze mededeling besproken. De criteria, de ervaringen, en het groot potentieel van psychologische zorg binnen de vlot toegankelijke en vertrouwde setting van het algemeen ziekenhuis wordt toegelicht.
De huisarts verwijst rechtstreeks door. De patiënt betaalt 20 euro per sessie en er zijn maximaal 5 sessies. Aanmeldingsklachten dienen licht tot matig te zijn.
Dit innovatieve project kadert binnen het psychiatrisch aanbod van het algemeen ziekenhuis. Honderd huisartsen deden inmiddels beroep op dit aanbod.

M15.4 Het versterken van het natuurlijk netwerk rond mensen met een complexe psychische problematiek
Gerrit Vanhee, A1 (sociaal)verpleegkundige, teamleider mobiele teams, Accolade | netwerk GGZ regio Ieper-Diksmuide, Ieper
Aline Bouten, (sociaal)verpleegkundige, begeleidster Mobiel team langdurige zorg, Accolade | netwerk GGZ regio Ieper-Diksmuide
Sofie Coghe, ergotherapeute, begeleidster Mobiel team langdurige zorg, Accolade | netwerk GGZ regio Ieper-Diksmuide

Het Mobiel team langdurige zorg (MTL-team) begeleidt binnen de regio Ieper–Diksmuide nagenoeg 160 mensen met een complexe psychiatrische problematiek.
In dit Impulsproject, ondersteund door de provincie West-Vlaanderen, zet het MTL-team in op het versterken en uitbreiden van het natuurlijk netwerk (maatschappelijk steunsysteem) enerzijds en het versterken van de mantelzorgers anderzijds.
Het volledige begeleidingsteam krijgt tools, methodieken en nieuwe referentiekaders aangeboden.
Op basis van deze inzichten gaan vier begeleiders na hoe ‘burgers’ uit de ruimere natuurlijke, sociale en familiale omgeving een meerwaarde kunnen zijn voor de cliënt. Deze vier begeleiders krijgen tijd en ruimte vrij om deze inzichten toe te passen, met tussentijdse intervisiemomenten. Het project werkt rond drie doelstellingen:
•    Het natuurlijk netwerk van 15-tal cliënten versterken en uitbreiden met 2 tot 3, en dit als aanvulling op het professioneel netwerk. Dit moet resulteren in een betere inbedding in hun buurt, omgeving en familie enerzijds en tot een minder geïsoleerd leven anderzijds.
•    Het project ondersteunt de mantelzorgers; versterkt hun draagkracht en betrekt hen in de zorg.
•    De inzichten en methodieken worden geïmplementeerd in de werking van het MTL-team, met hierbij specifieke aandacht voor de functie van begeleider als ‘bruggenbouwer’.
Dit proces wordt begeleid en ondersteund door LUS vzw, als organisatie sterk in het verbinden van mensen.
Het project wordt afgerond in juli 2016.
In deze mededeling geven twee begeleiders hun praktijkervaringen en bevindingen weer. Ze geven tips en aandachtspunten om, vanuit de thuissituatie, het natuurlijk netwerk van mensen met een complexe psychische kwetsbaarheid te versterken.

13u45-15u15
M16 THERAPEUTISCHE RELATIE
M16.1 Presentie en transparantie: hand in hand?
John Deloof, bachelor, coördinator, Psychosociaal revalidatiecentrum De MaRe, Kortrijk

In de huidige ontwikkeling staat echtheid, oprechtheid en transparantie centraal als attitude van een goede hulpverlener. Hoe open en eerlijk zijn we nu werkelijk als het over onze persoon gaat? Een oude discussie over afstand en nabijheid in een hedendaagse context

M16.2 Liefde en verlangen in psychotherapie: wat kan de psychotherapeut van Plato leren?
Peter Walleghem, doctor in de psychologische wetenschappen, docent/onderzoeker/psychoanalyticus, Hogeschool Gent

In onze bijdrage op het snijpunt van psychotherapie en filosofie, behandelen we de hogervermelde problematiek vanuit Lacans lezing van het Symposium van Plato, de klassieke tekst bij uitstek die gans het denken over liefde en verlangen in onze Westerse cultuur domineerde, in Seminarie VIII Le Transfert. We zullen zien dat het van fundamenteel belang is Liefde en Verlangen te onderscheiden bij de hantering van de overdracht binnen de psychotherapeutische relatie. Daarnaast ondervragen we Lacans fundamentele innovatie van het overdrachtsbegrip en haar implicaties voor de klinische praktijk anno 2016. We illustreren dit aan de hand van enkele klinische vignetten uit onze psychoanalytische praxis.

M16.3 Een integrale benadering van de patiënt met kanker
Ann-Marie Morel, arts, pneumoloog / oncoloog, psychotherapeut, praktijk Anamy – voorzitter Psychosociaal Oncologisch Welzijnscentrum A touch of Rose vzw, Sint-Jozefkliniek Bornem & Willebroek

Het psychosociaal oncologisch welzijnscentrum A touch of Rose in Bornem biedt extra ondersteuning aan patiënten die met kanker geconfronteerd worden én hun familie, en dit vanaf het ogenblik van de diagnose, tijdens de therapie, in de periode van palliatieve zorg en afscheid, en zelfs erna in de periode van rouwverwerking. Deze (gratis) zorg werd gebundeld in een afzonderlijk centrum, onder leiding van artsen/psychologen/psychotherapeuten, en ondersteund door een team van vrijwilligers, wat het tot een uniek concept maakt in Vlaanderen. Sinds de oprichting in 2011 werden reeds talloze patiënten en hun familie opgevangen, en de nood aan dit soort van projecten neemt alleen maar toe. Deze integrale benadering van de patiënt met kanker lijkt evident, maar is dat niet. Maar al te vaak wordt de patiënt enkel herleid tot zijn kanker, terwijl hij of zij nog zoveel meer is dan dat.
 
M16.4 Intimiteit en seksualiteit in de zorg
Nadine Aernouts, licentiaat klinische psychologie, seksuologe, PZ Bethanië, Zoersel
Annelies van Gils, doctorandus in de Theologie, pastor PZ Bethanië, Zoersel

Het thema “ intimiteit en seksualiteit” lijkt niet zo vaak ter sprake te komen op bijscholingen en congressen binnen de ggz. Als het toch ter sprake komt, is het meestal in de marge, of reactief op een negatieve situatie die zich heeft voorgedaan. Wanneer het probleem is “opgelost”, de storm is gaan liggen, wordt er verder weinig aandacht aan gegeven. Het is jammer dat het niet vanuit een positiever kader kan gebracht of besproken worden.
Hoe maak je intimiteit en seksualiteit bespreekbaar met patiënten? Hoe kaart je het aan op een teamvergadering? Hoe zorg je voor een open cultuur van bespreekbaarheid, met respect voor privacy en grenzen?
Deze bijdrage poogt een kader en enkele handvatten te geven om creatief te kunnen omgaan met thema binnen een organisatie, team of patiëntencontact.