20 en 21 september 2016
Antwerpen, Wilrijk - Campus Drie Eiken
Creatief in de geest, innovatief in de zorg

mededelingen

dinsdag 20 september 2016
11u30-13u00

M01 - INTERNERING
M01.1 Risicotaxatie bij plegers met een verstandelijke beperking: Welke instrumenten zijn bruikbaar?
Claudia Pouls, wetenschappelijk onderzoeker, KeFor, OPZC, Rekem

Anno 2016 zijn er meer dan 150 instrumenten beschikbaar die het risico op herval in nieuwe feiten inschatten. De risicotaxatieliteratuur is dan ook overweldigend. Dit is echter niet het geval voor de specifieke groep van plegers met een verstandelijke beperking (pvb), waar de literatuur slechts recent een opmars kent. Het Kenniscentrum Forensisch Psychiatrische Zorg (KeFor) maakte een inventaris van instrumenten die beschikbaar zijn voor pvb. Welke instrumenten laten veelbelovende resultaten zien in onderzoek? Moeten we gebruik maken van de actuariële en/of gestructureerd klinische aanpak? Gaat de voorkeur uit naar nieuwe instrumenten, specifiek ontwikkeld voor pvb of kunnen bestaande instrumenten toegepast worden?

M01.2 De zorg voor personen met een interneringsstatuut
Mieke Goyens, netwerkcoördinator Internering Volksgezondheid, Bierbeek
Karolien Gijbers, netwerkcoördinator Internering Volksgezondheid, Hof van Beroep Antwerpen

De problematiek van internering is de afgelopen jaren onderwerp geweest van heel wat discussies en acties zowel op overheidsniveau als op het terrein, niet in het minst naar aanleiding van een aantal veroordelingen van de Belgische Staat door het Europees Hof voor de Rechten van de Mens. Voor talloze geïnterneerde personen blijft de situatie echter onaanvaardbaar. Velen van hen verblijven nog steeds in een voor hen onaangepast gevangenisregime met weinig of geen perspectief op een passende behandeling.
De zorg voor deze doelgroep en het verder uitbouwen van een degelijk forensisch-psychiatrisch zorgcircuit is de afgelopen jaren in een stroomversnelling gekomen. Het federaal meerjarenplan voor de uitbouw van een zorgtraject voor forensisch-psychiatrische patiënten is hierin toonaangevend. In de eerste fase van het meerjarenplan internering werd er voorzien in de uitbouw van het categoraal aanbod. Tijdens de tweede fase van het meerjarenplan werden er netwerkcoördinatoren internering aangesteld, de schakelteams internering opgericht en werden projecten ontwikkeld om de zorg voor geïnterneerden te verbeteren. Momenteel is men volop bezig met de uitwerking van de derde fase van het meerjarenplan. Dit alles met als doelstelling om uitstroom uit de gevangenissen te bewerkstelligen en personen met een interneringsstatuut te kunnen toeleiden naar een gepaste zorgvorm.

M01.3 Verbeterproject internering binnen Fenix
Thomas Marquant, psychiater, Fenix (Walden), Leuven
Marlies Jonckers,
forensisch psychologe, Fenix (Walden), Leuven
Karlien Vermeiren, criminologe, teamcoördinatrice, Fenix (Walden), Leuven

Fenix is een deelwerking van Vzw Walden. Het is een forensisch Fact-team dat behandeling biedt in de thuissituatie van geïnterneerden, gecombineerd met enkele plaatsen forensisch beschut wonen. Het doelpubliek is gekenmerkt door een langdurige gestabiliseerde psychiatrische problematiek. Gestabiliseerd, maar vaak met uitzondering van middelenproblematiek. Middelenmisbruik is dan ook regelmatig acuut en sterk op de voorgrond aanwezig. Naar aanleiding hiervan werd het verbeterproject internering in het leven geroepen waarbij een drieledige aanbod werd ontwikkeld op het vlak van dubbele diagnose met middelenproblematiek.
Vooreerst biedt het verbeterproject dubbele diagnosemiddelen van Fenix een dagelijkse ondersteuning aan met gesprekken rond craving en alcohol- en/of drugtests. Daarnaast biedt het project een therapeutisch behandelaanbod, zowel in acute situaties als in het gehele veranderingsproces. Ook de psychiater van Fenix heeft wekelijks een consultatiemoment. Dit alles gebeurt vanuit een forensische kijk waar risicotaxaties en communicatie met justitie deel van uit maken. Tenslotte wil Fenix via het verbeterproject zijn forensische expertise op casusniveau delen met reguliere zorgpartners (tot max. drie maanden).
Vanaf 2016 wordt dit project aangevuld met twee bijkomende luiken, namelijk een dagcentrum en uitgebreide groepsmodules met expliciet aandacht voor dubbele diagnose middelen.

M01.4 Afschaffing van de ministeriële internering: klinische implicaties
Inge Jeandarme, psychiater, coördinator, OPZC, Rekem

Achtergrond: Op basis van artikel 21 van de Wet tot bescherming van de maatschappij kan de minister van Justitie een veroordeelde interneren wanneer zich tijdens de detentie een psychiatrische stoornis ontwikkelt. Met het voorstel tot afschaffing van dit wetsartikel vrezen psychiatrische centra geconfronteerd te worden met gevaarlijke forensisch psychiatrische patiënten.
Doel: Nagaan wat het profiel is van geïnterneerde-veroordeelden en in hoeverre dit afwijkt van dat van reguliere geïnterneerden.
Methode: Geïnterneerde-veroordeelden (n = 48) en reguliere geïnterneerden (n = 483) die werden opgenomen in een van de medium security units in Vlaanderen werden vergeleken op demografische, klinische en risicokenmerken.
Resultaten: Geïnterneerde-veroordeelden vertoonden een zwaardere psychiatrische problematiek en een hoger risicoprofiel.
Conclusie: Het afschaffen van de ministeriële internering stelt psychiatrische ziekenhuizen voor nieuwe uitdagingen.

11u30-13u00
M02 - PARTICIPATIE
M02.1 Samenwerken met patiëntenverenigingen in de geestelijke gezondheidszorg
Else Tambuyzer, projectverantwoordelijke geestelijke gezondheid en kwaliteit van zorg, Vlaams Patiëntenplatform vzw - OPGanG, Heverlee
Eef Verschaeve, WED/Cliëntenbureau Gent
Mara Reynders en Els Verheyen,
ANBN

Er werken steeds meer ervaringsdeskundigen in de geestelijke gezondheidszorg. Daarnaast kunnen ook patiëntenverenigingen een belangrijke inbreng hebben in de ggz. Zij bieden gebundelde ervaringskennis en ervaringsdeskundigheid vanuit een ruimer perspectief, doordat ze de ervaringen van meerdere patiënten integreren. Hun inbreng is anders en complementair aan de kennis van zorgverleners. Ze kunnen een antwoord bieden op de vraag ‘Hoe leef je met je aandoening?’. Patiëntenverenigingen hebben immers informatie over hoe het is om een bepaalde problematiek of aandoening te hebben, de impact ervan op je dagelijks leven, hulpbronnen, producten, medicatie en nevenwerkingen, gezonde levenswijze en preventie, elementen die therapietrouw beïnvloeden, enz.
Tijdens deze bijdrage geven we een antwoord op o.a. de volgende vragen: Hoe kun je als zorgverlener of als zorginstelling deze complementaire inbreng van patiëntenverenigingen op een goede manier benutten? Wat hebben patiëntenverenigingen te bieden aan zorginstellingen? Hoe kan je de patiëntenparticipatie in je zorginstelling optimaliseren?

M02.2 - stigWA??!!
Jana Geentjens, psychomotorisch therapeute en referentiepersoon extern stigWA, PZ Bethanië, Zoersel

stigWA is een project van PC Bethanië om het taboe dat nog steeds rond psychische problemen heerst, te doorbreken. Stigma is herstelbelemmerend en het project heeft als doel de beeldvorming rond psychiatrie en mensen met psychische problemen te verbeteren en vermaatschappelijking te faciliteren. Het project steunt op vier pilaren: wetenschappelijk onderzoek, samenwerking PZ-AZ, intern en extern stigWA. Het is evenwel geen eenvoudige kwestie. Er rijzen enkele vragen op: Stigmatiseren we om te destigmatiseren?, Hoe ver kunnen we gaan met humor?, Hoe doen we dit samen met patiënten?, enz …

M02.3 - Participeren doe je samen!
Bo Sintobin, klinisch psychologe, Psychosociaal revalidatiecentrum De MaRe, Kortrijk

In het psychosociaal revalidatiecentrum De MaRe laten wij de cliënten zelf meedenken en mee bouwen aan de dagelijkse werking van ons centrum. In De MaRe wordt niet gestreefd naar een cliënt-hulpverlenersrelatie, maar wel naar een ‘samen’-werken. Dit wil zeggen een samen spreken, samen denken en vooral ook samen doen. Participatie van de cliënt in de werking van De MaRe is een belangrijk aspect van zijn hersteltraject. Participatie gebeurt hierbij op verschillende domeinen: in het eigen therapieproces, in de therapeutische werking, in de dagelijkse werking en in de organisatie van activiteiten. Er is ook een participatieraad die op regelmatige tijdstippen samenkomt en waar de organisatorische aspecten van De MaRe samen worden afgesproken, de cliënten hebben hierin een even grote stem als de teamleden.

M02.4 - Procesbespreking op Rif
Kristof Meeus, psychiatrisch verpleegkundige, verantwoordelijke zorgeenheid Rif, PC Bethanië, Zoersel

Rif is een residentiële behandeleenheid voor angst en depressie binnen het psychiatrisch centrum Bethanië. In het kader van patiëntenparticipatie, gelijkwaardig partnership, dialoog, worden patiënten op Rif op bepaalde momenten in hun behandeling uitgenodigd op teambesprekingen om samen met het team te spreken over hun proces, de weg die ze hebben afgelegd. Hierbij is het de bedoeling om op een zo open mogelijke manier de behandeling af te stemmen op de hulpvraag.

14u00-15u30

M03 - INTENSIEVE ZORG

M03.1 Forensische psychiatrie in beweging: de ontwikkelingen opstart van een afdeling voor Langdurige Forensische Psychiatrische Zorg

Steven Degrauwe, klinisch psycholoog, therapeutisch coördinator & psycholoog forensische psychiatrie, U.P.C. Sint-Kamillus, Bierbeek

Het U.P.C. Sint-Kamillus in Bierbeek begeleidt van oudsher mensen met een interneringsstatuut.

In 2000 startte een project voor de medium securitypatiënten. Het forensisch zorgtraject groeide inmiddels uit tot drie ziekenhuisafdelingen,twee pvt-afdelingen en een outreach team. In september 2015 kondigden de ministers M. De Block en K. Geens samen met het ziekenhuis een nieuwe mijlpaal aan.

Vanaf april 2016 start een nieuwe afdeling voor Langdurige Forensische Psychiatrische Zorg, de eerste in haar soort in Vlaanderen. Deze opstart vormt een hele uitdaging voor de instelling: enerzijds is er de ervaring met mensen met een interneringsstatuut, anderzijds verschilt de nieuwe groep van profiel op een aantal substantiële gebieden. Hierdoor veranderen ook de doelstellingen. Zo vormt resocialisatie geen finaliteit bij deze groep, omdat in het verleden gebleken is dat een afname van structuur een stijging van het risico op herval in delict gerelateerd gedrag met zich meebrengt. Dit wil zeggen dat het beveiligingsaspect een belangrijke plaatskrijgt, maar ook dat de focus wordt verlegd van de risico’s naar kwaliteit van leven en de zoektocht naar een zinvol leven.

Met deze mededeling willen we een beeld schetsen van het doorlopen traject in functie van deze nieuwe zorgeenheid. Naast een beschrijving van het proces,de opgedane ervaringen, enkele gemaakte keuzes in het zorgprogramma belichten we tot slot de uitdagingen die we in de toekomst verwachten.


M03.2
De seclusion area: onze kijk op intensieve psychiatrisch zorg

Liesbeth Dockx, master in de verpleegkunde en vroedkunde,verpleegkundig specialist, PC Bethanië, Zoersel

Birgit Devaere, assistent in de psychologie, VZE Terp, PC Bethanië, Zoersel

Vrijheidsbeperkende maatregelen in de ggz, zoals opsluiting in de afzonderingskamer en fixatie, zijn traumatiserend en zetten de therapeutische relatie tussen patiënt en hulpverlener op de helling. Hierdoor is het onze plicht om na te denken over mogelijke alternatieven.

Onze seclusion area is er hier één van. Hiermee willen we een humaan alternatief bieden op het isoleren en fixeren en een overstap maken van ‘koude’ naar ‘warme’ crisiszorg. De seclusion area biedt een huiselijke omgeving met aangename prikkels. In tegenstelling tot de eenzame opsluiting in een afzonderingskamer en alternatieve maatregelen die gericht zijn op controle en veiligheid, wordt er in de seclusion area extra ingezet op permanente nabijheid van hulpverleners of belangrijke naasten en inspraak van de patiënt. Hulpverleners trachten ook tijdens de crisis een relatie aan te gaan met de patiënt, zodat hij begrip en ondersteuning ervaart. Er wordt intensieve zorg aangeboden voorde patiënt die zich op dat moment in diepe crisis bevindt.


M03.3
Psychopathie: ‚onbehandelbaren‘ in behandeling

Inge Jeandarme, psychiater, coördinator, OPZC, Rekem

Achtergrond: Volgens het Risk Need Responsivity principe dient veel zorgen aandacht uit te gaan naar personen met een klinische score op psychopathie.Toch is er veel weerstand om deze mensen in behandeling te nemen, niet enkel wegens beperkte slaagkansen, maar ook omdat therapie-interfererend gedrag verwacht wordt.

Methodologie: De huidige studie onderzocht in welke mate medium security geïnterneerden met een verhoogde PCL-R-score verschillen van andere medium security geïnterneerden en wat de impact hiervan is op het verloop van de behandeling.

Resultaten: Geïnterneerden met verhoogde PCL-R score vertoonden meer criminogene risicofactoren. Een hogere score op psychopathie was geassocieerd aan non-compliance en drop-out en een hoge score op Factor 2 aan deviant gedrag tijdens behandeling.

Conclusie: De ontwikkeling van een responsief behandelklimaat is nodig om deze moeilijk behandelbare groep in behandeling te houden.


M03.4 Kunstzinnige therapie, een nieuwe schakel in het zorgnetwerk. Naar zelfsturing vanuit een holistisch perspectief
Maria Geboers, kunsttherapeute en coach, bestuurslid Belgische beroepsvereniging ArtéSana vzw, Wilrijk

In de groeiende behoefte aan ambulante ondersteuning en thuiszorg gaat de aandacht vooral naar praktische en fysieke ondersteuningsnoden. Er is echter een grote leemte in begeleiding op maat, van het psychisch welzijn van mensen die aan huis gebonden zijn omwille van chronische problematiek. Hierop kunnen we een antwoord bieden met een vernieuwd vraaggestuurd kunstzinnig-therapeutisch aanbod, afgestemd op de cliënt in zijn context. De doelstelling is steeds om de cliënt te ondersteunen tot duurzaam herstel en meer zelfsturing. Een therapieplan verzekert een gestructureerde en transparante benadering van het proces, en afstemming op een multidisciplinaire samenwerking is mogelijk.
Op maat ondersteunen betekent dan: samen een rode draad ontdekken bij het worstelen met verwerking, angsten, zingeving, biografische crisis, ...
Door de kunstzinnige methodieken wordt de cliënt aangesproken in zijn totale mens-zijn. De creatieve activiteit stimuleert: daadwerkelijke inzet, beweging vanuit de levenskrachten, verbinding op zielsniveau. De therapeut biedt de cliënt ruimte voor het vertolken van beleving en bewustwording. Het gericht aanspreken en voeden van de creatieve krachten wekt het zelfhelend vermogen. De methodiek van 'het kunstzinnig gesprek' toont een direct en verhelderend beeld en faciliteert dieper inzicht bij communicatie- en relatieproblemen, misverstanden binnen het netwerk of sociale context.
We brengen een impressie van de verdiepende functie van kunstzinnig werken, zowel bij individuele therapie als bij een relationeel of contextueel probleem. Met enkele situatieschetsen tonen we noden, vragen en ervaringen met kunstzinnige coaching aan huis, en de meerwaarde van samenwerking met andere hulpverleners.

14u00-15u30
M04

M04.1 Ervaringen en noden van mantelzorgers van mensen met jongdementie: een verkenning

Nele Spruytte, projectleider, LUCAS, KU Leuven

Philippe Mortier, Ronny Bruffaerts, Mathieu Vandenbulcke, Chantal Van Audenhove


Doel:
LUCAS KU Leuven bestudeerde de ervaringen en noden van mantelzorgers van mensen met jongdementie. Bedoeling was meer inzicht te krijgen in vier thema’s:de ervaringen tijdens het proces tot diagnosestelling, de impact van jongdementie op de mantelzorger en de gezinsleden, het zorggebruik en ondersteuning, en de noden en verwachtingen voor de toekomst.

Methode: Het onderzoek gebeurde in hoofdzaak met kwalitatieve onderzoeksmethodes.Mantelzorgers werden uitgenodigd via de geheugenkliniek van het UZ Leuven en via het regionaal Expertisecentrum Dementie MEMO. Een korte screeningsvragenlijst werd ingevuld, waarna de mantelzorger uitgebreid is geïnterviewd.

Resultaten: Drieëntwintig mantelzorgers uit diverse gezinscontexten werkten mee aan het onderzoek. Het pad naar een diagnose verloopt moeizaam en verschillende factoren vertragen dit proces. Het zorgaanbod wordt over het algemeen positief ervaren. Toch zijn er verbeterpunten, die ondanks de zeer verschillende situaties, gemeenschappelijk zijn voor de deelnemers. Er blijkt een tekort aan informatie over juridische en financiële aspecten en aan informatie voorkinderen. Op het vlak van zorg, is er een vraag naar mogelijkheden voor daginvulling en naar tips voor de dagdagelijkse omgang met de persoon met jongdementie. Begrip en steun van de omgeving zijn belangrijke factoren voor mantelzorgers om het vol te houden, maar er is nood aan ondersteuning bij het nemen van moeilijke beslissingen. Mantelzorgers willen de kans krijgen tijd en ruimte te maken voor zichzelf.

Conclusie: De resultaten bieden, naast een positieve evaluatie van de kwaliteit van het huidige zorgaanbod, een aantal verbeterpunten voor de organisatie van ondersteuning en zorg voor mensen met jongdementie en hun omgeving.

M04.2 De kracht van het levensverhaal. Narratieve zorg bij ouderen.

Mikis Dormaels, maatschappelijk werker, levensverhaalschrijver, CGG Brussel, Sint-Joost-Ten-Node

Vanuit de zoektocht naar wat kwetsbare ouderen nodig hebben, ontwikkelde het Centrum Geestelijke Gezondheidszorg in 2010 de vernieuwende methodiek 'narratieve zorg'.

Narratieve zorg vertrekt vanuit de behoefte van de oudere om betekenis te geven aan zijn levenservaringen. Die levenservaringen worden doorheen een aantal sessies verwoord in een levensboek, een soort spiritueel testament. Door terug te blikken halen ouderen draagkracht uit het verleden. Narratieve zorg spreekt op die manier de individuele krachtbron van de oudere aan en geeft energie om de eigen toekomst te regisseren. Ook de hulpverlener is gebaat bij een opgemaakt levensverhaal: hij of zij vindt er een houvast in om zorg op maat te bieden.


M04.3
PDAS (psychotic depression assessment scale)

Tom Vermeulen, onderzoeker, hoofdverantwoordelijke, PZ Duffel


De PDAS is de eerste schaal die specifiek ontwikkeld werd voor het meten van de ernst van een psychotische depressie. Het betreft een schaal bestaande11 items die zowel de affectieve als de psychotische component van een psychotische depressie beoordelen. Vanaf 2014 wordt het gebruik van de PDAS door verpleegkundigen onderzocht binnen vier psychiatrische instellingen.

We lichten het concept psychotische depressie toe en het gebruik van de PDAS.

14u00-15u30
M05 - HERSTEL
M05.1 De Weg naar herstel voor (behandelaars van) mensen die lijden aan ernstige borderline klachten
Gerrit Belis, klinisch psycholoog-gedragstherapeut, Z.org KULeuven campus Kortenberg / De Weg-Onderweg, Kortenberg

De Weg biedt vaardigheidstrainingen voor mensen die lijden aan een Borderline Persoonlijkheidsstoornis (BPS). De inhoud en de aanpak is gebaseerd op Dialectische Gedragstherapie en Acceptance and Commitment Therapy, interventies waarin voortdurend gezocht wordt naar een nieuw evenwicht tussen veranderen en aanvaarden. Om de familie in het proces te betrekken werd er een familiemodule op poten gezet. Voor de cliënten die er niet in slagen om een behandeling aan te vatten voorziet mobiel team Onderweg begeleiding aan huis. Deze cliënten zitten vast in een vicieuze cirkel van herval, opnames en demoralisatie. We proberen een voet tussen de deur te krijgen, vertrouwen te herstellen en hen te motiveren om stappen naar een kwaliteitsvol leven te zetten.
Dit herstelgericht aanbod kwam tot stand onder impuls van artikel 107. De bedden van onze behandelafdeling werden gesloten. Cliënten, die vaak een hoge mate van suïcidaliteit vertoonden, werden thuis verder begeleid. Een ommezwaai, die gepaard ging met vertwijfeling en spanning en die slechts de voorbode bleek van nog meer verandering. Telkens dringt zich datzelfde dilemma op: beweeg ik mee of haak ik hier af? Kortom: trapezewerk dat enkel mogelijk is als je bereid bent te vertrouwen op jezelf en elkaar.

M05.2 De rol van psychosociale revalidatie in een hersteltraject
Bob Crombez, klinisch psycholoog, coördinator, Psychosociaal revalidatiecentrum Mirabello, Gent
Lorentz Verbeerst
, psychiater, psychosociaal revalidatiecentrum Mirabello, Gent
Kathy Delmotte, herstellende

Hoe kan een psychosociaal revalidatietraject een bijdrage leveren in een hersteltraject richting het heropnemen van maatschappelijke rollen? Is intensief en ontwikkelingsgericht werken via de door de cliënt gekozen doelen een goede methodiek? Hoe kan een team een herstelondersteunende bijdrage leveren?

M05.3 Naar een betere geestelijke gezondheidszorg:  herstelgerichte zorg in verblijfsafdelingen en mobiele teams 2b
Kathleen De Cuyper, wetenschappelijk medewerker, LUCAS
Eva Helmer
Chantal Van Audenhove

Introductie: De algemene trend van vermaatschappelijking van de zorg (‘balanced care’) vereist een meer herstelgerichte zorg. Hierin gaat expliciete aandacht uit naar zelfzorg, empowerment en volwaardig burgerschap van personen met een psychische kwetsbaarheid. Ook komt de focus te liggen op zorg in de natuurlijke leefomgeving van de cliënt. Dit onderzoek gaat na in welke mate er aandacht is voor herstel in afdelingen voor langverblijvers alsook in mobiele teams (2b).
Methode: Een Recovery Oriented Practices Index (ROPI) werd afgenomen in negen verblijfsafdelingen voor langdurige behandeling en zes mobiele teams 2b in België. Een ROPI gaat na in welke mate een team herstelgerichte zorg aanbiedt. Dit gebeurt a.h.v. panels met cliënten en hulpverleners en via het inkijken van visiedocumenten en geanonimiseerde behandelplannen.
Resultaten: De ROPI scoort de mate van herstelgerichte zorg binnen acht domeinen: tegemoetkomen aan basale zorgbehoeftes, breed aanbod van diensten, sociale contacten en participatie, medezeggenschap en participatiemogelijkheden, zorg gebaseerd op de mogelijkheden van de cliënt, cliëntgerichtheid en keuzemogelijkheden, zelfbepaling van de cliënt, focus op herstel en ervaringsdeskundigheid. De scores op deze domeinen worden toegelicht.
Conclusie: De afname van de ROPI binnen ggz-diensten in België laat ons toe om een zicht te hebben op de mate van herstelgerichte zorg binnen deze teams. De aanbevelingen die op basis van deze resultaten worden geformuleerd laten de teams toe om nog meer in te zetten op de implementatie van herstelgerichte zorg.

M05.4 De rol van arbeidscoaching ggz in het werkveld ggz/arbeid
Frederik Declercq, arbeidscoach ggz, Psycho-sociaal revalidatiecentrum Mirabello / netwerk Gent-Eeklo

De specifieke rol en toegevoegde waarde van arbeidscoaching ggz in het bredere veld van de geestelijke gezondheidszorg en van het domein arbeid: accenten in doelgroep, methodiek, samenwerking...

16u00-17u30
M06 VLUCHTELINGEN
M06.1 Uitgeprocedeerden in pijn
Pierre Mertens, consultant readaptatiewetenschappen, groepstherapeut, cgg Andante, Antwerpen

Cliënten met langdurig fysiek en/of psychisch lijden en pijn komen meestal laat in hun hulpverleningstraject aankloppen bij de geestelijke gezondheidszorg. Zij hebben, naar hun gevoel, al alles uitgeprobeerd maar hun klachten blijven. Zij worden dikwijls, tot hun verontwaardiging, verwezen naar die geestelijke gezondheidszorg. Binnen Andante werd voor hen een groepsaanbod ontwikkeld dat vertrekt vanuit thematisch gecentreerde interactie binnen een cliëntgericht psychotherapeutische kader. Onder pijn verstaan we zowel chronische fysieke pijn en/of langdurig psychisch lijden.
In deze groepstherapie beloven de therapeuten niet de pijn weg te nemen, maar bieden ze een plaats om ze laten zijn en er over te spreken. Ze zoeken met de cliënt wat die pijn betekent en hoe die een betere plaats kan krijgen in zijn leven.
Voor vele deelnemers is dit op zich een nieuwe, unieke manier om naar hun pijn te kijken. Door een doelgroep rond het thema pijn samen te brengen, ontstaat een dynamiek die je ook vindt in zelfhulpgroepen: door lotgenotencontact worden ze uitgenodigd hun eigen lot in handen te nemen, zichzelf te sterken zodat ze terug vat krijgen op hun leven en lijden. Het helende gevoel van erkenning en herkenning domineert de eerste zittingen en nodigt de cliënt uit om uit de defensie te stappen. Veel oude traumata komen naar boven en krijgen eindelijk de aandacht die ze verdienen tijdens 14 wekelijkse zittingen van 90 minuten en 2 tweedaagse groepsmomenten op verplaatsing, opgedeeld in werkmomenten van anderhalf uur. In deze mededeling belichten we de uitgangspunten en doelstellingen van dit aanbod. We verduidelijken de indicatiestelling, methode en het therapeutisch kader.
 
M06.2 Ergotherapie/creatieve therapie bij asielzoekers
Luc Vercruysse, voormalig diensthoofd ergotherapie / creatieve therapie, TAPAS vzw, Wilsele

Sinds drie jaar stuurt de vzw TAPAS (Therapy for All Patients in All Situations) studenten ergotherapie en vrijwilligers naar het asielcentrum Het klein kasteeltje in Brussel. Ze bieden er activiteiten aan van creatieve aard teneinde de asielzoekers een medium aan te reiken hun verhaal kwijt te geraken op een non verbale manier.
Op die manier proberen we preventief te werken op traumaverwerking en bieden de kans aan de asielzoekers hun identiteit terug te vinden of aan een nieuwe identiteit te bouwen. Via deze mededeling willen we de achtergronden en ideeën delen die we gebruiken in deze non-traditionele werkcontext.
 
M06.3 Beschouwingen rond extreem psychotrauma en ballingschap. Pleidooi voor een kliniek van het subject
Emmanuel Declercq, psycholoog, psychoanalytisch therapeut in privépraktijk, onderzoeker UCL/Umons, Vilvoorde

Deze mededeling vindt zijn oorsprong in mijn lange ervaring als psychotherapeut in de kliniek van extreem psychotrauma en ballingschap. De voorgestelde hypothesen worden verder uitgewerkt in een doctoraal onderzoek dat ik beëindig aan de UCL. Het vertrekt van het terrein, namelijk een lange immersie in een opvangcentrum, life stories van asielzoekers, interviews van andere actoren uit het veld en duizenden therapeutische gesprekken. Deze radicale keuze voor het terrein waarbij elk theoretisch denkkader zo lang mogelijk tussen haakjes wordt geplaatst, wordt gemotiveerd door een streven om vanuit de doorleefde ervaring (van de patiënt, de therapeut, de asielzoeker, de andere actoren) zo dicht mogelijk aan te sluiten bij het intieme (het nog niet uitgesprokene, het impliciete). Om zodoende te begrijpen, te beschrijven en te theoretiseren 1/ wat de impact van de opvangcondities kan zijn op een meestal sterk verzwakte psyche door de extreme trauma's in het land van oorsprong, 2/ op welke wijze de confrontatie met extreme levensverhalen de psyche van de andere actoren impacteert en 3/ wat de invloed kan zijn van de maatschappelijke context op de psyche van de patiënt en van de therapeut en op het welbevinden van de andere actoren. Zoals ik zal tonen openen deze vaststellingen en belevingen op innovatieve praktijken (van cure naar care, van tellen naar vertellen), soms ver verwijderd van onze canonieke denkkaders. Deze praktijken bieden mogelijkheden tot transformatie van een discours van wanhoop naar een discours van hoop.
Geannuleerd.
 
16u00 - 17u30
M07 DIGITALISERING
M07.1 Emma Listens & Onlinebegeleiding.vlaanderen: Onlinebegeleiding op maat van de cliënt
Heidi Windmolders, klinisch psycholoog, oplossingsgerichte psychotherapeut, zelfstandig psycholoog Intra-Extra /  psycholoog ouderenteam cgg Groep LITP / Onlinebegeleiding.vlaanderen, Diest
Hannelore Janssens, klinisch psycholoog & oplossingsgericht psychotherapeut i.o., zelfstandig psycholoog Intra-Extra en Onlinebegeleiding.vlaanderen

In juni 2013 verleende groepspraktijk voor psychologische hulpverlening Intra-Extra zijn medewerking aan de ontwikkeling van een nieuwe onlinetool voor psychotherapie: Emma Listens.  Een beveiligde tool die enkel toegankelijk is voor de individuele cliënt en diens therapeut waardoor volledig gepersonaliseerde begeleiding mogelijk is. Cliënten en Therapeuten testten de tool en gaven feedback met verdere optimalisatie als resultaat. Ondertussen wordt de tool in de vorm van blended therapie eveneens gebruikt binnen de verschillende cgg’s van Groep LITP.  
Een gloednieuw therapieproject met deze tool is onlinebegeleiding.vlaanderen (OBV - voorheen bekend onder de naam onlinetherapie.vlaanderen).  Het verschil met blended therapie is dat de OBV-therapeuten hun cliënten volledig online begeleiden.
 
M07.2 In the zone: een applicatie ontworpen voor én door patiënten met een bipolaire stoornis
Anneleen Vanhoudt, service designer, Peel, Antwerpen
Jonne Oldenburg, psycholoog

Voor het eerst in België komen de creatieve industrie, zorg, en gebruikers samen om psychiatrische zorg te innoveren. Tijdens een eenjarig onderzoeksproject bedachten het academisch Psychiatrisch Ziekenhuis in Duffel en het user experience designbureau Monkeyshot een blended care concept waarbij het gebruik van een mHealth applicatie de huidige zorgverlening versterkt.
Hierbij richten we zich op patiënten die reeds een diagnose voor een bipolaire stoornis hebben gekregen. Het doel van de applicatie is om een heropname te voorkomen.
Gedurende het traject matchen het multidisciplinaire projectteam de wetenschappelijke kennis met de noden en wensen van de patiënten om te komen tot het ontwerp van een mobiele applicatie.
De 'In the zone' applicatie is ontworpen in co-creatie met patiënten en onderscheidt zich door in te spelen op gedrag in plaats van stemming. Gedrag is een sterke indicator voor de emotionele toestand van patiënten. Verder is het ook gemakkelijker voor patiënten om concreet gedrag op te volgen in plaats van hun stemming.
Met plezier stellen we het ontwerp en, belangrijker nog, het ontwerpproces van de 'In the zone' applicatie voor discussiëren we samen over hoe we patiënten meer kunnen betrekken bij het vormgeven van de zorg.
 
M07.3 Hoe behandelt het online zelfhulpprogramma MijnKwartier.be stress, angst, depressie of burn-out? Een follow-up studie
Paul Koeck, hoofdgeneesheer zelfhulpprogramma ‘MijnKwartier.be, Antwerpen

Meer dan 5.000 patiënten hielpen zichzelf autotherapeutisch via het online zelfhulpprogramma MijnKwartier.be terwijl ze medisch worden opgevolgd door hun eigen (huis)arts.
We bespreken de resultaten van een longitudinale beschrijvende studie die de wekelijkse evolutie van 5.000 patiënten gedurende het zelfhulpprogramma analyseert, aangevuld met een follow-up analyse na 1 tot 4 jaar na het volgen van het zelfhulpprogramma.
De gemiddelde deelnemer (mediaan) bereikt normaalscores na 21 dagen, wat gepaard gaat met een halvering van de stressscores en een toename van de levenstevredenheid van rond de 40%.
We gaan dieper in op de factoren die daartoe bijdragen, alsook op de (contra)indicaties. We bespreken toekomstige onderzoeksvragen en hoe uw behandelingscentrum kan meewerken aan een volgende studie met controlegroep bij uw doelgroep omdat we willen uitzoeken hoe we dit programma beter kunnen afstemmen op de specifieke noden van uw populatie.
We lichten ook onze analyse op 1.000.000 deelnemers - die de gratis zelftest aflegden - toe.
Volgende vragen worden o.a. beantwoord:
• Wat zijn de statistische resultaten tijdens dit programma? En op termijn?
• Voor wie werkt deze zelfhulp wel of niet? Wanneer wel/niet?
• Hoe worden familieleden, vrienden en steunfiguren betrokken in dit programma?
• Hoe wordt de arts of behandelaar betrokken?
• Hoe en wanneer je patiënt doorverwijzen?
• Hoe je patiënt opvolgen?
• Hoe werkt de gratis online zelftest voor uw patiënt?
 
M07.4 Wearables in de geestelijke gezondheidszorg
Tom Van Daele, phd psychologie, onderzoeker & lector, toegepaste psychologie, Thomas More, Antwerpen
Inez Buyck, onderzoeker, toegepaste psychologie, Thomas More, Antwerpen
Tim Vanhoomissen, toegepaste psychologie, Thomas More, Antwerpen

Draagbare technologie (ofwel ‘wearables’) is een specifieke categorie binnen m-health waarvan de ontwikkeling en commercialisatie de laatste tijd een steile opmars kennen. Wearables zijn sensoren en apparaten die een gebruiker op het lichaam draagt om fysiologische data (bv. hartslag, huidgeleiding, ademhaling, activiteit) te verzamelen. Ze kunnen zowel preventief als curatief worden ingezet, onder meer om klachten betrouwbaar en valide te meten of om bijkomende fysiologische data aan te reiken om de evolutie van begeleiding en behandeling nog beter op te volgen. Het gebruik van draagbare technologie is binnen de geestelijke gezondheidszorg een relatief onontgonnen terrein (Van Daele & Vanhoomissen, 2015).
We gaan dieper in op wat wearables potentieel kunnen betekenen voor de geestelijke gezondheidszorg. Vervolgens worden er enkele prototypes kort gedemonstreerd en wordt er afgesloten met de grootste uitdagingen in dit domein voor de komende jaren.
Referenties
Van Daele, T. & Vannhoomissen, T. (2015). Portable technology in mental healthcare. De psycholoog,
Special edition, 34-39

 
M07.5 De impact van de digitalisering op het functioneren van volwassenen met ADHD
Nans De Greef, master psychologie, medewerker hulpverlening en training, Centrum ZitStil, Wilrijk

We bespreken we de invloed van de digitalisering op het dagelijks functioneren van de volwassene met ADHD. We belichten zowel de mogelijkheden als de valkuilen die mensen met ADHD tegenkomen bij het werken met digitale tools. Daarnaast bespreken hoe we te werk gaan in de hierboven beschreven training.
Centrum ZitStil zet al enkele jaren in op de impact van de digitale wereld op het dagelijks functioneren van volwassenen met ADHD, zowel thuis als op het werk. Daarnaast biedt centrum ZitStil een training waarin we drempelverlagend de volwassenen met ADHD laten kennis maken met enkele efficiënte apps die helpen om zichzelf beter te organiseren. Veel volwassenen met ADHD hebben het immers moeilijk om zich te organiseren en sommigen lijken dat beter te kunnen met behulp van digitale middelen. Maar hoe kiezen tussen die veelheid aan mogelijkheden? In deze training bieden we een totaalpakket aan: demonstratie van verschillende apps, keuze maken voor een app en installeren van die app, gebruikersaccount aanmaken en uittesten van de app.